|
Knecht voor alle werk of
dorpsnotabele?: de Vlaamse plattelandsarts in de 19de eeuw De medische situatie op het
platteland was tot het begin van de 20ste eeuw een belangrijk onderwerp
binnen het medisch discours. De plattelandsdokter had sinds de jaren
1830-1840 een duidelijke visie op zijn rol in de samenleving. Hij profileerde
zich steeds gaandeweg als deskundige, als socioloog en als cultureel
bemiddelaar die ingaat tegen de angsten, vooroordelen en onzekerheden inzake
ziekte en dood. De bevolking voor een hygiënischer levenswijze winnen, maakte
deel uit van zijn roeping, behoorde tot zijn 'moreel en intellectueel
apostolaat'. Zijn kennis droeg echter niet noodzakelijk of onmiddellijk bij
tot een reële statusverhoging. Zijn maatschappelijke positie was in menig
opzicht weinig benijdenswaardig. De plattelandsdokter ijverde niet enkel voor meer investeringen in gezondheidszorg op het platteland, maar ook voor hogere honoraria en voor een strengere bestraffing van de kwakzalvers en andere concurrenten. Hij kwam op voor een reeks beroepsbelangen die vandaag door het medisch korps als verworven kunnen worden beschouwd. Het zou ongeveer een eeuw duren alvorens de arts tot een volwaardige dorpsnotabele zou uitgroeien en zijn plaats zou veroveren naast de notaris, de dorpspastoor en de onderwijzer.
Ontdek het volledige programma op www.tussenlichaamengeest.be |