| |||||||||||||||||
|
|
VLAAMSE HUISARTSENINKOMENS
VERGELIJKENDE STUDIE MET HET AMBTENAARSWEZEN EN DE PRIVESECTOR
Antwerpen, 26 augustus 2002 BVCV Callens, Pirenne & C° Bedrijfsrevisoren vertegenwoordigd door B. Callens Bedrijfsrevisor
INHOUDSOPGAVE
2. Raming van het gemiddelde netto1 inkomen van een Vlaamse huisarts 2.2.3 Aanschrijven van leveranciers 2.3 Bijkomende lasten, versus meeropbrengsten 3. Zoeken naar een gepast vergelijkingsinkomen en berekenen van dit netto inkomen 4.1 Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen V.Z.W. 1. Algemene antwoorden op de enquête 2. Tijdsbesteding van de Vlaamse huisarts 2.1 Resultaten uit de schriftelijke enquête 2.2 Resultaten uit de telefonische enquête 3. Raming van het gemiddelde netto inkomen van een Vlaamse huisarts 3.1.1 Resultaten uit de enquête 3.2. Kostenstructuur van de Vlaamse huisarts 3.2.4 Opleidingen en lidgelden 3.3 Berekening netto inkomen van een Vlaamse huisarts 4. Bepalen van een vergelijkingsinkomen 4.1 Berekening vergelijkbare netto inkomsten 5. Vergelijking van inkomen vlaamse huisartsen en ambtenaren
I OPDRACHTOMSCHRIJVINGHet Vlaams Huisartsen Parlement V.Z.W. gaf ons de opdracht een audit uit te voeren met de bedoeling een vergelijking te maken tussen het werkuurloon van een Vlaamse Huisarts en gelijkwaardige beroepen in Vlaanderen, binnen het ambtenaarswezen en de privésector. Onze opdracht wordt gefinancierd enerzijds voor het belangrijkste gedeelte door het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen V.Z.W. en anderzijds bijkomend door de Artsenkrant. II METHODIEK
1. Methodiek in grote lijnen
Onze opdracht kan opgedeeld worden in twee grote onderdelen:
- raming van het gemiddelde netto belastbaar inkomen[1] van een Vlaamse huisarts in 2000 - zoeken naar een gepast vergelijkingsinkomen en berekenen van dit netto1 inkomen met betrekking tot 2000
Als referentieperiode kiezen wij voor het jaar 2000, aangezien dit, ons inziens, het meest recente jaar is, waarvoor alle noodzakelijke gegevens beschikbaar zijn. Wij steunen ons op één kalenderjaar, aangezien de gegevens het best toegankelijk zijn per kalenderjaar.
2. Raming van het gemiddelde netto1 inkomen van een Vlaamse huisarts
2.1 Bruto inkomen
We moeten vooreerst een duidelijk en betrouwbaar inzicht krijgen in het gemiddelde bruto inkomen van een Vlaamse huisarts.
Deze gegevens willen we verkrijgen via het RIZIV, het nationaal instituut voor statistiek en door middel van een enquête uitgevoerd onder een aantal atypisch geselecteerde Vlaamse huisartsen.
Het bruto inkomen is voornamelijk de resultante van het aantal prestaties en de vergoeding per prestatie. Via deze redenering zullen wij een representatief beeld krijgen van het gemiddelde bruto inkomen.
Immers maken ook andere erelonen, zoals de accrediteringspremie, deel uit van het inkomen van de huisarts.
Via het RIZIV kunnen wij de diverse mogelijke prestaties van huisartsen verkrijgen in het kader van hun functie als huisarts.
Buiten de raadplegingen en gelden ontvangen van patiënten, is er de vraag of huisartsen nog een andere vorm van inkomsten hebben, zoals arbeidsongevallenarts, nationaal werk voor oorlogsinvaliden, verzekeringsarts, controle arts, Kind & Gezin, centrum voor leerlingenbegeleiding, ... Deze gegevens zullen wij opvragen via de enquête.
2.2 Kostenstructuur
Voor het kostenaspect zijn er een aantal kosten vooraf gekend; andere zullen ons via de enquête overgemaakt worden. Bovendien kunnen wij een aantal leveranciers aanschrijven van bijvoorbeeld basisaankopen. Een aantal kosten kunnen door ons geraamd worden.
Voor de kostenstructuur gaan wij ervan uit dat deze gelijk blijft gedurende de hele loopbaan. Dit betekent een vereenvoudiging, doch een correcter beeld kunnen wij niet verkrijgen op basis van de door ons bekomen gegevens. Wij gaan er dus vanuit dat er een constante investeringsbeweging noodzakelijk is. Echter in de praktijk is dit niet steeds het geval, wat de kwaliteit van de verzorging van de patiënten niet ten goede komt. 2.2.1 Vooraf gekende kosten
Hierbij denken wij vooral aan vaste bijdragen die dienen betaald te worden aangezien de Vlaamse huisartsen “zelfstandigen” zijn. Deze kostprijzen laten wij door een aantal mogelijke instanties aan ons bevestigen (bijvoorbeeld bijdragen mutualiteiten, sociale bijdragen, verzekeringen burgerlijke aansprakelijkheid en gewaarborgd inkomen, pensioensparen, …) Hierbij voorzien wij ook mogelijke bijdragen die verschuldigd zijn op het moment dat een persoon de functie van huisarts uitoefent; zoals de bijdrage die verschuldigd is aan de Orde van Geneesheren.
2.2.2 Andere kosten
Door middel van de enquête kunnen wij kennis krijgen van bijvoorbeeld gemiddelde kosten die door Vlaamse huisartsen gemaakt worden in het kader van bijscholing, seminaries, symposia, aangekochte lectuur, ed. Tevens kan de enquête ons meer duidelijkheid brengen over de medische materialen die de gemiddelde Vlaamse huisarts nodig acht om zijn patiënten van dienst te zijn, bovenop de “basisuitzet”.
2.2.3 Aanschrijven van leveranciers
Wij gaan ervan uit dat een Vlaamse huisarts een “basisuitzet” nodig heeft om een praktijk uit te oefenen. Voor deze producten schrijven wij de meest representatieve leveranciers op de Belgische markt aan en verzoeken hen ons een prijsopgave over te maken. Wij denken hier bijvoorbeeld aan : - Computer, printer en internetaansluiting; - GSM, telefoon, fax; - Meubilair wachtzaal, radio, …; - Verzorgingstafel; - Medisch materiaal; - Ed.
2.2.4 Geraamde kosten
De kosten voor de praktijkruimte kunnen geraamd worden. De benodigde praktijkoppervlakte wordt gevraagd in de enquête. De kosten met betrekking tot huur, verwarming en elektriciteit worden vervolgens geraamd. We houden hierbij rekening met hetgeen algemeen fiscaal aanvaard wordt.
Kosten van verplaatsing, zijnde aankoop van een auto, taksen, belastingen, verzekering, kosten voor brandstof, e.d., ramen wij tevens aan de hand van hetgeen fiscaal aanvaard wordt. Voor de opgave van het gemiddeld aantal kilometers dat een huisarts per jaar voor zijn praktijk doet, doen wij beroep op de enquête.
2.3 Bijkomende lasten, versus meeropbrengsten
Een dokter heeft vaak “wachtdienst”, “weekend dienst”. Hier vergelijken wij met de procentuele verhoging van het inkomen op dat moment in de barema’s van bijvoorbeeld ziekenhuispersoneel en de ambtenaren. Bovendien worden er vaak vele uren gepresteerd, die in andere sectoren aan een hoger loon vergoed worden dan de gewone prestaties. Met deze bijkomende lasten en meeropbrengsten wordt rekening gehouden.
3. Zoeken naar een gepast vergelijkingsinkomen en berekenen van dit netto inkomen
Enkele inkomens uit het ambtenaarswezen kunnen tevens vergeleken worden. We denken hier bijvoorbeeld aan een arts of ambtenaren die een hogere universitaire opleiding hebben genoten. Hierbij wordt het inkomen op jaarbasis genomen, rekening houdend met verlofgeld, eindejaarspremie, bonussen, extra wettelijke vergoedingen, … Bovendien houden wij rekening met de verwachte prestaties die tegenover deze inkomens staan en de pensioensopbouw die gebeurt, om alzo de kost van een vergelijkende pensioensopbouw voor de zelfstandige huisarts te kunnen opnemen. 4. Opvragen gegevens
4.1 Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen V.Z.W.
Een representatieve steekproef van 300 Vlaamse huisartsen werd voor ons opgesteld door de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen V.Z.W.
4.2 RIZIV
- Totaal aantal verstrekkingen per nomenclatuurcodenummer en totaal aantal verstrekkers, inclusief hun leeftijd. En dit voor alle nomenclatuurcodenummers uitgevoerd door Vlaamse huisartsen. - Diverse tarieven die van toepassing waren gedurende de referentieperiode.
4.3 Enquête
De enquêteformulieren worden anoniem opgevraagd aan de 300 geselecteerde huisartsen en aan een twintigtal andere huisartsen, buiten het representatief staal, aangezien deze huisartsen voorafgaandelijk hun medewerking beloofden. In het begeleidend schrijven verduidelijken wij dat de ons bezorgde informatie vertrouwelijk zal behandeld worden, wat onze deontologie ons oplegt, en dat enkel globale resultaten van de gehele enquête zullen bekendgemaakt worden. Korte tijd na het versturen van de formulieren, nemen wij telefonisch contact op met een aantal huisartsen uit de steekproef om kort terug te komen op de enquête en het belang ervan nogmaals telefonisch te benadrukken, hetgeen de respons zou moeten verhogen. III BEVINDINGEN
1. Algemene antwoorden op de enquête
Op de 320 verstuurde enquêteformulieren werden er ons amper 17 terugbezorgd, waarvan er 10 betrekking hebben op de 300 representatieve huisartsen. Aangezien wij dit aantal onvoldoende achten, zal er in de verdere opbouw van de berekeningen wel verwezen worden naar de resultaten uit de enquête, doch zullen de bedragen, waarmee rekening gehouden wordt voor de studie, uit andere bronnen bekomen zijn. Er zijn diverse redenen van niet beantwoorden van de enquêteformulieren: - 11 personen die opgenomen zijn in de representatieve steekproef, beoefenen het beroep van huisarts niet meer. - 5 formulieren werden ons teruggestuurd, wegens foutief adres - 1 formulier werd ons teruggestuurd, wegens overlijden van de betroffen persoon - 1 persoon antwoordde ons, niet over de nodige gegevens te beschikken om te kunnen antwoorden - bij de telefonische bijkomende oproepen bleken 12 telefoonnummers foutief te zijn, mogelijk is hier ook een foutief adres vermeld, zonder dat het formulier ons werd terugbezorgd. In bijlage 1 is een voorbeeld van het begeleidend schrijven en het enquêteformulier opgenomen. 2. Tijdsbesteding van de Vlaamse huisarts
2.1 Resultaten uit de schriftelijke enquête
Uit de enquête blijkt dat er ongeveer 60 uren per week gewerkt worden door de Vlaamse huisartsen, inclusief administratie en diverse prestaties. Er worden ongeveer 17 dagen verlof genomen exclusief de 10 wettelijke feestdagen. Gemiddeld blijkt een Vlaamse huisarts 36 uren per week volledig onbereikbaar te zijn voor zijn patiënten. De gemiddelde tijd voor één raadpleging bedraagt 15 minuten. De gemiddelde tijd voor één huisbezoek, inclusief verplaatsing bedraagt 22 minuten. De mediaan van het gemiddeld aantal dagen en/of nachten wachtdienst per jaar, omgerekend naar aantal uren per maand, bedraagt volgens de enquête 20 uren.
2.2 Resultaten uit de telefonische enquête
Aangezien er slechts een beperkt aantal antwoorden werden ontvangen met betrekking tot de schriftelijke enquête, en de gegevens met betrekking tot de tijdsregistratie moeilijk op een andere wijze terug te vinden zijn, voeren wij een bijkomende telefonische enquête, die enkel vraagt naar de tijdsbesteding. Volgende vragen worden gesteld: - de gemiddelde duur van een raadpleging - de gemiddelde duur van een huisbezoek, inclusief verplaatsingstijd - de gemiddelde totale duur van de raadplegingen op weekbasis - de gemiddelde totale duur van de huisbezoeken op weekbasis - de gemiddelde uren wachtdienst per maand (weekend en nacht) - het aantal uren per week dat de huisarts volledig onbereikbaar is voor de patiënten - het aantal uren per week dat er nodig is voor het verzorgen van bijkomende werkzaamheden in verband met de beroepswerkzaamheid, zoals o.a. administratie - het aantal dagen verlof per jaar, exclusief feestdagen - verwachte pensioenleeftijd - huidige leeftijd Er werden 60 huisartsen gecontacteerd. 18 huisartsen hiervan wensten de vragen te beantwoorden. De anderen verkozen niet te antwoorden om diverse redenen: geen tijd, niet bereikbaar, geen deelname aan telefonische enquêtes, of geen interesse. Uit de antwoorden blijken volgende resultaten:
2.3 Weerhouden tijdsbestedingUit bovengenoemde studies blijkt volgende tijdsbesteding van een Vlaamse huisarts: - Gemiddelde duur van één huisbezoek 25 min - Gemiddelde totale duur van de raadplegingen op weekbasis 30 uur - Gemiddelde totale duur van de huisbezoeken op weekbasis 20 uur - Gemiddelde uren per week voor administratie 8 uur - Gemiddeld aantal werkuren per week 60 uur - Aantal uren per week volledig onbereikbaar 36 uur - Gemiddeld aantal uren wachtdienst per maand 20 uur - Overuren per maand 20 uur - Nachturen per maand 8 uur - Zaterdaguren per maand 4 uur - Zondaguren per maand 11 uur - Aantal dagen verlof per jaar, excl. feestdagen 18 dagen - Verwachte pensioenleeftijd 65 jaar
Uit ons onderzoek blijkt dat de Vlaamse huisartsen de prestaties van zaterdagvoormiddag, als gewone prestaties beschouwen en niet aan een verhoogd honorarium verwerken. Dit brengt de Vlaamse huisarts ertoe op jaarbasis, ongeveer 3.024 uren te presteren. Daarbij komt nog dat hij slechts 2.611 uren per jaar onbereikbaar is voor zijn patiënten, inclusief de verlofdagen en wettelijke feestdagen, zijnde 5,6 weken. De Vlaamse huisarts is dus 3.125 uren per jaar bereikbaar voor zijn patiënten, buiten zijn effectieve werkuren (prestaties en bijkomende werkzaamheden). 3. Raming van het gemiddelde netto inkomen van een Vlaamse huisarts3.1 Bruto inkomen
3.1.1 Resultaten uit de enquête
3.1.1.1. Raadplegingen en huisbezoeken
Gezien het beperkt aantal antwoorden, verschillen het gemiddelde en de mediaan vrij sterk, wat betreft het aantal raadplegingen en huisbezoeken op jaarbasis. Jaarlijks worden volgende prestaties verricht volgens de resultaten van de enquête:
Als wij op basis van de gemiddelde duur van een raadpleging en een huisbezoek en het totaal aantal werkuren per week, de berekening maken van het aantal prestaties op jaarbasis, rekening houdend met de verlofdagen, dan zouden er meer prestaties verricht worden. Deze berekening is sterk afhankelijk van de gemiddelde duur van een raadpleging of onderzoek. Ons inziens is dit de oorzaak van deze verhoging, alsook het feit dat in het totaal aantal werkuren per week rekening gehouden wordt met de tijd die niet rechtstreeks gekoppeld is aan raadplegingen of huisbezoeken, zoals bijvoorbeeld administratie en dergelijke. Voor de berekening van het gemiddelde bruto inkomen van een Vlaamse huisarts, kunnen wij niet steunen op de resultaten van de enquête, gezien de te lage respons. Dit zou een vertekening geven.
3.1.1.2.Activiteiten en vaardigheden
In de enquête wordt de vraag gesteld naar de eventuele specialisaties van de huisartsen. De meerderheid van de huisartsen nemen EKG’s en verzorgen orthopedische behandelingen, wat volledig gehonoreerd wordt via het RIZIV. Enkelen beoefenen als activiteiten radiografie (gehonoreerd door het RIZIV), microscopie en Kind en Gezin. Sporadisch worden volgende activiteiten vermeld: verloskunde, lasertherapie, kleine heelkunde en Doppler, welke volledig gehononeerd worden door het RIZIV, en buiten het RIZIV: verzekeringsarts, wetsgeneeskunde, RVT arts, spirometrie, glucometrie en echografie. 3.1.1.3.Accreditering
Uit de enquête blijkt dat de 17 huisartsen die onze enquête beantwoorden, allemaal geaccrediteerd zijn. De jaarlijkse ontvangsten hieromtrent bedragen 20.000 BEF.
3.1.1.4.Globaal medisch dossier
Het gemiddeld aantal GMD dossiers op jaarbasis is 217 en de mediaan 180, volgens de resultaten van onze enquête.
3.1.1.5.Andere opbrengsten
Volgens de enquête wordt er een gemiddeld bijkomend inkomen op jaarbasis gerealiseerd van 320.233 BEF, uit volgende activiteiten: studies, consulting, medische praktijk in het buitenland, projecten voor bedrijven, wetsgeneeskunde, verzekeringsarts, arbeidsongevallen, prestaties buiten het RIZIV, universiteit, nazicht crematies, arts brandweer en CRA arts. Gezien het beperkt aantal antwoorden bij de enquête kunnen wij deze cijfers niet weerhouden, doch dient er rekening mee gehouden te worden dat de gemiddelde Vlaamse huisarts nog een inkomen heeft buiten de prestaties voor het RIZIV. In onze berekeningen die volgen, houden wij geen rekening met inkomens uit prestaties die buiten het RIZIV vallen.
3.1.2 Gegevens van het RIZIV
Deze berekeningen steunen zich op gegevens die wij bekomen hebben van het RIZIV met betrekking tot 31.765.484 verstrekkingen die terugbetaald werden in 2000, met betrekking tot prestaties van 6.598 Vlaamse huisartsen.
3.1.2.1.Groep van artsen
Deze groep van 6.598 artsen bestaat uit alle Vlaamse erkende huisartsen. Het RIZIV kon ons geen gegevens verstrekken over de niet-erkende huisartsen, noch over de huisartsen in opleiding. Hierdoor zijn deze beide groepen niet opgenomen in ons onderzoek en kunnen wij ons niet uitspreken over hun inkomen. Ons onderzoek betreft dus enkel de volgende bekwamingscodes: - 003 Gegradueerde algemeen geneeskundige - 004 Gegradueerde algemeen geneeskundige + ECG tegen 100% In 2000 kon het aantal Vlaamse huisartsen met een profiel ingedeeld worden als volgt:
3.1.2.2.Verstrekkingen
De opgenomen verstrekkingen hebben betrekking op het facturatiejaar 2000; zijnde het facturatiejaar van de mutualiteiten. Wij nemen deze prestaties op als zijnde de geleverde prestaties in het jaar 2000. Aangezien het telkens om een volledig jaar gaat, en wij ervan uitgaan dat het RIZIV systematisch terugbetalingen verricht, kunnen wij deze vereenvoudiging maken. Bovendien blijkt het voor het RIZIV onmogelijk te zijn, om gegevens per prestatiejaar van de artsen te verschaffen, doch wel per terugbetalingsjaar door het RIZIV.
3.1.2.3.Honoraria per nomenclatuurcodenummer
De honoraria per nomenclatuurcodenummer zijn voornamelijk overgenomen uit “Nomenclatuur voor huisartsen, waarden vanaf 1 januari 2000”, uitgegeven door “Het Kartel, Notarisstraat 76, 1050 Brussel”. De honoraria van 29 nomenclatuurcodenummers, die volgens de gegevens van het RIZIV in 2000 werden uitgevoerd door Vlaamse huisartsen, zijn niet opgenomen in het hierbovengenoemde boekje. De honoraria hiervan werden opgevraagd bij het RIZIV en bij de socialistische mutualiteit. Hieruit bleek dat één van deze 29 nomenclatuurcodenummers eigenlijk niet door huisartsen mag uitgevoerd worden. Aangezien deze prestatie wel vergoed werd door het RIZIV, blijft deze prestatie opgenomen bij de verwerkte gegevens. Deze prestatie werd slechts éénmaal uitgevoerd in 2000. Voor de nomenclatuurcode 109955 is het honorarium afhankelijk van de verplaatsingskosten in plattelandsstreken. Hierop kan geen vast honorarium per prestatie gegeven worden. We berekenen het honorarium aan de hand van de uitbetaalde bedragen door het RIZIV in 2000 en het aantal uitbetaalde prestaties door het RIZIV in 2000, rekening houdend met een toeslag van 20%, die het gedeelte remgeld vertegenwoordigt. Deze 20% is een schatting gemaakt door het RIZIV. Voor de nomenclatuurcodenummers 219951, 219962, 219973 en 219984 is het honorarium per prestatie telkens gelijk aan 10% van het honorarium van de geattesteerde chirurgische ingreep. Het honorarium wordt opnieuw berekend aan de hand van de uitbetaalde bedragen door het RIZIV in 2000 en het aantal uitbetaalde prestaties door het RIZIV in 2000, rekening houdend met een toeslag van 20%, die het gedeelte remgeld vertegenwoordigt. Deze 20% is tevens een raming gemaakt door het RIZIV.
3.1.2.4.Berekeningen aan de hand van “gemiddelde”
De gegevens van het RIZIV zijn ons overgemaakt in de vorm van een Access-bestand van 190.036 records met de volgende gegevens per record: - aanduiding van de verstrekker (anonieme weergave) - jaar van diploma - bekwamingscode (003 of 004) - nomenclatuurcode van de verstrekking - terugbetaald bedrag door het RIZIV in 2000 - aantal verstrekking hiermee overeenstemmend. Gezien de grootte van het bestand, vergt het meer tijd om een mediaan te berekenen. Bovendien, gezien het groot aantal gegevens, kunnen wij ervan uitgaan dat het resultaat van een mediaan en een gemiddelde vrij dicht bij elkaar zullen aansluiten. Vandaar dat voor de volgende berekeningen steeds het gemiddelde gebruikt wordt. In bijlage 3 vindt u de brief van het RIZIV met betrekking tot de door ons van hen ontvangen gegevens.
3.1.2.5.Berekening van de gemiddelde omzet van een Vlaamse huisarts, gezien over de hele loopbaan
Vooreerst berekenen wij de gemiddelde omzet van een Vlaamse huisarts, gezien over de ganse loopbaan. Wij vertrekken van het totaal aantal prestaties per nomenclatuurcodenummer, gepresteerd in 2000, en vermenigvuldigen dit met het honorarium per nomenclatuurcodenummer dat van toepassing was in het jaar 2000. Alzo bekomen wij een totale omzet van 20.538.129.571 BEF gepresteerd door 6.598 Vlaamse huisartsen. Dit levert een gemiddelde omzet per jaar op van 3.112.781 BEF.
3.1.2.6.Opsplitsing van het Vlaamse huisartsenkorps in leeftijdscategorieënDe gegevens van het RIZIV vermelden per huisarts het jaar van het behalen van het diploma. De 6.598 opgenomen huisartsen behaalden hun diploma in de periode van 1938 tot en met 1998. In het bestand zijn er 179 huisartsen opgenomen zonder gegevens met betrekking tot het diplomajaar, zijnde 2,7% van het opgenomen huisartsenkorps van 6.598. Voor deze 179 huisartsen berekenden wij het gemiddelde en de mediaan van het jaar waarin de andere 6.419 huisartsen hun diploma behaalden. Het gemiddelde hiervan is 1980,082 en de mediaan bedraagt 1981. In het Access-bestand werden de ontbrekende jaren van het behalen van het diploma ingevuld met 1981 voor deze 179 huisartsen. De omzet van een gemiddelde Vlaamse huisarts is sterk afhankelijk van de leeftijd. In de opstartperiode, zijnde de eerste prestatiejaren, zijn de contacten met patiënten lager en dus ook de omzet. Aangezien bij de gegevens van het RIZIV huisartsen opgenomen zijn die reeds 62 jaar geleden hun diploma behaald hebben, kunnen wij er ook van uitgaan dat in deze categorie het aantal contacten met patiënten zal dalen en dus ook de omzet. Volgende studie bevestigt ook deze stellingen: “Kwantitatieve analyse van de activiteiten van de Belgische huisartsen”, uitgevoerd in januari 2001 met betrekking tot gegevens van 1998 door J.P. Derq, H. Van Loon, A. Van Outsel en A. Somers. In bijlage 2 is een tabel en grafiek opgenomen uit deze studie, welke de verspreiding aangeeft van de contacten per leeftijdscategorie, voor Vlaanderen(VL), Wallonië(WA) en Brussel(BR). Aan de hand van deze tabel en grafiek, delen wij de groep van 6.598 huisartsen op in 5 leeftijdscategorieën:
- tot 30 beneden de 1.500 contacten diplomajaar 1997 - 1998 - 31 tot 40 beneden de 4.000 contacten diplomajaar 1987 - 1996 - 41 tot 65 boven de 4.000 contacten diplomajaar 1962 - 1986 - 66 tot 74 beneden de 4.000 contacten diplomajaar 1953 - 1961 - ouder dan 74 beneden de 1.500 contacten diplomajaar 1938 - 1952
De spreiding van het aantal Vlaamse huisartsen opgenomen in de gegevens van het RIZIV binnen deze 5 categorieën is als volgt: - diplomajaar 1997 - 1998 287 - diplomajaar 1987 - 1996 1.585 - diplomajaar 1962 - 1986 4.190 - diplomajaar 1953 - 1961 423 - diplomajaar 1938 - 1952 113 _____ 6.598 3.1.2.7. Berekening van de gemiddelde omzet van een Vlaamse huisarts, opgesplitst in vijf leeftijdscategorieën
Hieronder is een schematische weergave opgenomen van de gemiddelde omzet en het gemiddeld aantal prestaties per leeftijdscategorie.
Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de diverse leeftijdscategorieën. 3.1.2.8. Sociale voordelen RIZIV
De sociale voordelen worden door het RIZIV jaarlijks uitbetaald aan de geconventioneerde geneesheren, d.w.z. zij die de akkoorden betreffende de vastgestelde honoraria ondertekenen. Het gaat hier over een tegenprestatie die deze artsen ontvangen voor de beperking van de honoraria, bepaald in een akkoord. In feite betreft het een ruil van tariefzekerheid voor de patiënten, zijnde ereloonmatiging voor de huisartsen tegenover anderzijds sociale bescherming voor het huisartsenstatuut. Deze som moet gebruikt worden om een aanvullend pensioen op te bouwen en/of zich te verzekeren van een gewaarborgd inkomen in geval van arbeidsongeschiktheid. Het RIZIV stort dit bedrag door aan de instelling die deze artsen hebben aangeduid in een toewijzingsdocument. Dit bedrag kan dus niet voor andere doeleinden aangewend worden. Dit bedrag is belastingvrij. Het gaat hier dus om een netto bedrag dat niet aftrekbaar is. Aangezien wij in de kostenstructuur rekening houden met de kosten van dergelijke verzekeringen, en wij ervan uitgaan dat alle Vlaamse huisartsen geconventioneerd zijn, houden wij in onze berekening van het inkomen van de Vlaamse huisartsen rekening met deze sociale voordelen. In 2000 bedraagt het bedrag van de sociale voordelen voor de volledig geconventioneerde huisartsen ongeveer 100.000 BEF.
3.2. Kostenstructuur van de Vlaamse huisarts
3.2.1 Overzichtstabel
Hieronder omschrijven wij de berekeningswijze van de hierboven weerhouden kosten. De aangehaalde kosten betreffen een raming, die wij, naar bestvermogen, op basis van leveranciersbevestigingen, maakten. Het is evident dat iedere praktijksituatie op één of ander punt een afwijking zal vertonen met deze raming. Wij houden geen rekening met de kostprijs van de overname van een praktijk of de kostprijs van het toetreden tot een bestaande associatie. Wij gaan ervan uit dat de Vlaamse huisarts zijn praktijk volledig zelf opbouwt, aangezien we een laag aantal prestaties vaststellen in de eerste jaren van de beroepsloopbaan.
3.2.2 Beroepslokalen
We gaan er in de opstelling van de kosten van uit dat de gebouwen met betrekking tot de beroepspraktijk gehuurd worden. We houden dus enkel rekening met jaarlijkse huurkosten en niet met afschrijvingen van nieuwbouw, bouw- en verbouwingskosten of kosten van aankoop. De kosten voor verwarming, die blijken uit de enquête, achten wij vrij hoog. Wij vinden het fiscaal meer aanvaardbaar een kost van ongeveer 36.000 BEF op jaarbasis ten laste te nemen, aangezien uit de enquête een gemiddelde oppervlakte van ongeveer 60m2 blijkt. 3.2.3 Vervoerskosten
Voor de vervoerskosten houden wij enkel rekening met de afschrijvingslast van een auto en niet met gehuurde of geleasde autokosten. Aangezien de belasting op inverkeerstelling slechts éénmaal dient betaald te worden bij de aankoop van een auto, gaan wij ervan uit dat deze inbegrepen is in de aankoopkost van een auto. De kosten voor onderhoud en herstellingen, die blijken uit de enquête, achten wij te hoog. Er wordt volgens de enquête slechts 20.000 km beroepsmatig gereden op jaarbasis. Aan de hand hiervan achten wij de kost van onderhoud en herstellingen slechts 25.000 BEF op jaarbasis. De kosten van brandstof achten wij tevens lager, gezien slechts 20.000 km beroepsmatig gebruik. Rekening houdend met een gemiddeld verbruik van 9 liter per 100 km, bekomen wij ongeveer de kost van 65.000 BEF. Hierbij rekenen wij dan met een gemiddelde kostprijs van 36 BEF per liter brandstof. Voor de jaarlijkse afschrijvingslast van een auto houden wij rekening met volgende factoren: aankoopprijs van 1.000.000 BEF, een afschrijvingstermijn van 5 jaar, een verkoopprijs van 200.000 BEF.
3.2.4 Opleidingen en lidgelden
De cijfers die blijken uit de enquête zijn ons inziens logisch.
3.2.5 Medisch materieel
Wij gaan ervan uit dat wij rekening houden met het meest gangbare medische materieel binnen een gemiddelde Vlaamse beroepspraktijk. Uiteraard zullen er ook praktijken bestaan die een bepaald toestel niet ter beschikking hebben op de praktijk. Anderzijds zullen er tevens praktijken bestaan die een verder uitgebouwd park van medisch materieel hebben. Met betrekking tot de jaarlijkse kostprijzen van medisch materieel, steunen wij ons volledig op de kostprijzen die ons door 5 representatieve leveranciers op de Vlaamse markt werden bevestigd. Uit de resultaten van de enquête blijkt dat deze cijfers redelijk zijn. Wij houden voor de afschrijvingstermijn rekening met een periode van 5 jaar. Echter voor een aantal materielen willen wij erop wijzen dat wij ervan uitgaan dat deze langere tijd gebruikt worden binnen de beroepspraktijk. Dit heeft een lichte onderschatting van het berekend inkomen tot gevolg. 3.2.6 Kosten kabinet
We gaan ervan uit dat het meubilair voor het kabinet en de wachtzaal en in het bijzonder de onderzoekstafel worden afgeschreven op 10 jaar. Hierbij willen wij er tevens op wijzen dat wij ervan uitgaan dat dit meubilair voor langere tijd gebruikt kan worden. Dit heeft tevens een lichte onderschatting van het berekend inkomen tot gevolg.
3.2.7 Bureaukosten
De bureaukosten, zoals deze blijken uit de enquête, achten wij redelijk.
3.2.8 Personeelskosten
Uit de enquête blijkt dat er personeelskosten zijn voor volgende prestaties: - Kuisen 12 uur per week - Administratie 12 uur per week - Telefoonpermanentie 24 uur per week Vaak worden deze prestaties uitgeoefend door de medewerkende partner van de huisarts. Totaal levert dit per week een prestatietijd op van 24 uur en een permanentietijd van 24 uur. Wij gaan ervan uit dat er 46,4 weken per jaar gewerkt worden. Het uurloon stellen wij gelijk aan het barema, zijnde het minimumloon van het PC 200.000 van de bedienden, zijnde 288,66 BEF, te corrigeren met de diverse indexen (*106,095/112,73[2]) om tot het uurloon van 2000 te komen, zijnde 271,67 BEF. De totale jaarkost bedraagt dan 391.313 BEF, inclusief vakantiegeld en dertiende maand. De kost voor permanentie achten wij 59.400 BEF. Aangezien de ambtenaren een premie ontvangen van 4.950 BEF per maand, voor een maand waarin zij tussen de 51 en de 100 uren permanentie verzorgen. (zie tabel opgenomen onder punt 4.3.2. Vlaamse ambtenaren) Uit de steekproef blijkt dat er weinig HIBO’s werkzaam zijn. We achten de kostprijs en de geïnde honoraria van hen aan elkaar gelijk te zijn. En houden dus in onze berekening geen rekening met HIBO’s. Bovendien is er bij de berekening van het bruto inkomen hierboven, ook geen rekening gehouden met huisartsen in opleiding.
3.2.9 Sociale verzekeringen
De kost te betalen aan de sociale kas voor zelfstandigen bedraagt een percentage van het referteinkomen van 3 jaar voordien, dus van 1997. Voor het berekenen van deze kost, gaan wij ervan uit dat het inkomen van 1997 gelijk is aan dat van 2000. Voor de verzekering kleine risico’s voor zelfstandigen, doen wij beroep op de bevestigingen van mutualiteiten wat de jaarlijkse bijdragen betreft. Voor de verzekeringen gewaarborgd inkomen en burgerlijke aansprakelijkheid hebben wij tevens een premie bevestiging ontvangen. 3.3 Berekening netto inkomen van een Vlaamse huisarts
Voor de berekening van het netto inkomen van een Vlaamse huisarts houden wij rekening met de gemiddelde omzet van een Vlaamse huisarts, opgesplitst in vijf leeftijdscategorieën, de accreditering, de sociale voordelen van het RIZIV, de kosten, zoals aangehaald in punt 3.2.1. en de sociale bijdragen, afhankelijk van de hoogte van het inkomen.
Wij stellen vast dat er een gemiddeld netto inkomen gegenereerd wordt, gezien over een hele loopbaan, van 1.086.509 BEF. Dit betekent een gemiddelde voor de 6.598 Vlaamse huisartsen. Gezien wij alle leeftijdscategorieën in rekening nemen, kunnen wij tevens spreken over een gemiddelde gegenereerd over de hele loopbaan. In de diverse leeftijdscategorieën zijn er grote verschillen merkbaar. De jongste leeftijdscategorie, namelijk diplomajaar 1997 en 1998, vertoont een negatief netto inkomen. De oorzaak hiervan is het lage startniveau van de prestaties, waartegenover reeds een hoge kostenstructuur staat. In realiteit zullen de kosten de eerste periode hoger zijn dan nadien. Wij gaan er in ons onderzoek vanuit dat de voorgestelde afschrijvingstermijn ook de effectieve gebruiksduur is van de activa en dat er constant dient geïnvesteerd te worden om de patiënten van dienst te zijn met onderzoeken die de nieuwste technieken vereisen. En dus ook steeds nieuwe apparatuur. In de realiteit zal er waarschijnlijk minder geïnvesteerd worden, doch hiervan hebben wij geen duidelijk beeld. De tweede en derde leeftijdscategorie vertoont telkens een stijging van het netto inkomen, wegens een stijgende omzet, doordat het aantal prestaties per jaar stijgt. De kostenstructuur blijft om de hierboven vermelde reden een constante, doch de sociale bijdragen stijgen doordat de omzet stijgt. De vierde leeftijdscategorie vertoont een daling van de omzet. Het betreffen hier artsen met een diplomajaar tussen 1953 en 1961. De vijfde leeftijdscategorie vertoont opnieuw een negatief netto inkomen. We kunnen ervan uitgaan dat de huisartsen in deze beide leeftijdscategorieën weinig nieuwe investeringen doen. Echter om de patiënten ten dienste te zijn, zouden zij tevens moeten investeren. Wij gaan dus uit van een constante kostenstructuur. Het inkomen op jaarbasis is vrij duidelijk te bepalen. Het inkomen per uur is echter sterk afhankelijk van de geleverde prestatieuren per jaar. Aangezien wij uitgaan van een raming van de tijdsbesteding van een Vlaamse huisarts, willen wij er hier op wijzen dat de inkomens per uur sterk afhankelijk zijn van de vooropgestelde tijdsbesteding. Een beperkte afwijking in de tijdsbesteding, geeft een procentueel grotere afwijking op het inkomen per uur. 4. Bepalen van een vergelijkingsinkomen
Ons inziens kunnen volgende beroepscategorieën in aanmerking komen ter vergelijking met een Vlaamse huisarts, gezien de opleiding, de verantwoordelijkheid, de bijkomende vorming, …
- Adviserend geneesheer bij de mutualiteiten - Arts bij de Vlaamse Gemeenschap - Directeur-arts bij de Vlaamse Gemeenschap - Inspecteur-generaal arts bij de Vlaamse Gemeenschap
4.1 Berekening vergelijkbare netto inkomsten
We vertrekken van barema-schalen die wettelijk of via CAO voorzien zijn. Dit betekent dus een mogelijke onderwaardering van de vergelijkingsinkomens, aangezien de werkgevers vrij zijn de werknemers hogere lonen of bijkomende voordelen te bieden, weliswaar binnen bepaalde loonmatigingsgrenzen. We berekenen een gemiddelde over een hele loopbaan genomen. Aangezien we bij de berekening van het netto inkomen van de Vlaamse huisarts, ook rekening houden met alle leeftijdsgroepen. Het betreffen hier allemaal netto inkomsten, zijnde inkomsten voor belasting, maar na aftrek van kosten. Voor de vergelijkbare netto inkomsten houden wij met betrekking tot de aftrekbare kosten rekening met de forfaitair aftrekbare kosten in de personenbelasting in aanslagjaar 2001.
4.1.1 Adviserend geneesheer
Het betreft enerzijds het barema van 1.6.1999, nog geldig op 1.1.2000 en anderzijds het barema van 1.9.2000. Op basis van deze beide barema’s berekenen wij een jaarinkomen, wat wij prorateren voor de beide periodes. Wij houden rekening met het feit dat een huisarts 4 jaar gediplomeerd dient te zijn, om deze functie van adviserend geneesheer te kunnen betreden en een verwachte pensioenleeftijd heeft van 65 jaar; zo komen wij tot een loopbaan van 32 jaar. Wettelijk dient er enkel vakantiegeld betaald te worden en geen eindejaarspremie. Het maandinkomen wordt alzo vermenigvuldigd met 12,92 om tot het jaarinkomen te komen. Bovendien dienen wij rekening te houden met een werknemersbijdrage van 13,07% voor het sociaal statuut van de adviserend geneesheer. Hierdoor komt het netto inkomen voor belastingen op 2.573.966 BEF. Voor de berekening van het uurloon, houden wij rekening met 20 vakantiedagen en 10 wettelijke feestdagen en een 39 urenweek, hetgeen wettelijk voorzien was in 2000.
4.1.2 Vlaamse ambtenaren
De berekeningswijze van de inkomens van de drie Vlaamse ambtenaren, zijnde arts, directeur-arts en inspecteur- generaal arts, waarmee een vergelijking wordt gemaakt, wordt op uniforme wijze opgebouwd. De salarisschalen geven het bruto jaarinkomen weer aan 100%. Deze moeten nog geïndexeerd worden. Voor de periode tot eind augustus 2000 is de index 1,2190 en voor de periode vanaf september 2000 is deze index 1,2434. Op basis van deze beide barema’s berekenen wij een jaarinkomen, wat wij prorateren voor de beide periodes. Wij houden rekening met het feit dat, om deze functie te kunnen betreden, het personeelslid een huisarts dient te zijn en een verwachte pensioenleeftijd heeft van 65 jaar. Zo komen wij tot een loopbaan van 36 jaar. Het vakantiegeld bedraagt voor 2000 een vast bedrag van 35.273 BEF en een variabel gedeelte van 1% van de geïndexeerde bruto-wedde. De eindejaarspremie wordt in 2000 tevens opgesplitst in een vast gedeelte van 11.243 BEF en een variabel deel van 2,5% van de geïndexeerde bruto-wedde. Bovendien houden wij rekening met een afhouding met betrekking tot RSZ van 11,05%. De ambtenaren krijgen gemiddeld gezien over hun ganse loopbaan 43 dagen verlof per jaar. Hierin zijn de wettelijke feestdagen opgenomen. Voor de ambtenaren zijn er tevens barema’s vastgelegd voor overuren, nachtwerk, zaterdag- en zondagwerk en bestaat er een permanentievergoeding. Voor overuren is er vastgelegd dat de ambtenaren, die niet tot de A categorie behoren, 1/1850 van hun jaarlijkse totale brutobezoldiging als vergoeding krijgen bij de prestatie van 1 overuur. De drie ambtenaren hier vernoemd behoren echter tot de A-categorie. Ter informatie geven wij de vergoeding mee in de overzichtstabel. De nachtprestaties worden vergoed aan 2 Euro per uur, of voor 2000 aan 99 BEF per uur prestatie verricht tussen 22.00u en 6.00u. De zaterdagprestaties worden vergoed aan 1 Euro per uur, of voor 2000 aan 49,5 BEF per uur prestatie verricht tussen 0.00u en 24.00u op zaterdag. Het uurbedrag voor de toelage op zondagprestaties wordt vastgelegd op 1/1850 van het salaris. Het betreffen prestaties die op een zondag of een wettelijke, decretale of erkende feestdag tussen 0.00u en 24.00u worden verricht. Bovendien is er voor de ambtenaren een permanentietoelage voorzien, al naargelang het aantal uren permanentie per maand:
4.1.3. Privé sector
De enkele hierboven aangehaalde vergelijkbare lonen uit de privé sector, analyseren wij verder niet, aangezien wij voor deze beroepen enkel kunnen beschikken over de minimum barema’s. Deze weerspiegelen geen reëel beeld van deze inkomens, het zijn immers minimum barema’s en dus zijn de werkelijke inkomens in principe hoger, gezien het marktprincipe van vraag en aanbod. In de petroleumsector bestaat er een CAO die de minimum vergoedingen voor ploegwerk en overwerk vastlegt. - dagploeg in de week +8,5% - nachtploeg in de week +34,5% - dagploeg zaterdag +30,5% - nachtploeg zaterdag +84,5% - dagploeg zon-& feestdagen +108,5% - nachtploeg zon-& feestdagen +134,5% - overwerk vanaf vijfde overuur per dag +100% - overwerk op zaterdag eerste 2 uren +50% - overwerk op zaterdag vanaf 3° uur +100%
Tevens zijn er baremieke toeslagen vastgelegd in de sector van de privé ziekenhuizen. - zaterdagwerk +26% - dagprestaties zon-& feestdag +56% - nachtprestaties +35% - nachtprestaties op zon-& feestdag +50% 5. Vergelijking van inkomen vlaamse huisartsen en ambtenaren
Uit de bovenstaande tabel blijkt duidelijk dat de inkomens van de Vlaamse huisartsen lager zijn dan de vergelijkende inkomens. Voor de berekening van het uurloon wordt er rekening gehouden met het aantal werkuren per week en het aantal dagen verlof per jaar. Voor de berekening van uurloon inclusief premies bij de vergelijkende inkomens, houden wij er rekening mee dat er per maand evenveel extra prestaties zouden geleverd worden dan door de Vlaamse huisartsen, zijnde: - 20 uren overwerk - 8 uren nachtdienst - 4 uren zaterdagdienst - 11 uren zondagdienst
Alzo berekenen wij het hogere gemiddelde uurloon. Voor de berekening van het uurloon inclusief premies bij de Vlaamse huisartsen, houden wij rekening met volgende premies die kunnen afgeleid worden uit punt 4.1.3. de premies die gebruikelijk zijn in de privé sector:
- 2 uren overwerk +50% - 18 uren overwerk +100% - 8 uren nachtdienst +35% - 4 uren zaterdagdienst +26% - 11 uren zondagdienst +56% En dit voor 12 maanden per jaar. Het uurloon van de Vlaamse huisartsen inclusief premies is lager dan het uurloon zelf, aangezien de vergoedingen die zij ontvangen reeds mee opgenomen zijn in het inkomen. Voor de berekening van het uurloon inclusief premies, houden wij rekening met de hierboven vermelde extra toeslagen. Wij berekenen hier eigenlijk wat de Vlaamse huisartsen te weinig aan premies vergoed krijgen ten aanzien van de premievergoedingen in de privé sector. Voor de vergelijkende inkomsten komen deze bijkomende vergoedingen nogeens bovenop het berekende netto inkomen op jaarbasis. Hierbovenop dienen wij nog rekening te houden met de vergoeding die bijvoorbeeld ambtenaren verkrijgen voor de tijd die zij permanentie hebben. Een gemiddelde Vlaamse huisarts blijkt op jaarbasis 3.125 uren permanentie te vervullen. Dit wil zeggen bereikbaar zijn voor zijn patiënten, buiten de prestatietijd. Op maandbasis bedraagt deze permanentietijd dus ongeveer 260 uren. Een ambtenaar zou hiervoor 6.931 BEF op maandbasis vergoed worden. Op jaarbasis is het inkomen van een gemiddelde Vlaamse huisarts nog 83.172 BEF extra te laag, zijnde een vergoeding voor de permanentietijd. IV BESLUIT
Met betrekking tot het inkomen van de Vlaamse huisartsen willen wij benadrukken dat wij enkel rekening houden met de prestaties uitgevoerd voor het RIZIV en niet met andere opbrengsten die zij uit mogelijke andere prestaties verkrijgen. Bovendien willen wij erop wijzen dat een aantal kosten, als gemiddelde raming, gelden en dat bepaalde goederen langer kunnen gebruikt worden dan de voorziene afschrijvingstermijn. Dit veroorzaakt een lichte onderschatting van het berekende inkomen van de Vlaamse huisartsen. Onze berekeningen zijn opgesteld rekening houdend, met de betrouwbare gegevens waarover wij kunnen beschikken en die vermeld worden in ons verslag. Wij zijn er ons van bewust dat de berekening van het netto inkomen van een afzonderlijke Vlaamse huisarts wel één of andere afwijking zal vertonen met onze algemene opstelling, gezien specifieke karakteristieken aan de basis zullen liggen. Bovendien willen wij een voorbehoud maken met betrekking tot het uurloon, aangezien dit een afgeleide is van het jaarinkomen, dat rekening houdt met een geschatte tijdsbesteding. In bijlage 4 vindt u een overzicht van de belangrijkste kerncijfers van ons onderzoek. Wij kunnen besluiten dat het netto inkomen van de Vlaamse huisarts, over een hele loopbaan genomen, ongeveer moet verdubbelen om op gelijke hoogte te komen met het inkomen van een adviserend geneesheer of dat van een arts-ambtenaar. Het netto inkomen per uur moet zelfs nog sterker stijgen, aangezien de gemiddelde Vlaamse huisarts ongeveer 21 uren per week meer presteert dan de beroepscategorieën waarmee een vergelijking wordt gemaakt en minder verlofdagen neemt. Indien wij hierbovenop nog rekening houden met extra premies die de beroepscategorieën, waarmee een vergelijking wordt gemaakt, krijgen voor het leveren van overwerk en prestaties op zaterdag of zon- en feestdagen en voor nachtprestaties, dient het uurloon van de Vlaamse huisartsen nog sterker te stijgen om evenredig te zijn. Bij de Vlaamse huisartsen zijn de ontvangen meeropbrengsten wegens prestaties op zaterdag of zon- en feestdagen en tijdens de nacht, opgenomen in het inkomen. Met de uren die hiervoor gepresteerd worden, is er tevens rekening gehouden bij de tijdsbesteding van de Vlaamse huisartsen.
Antwerpen, 26 augustus 2002
BVCV Callens, Pirenne & C° Bedrijfsrevisoren
A. De Ceuster Vertegenwoordigd door B. Callens Bedrijfsrevisor Bedrijfsrevisor |
|
Start | Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via web▲master_svh@telenet.be. Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site. View My Stats |