|
15 NOVEMBER
2006 CONSENSUS :
HALT aan de
ADMINISTRATIEVE WAANZIN !
Wij, huisartsen uit het Noorden en uit het Zuiden van
België, ongeacht onze syndicale gezindheid, ongeacht onze betrokkenheid bij de
ene of de andere drukkingsgroep, wij allen stellen hier heel duidelijk: de
huidige mallemolen is NIET langer aanvaardbaar!
Eensgezind roepen wij: STOP KAFKA ! ! !
1. Wij verwerpen de CTG in haar huidige versie !
-
Wij vragen de opheffing van de geheimhouding
van de discussies in de CTG. Wij eisen een volledige transparantie,
behoudens gerechtvaardigde discretie. ( In die situaties moet hiervoor een
grondige verrechtvaardiging voorgelegd worden ) . Indien belangenconflicten
zich voordoen, vragen wij hieromtrent – zoals het elders ook gebruikelijk is
– op transparante wijze ingelicht te worden. Wij staan er ook op te vernemen
wie wat gestemd heeft, zodat onze vertegenwoordigers ( die zo al een
minderheid vormen ) niet onterecht als “excuus” zouden fungeren voor het
treffen van niet te pruimen regelgevingen.
-
Onze syndicale vertegenwoordigers zijn nu in
feite de énigen in de CTG die effectief op het terrein werkzaam zijn, en dus
voeling hebben met de dagelijkse realiteit . Zij zijn in de CTG evenwel in
de minderheid, zodat wij vragen hen een vetorecht toe te kennen.
2. Een onhaalbaar
systeem
·
Wij zijn gewoonweg overrompeld door
de overreglementering betreffende de verschillende hoofdstukken van
geneesmiddelen; zelfs diegenen onder ons die bij wetenschappelijk onderzoek
of bij beroepsorganisaties intensief betrokken zijn, verliezen er het
Noorden bij ! Niemand onder ons beheerst nog alle gegevens. Het is voor ons
geen valabel argument, dat bepaalde economische belangen determinerend zijn
voor het rangschikken van farmaca in een of ander Hoofdstuk. De factoren die
bedoelde classificatie bepalen zijn volledig aan onze wil onttrokken: wij
zijn slechts aan het einde van de rit er het slachtoffer van.
Slachtoffer van een papierberg die iedere logica tart, slachtoffer óók van
een permanente juridische onzekerheid, die ons om de haverklap in een
belangenconflict met onze patiënten dwingt.
·
Het is niet aan ons om voorstellen te
doen voor de vereenvoudiging van de classificatie, het is UW opdracht
oplossingen te zoeken welke uitmonden in een radicale vereenvoudiging.
Welke ook de door U voorgestelde oplossingen mogen
wezen, zij dienen eerst op het terrein te worden uitgetest.
·
Inmiddels vragen wij onmiddellijk
hetgeen volgt met betrekking tot Hoofdstuk IV
o
Halt aan de omgekeerde
echelonnering, die ons noodzaakt beroep te doen op een specialist
vooraleer te mogen voorschrijven.
o
Integrale afschaffing van
“derdebetalersregeling van toepassing” en van iedere a posteriori
controle.
·
Wanneer een a priori toelating voor
een Bf verleend wordt door een controlerend geneesheer, dient die toelating
te worden geconsolideerd. De vermelding “onder voorbehoud van….” op de
Bf-aanvraagformulieren dienen te verdwijnen.
Een Bf vergunning voor een chronische aandoening dient levenslang te worden.
Een Bf vergunning voor een bepaald geneesmiddel moet geldig zijn voor gans
de klasse van dat product.
·
Wij eisen duidelijke richtlijnen,
voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk, en up-to-date. Deze richtlijnen
dienen ook rekening te houden met onze noden tijdens het huisbezoek.
·
In het specifieke geval van de PPI’s
welke aan de Bf-maatregel onttrokken werden, wordt de budgettaire explosie
toegeschreven aan de “onbekwaamheid van de huisartsen om correct voor te
schrijven” en dit wordt als argument gebruikt om terug beperkende
voorwaarden op te leggen. Maar hoe kan men een budgettaire balans maken
indien men geen rekening houdt met de bezuinigingen op gastroscopieën? Of de
bezuiniging door het afschaffen van heel de Bf-administratie? En wat met de
toename van het budget van de Ranitidine en andere antacida? En hoe zit het
met de invloed van de onmiskenbare toename van het aantal oesofagitiden?
We stellen tevens de vraag: hoe kunt U ons
verklaren waarom het budget van Simvastatine e.a niet is toegenomen ?
·
Het is ons niet onbekend dat de wet
van 10-08, welke ons verplicht om het aantal tabletten per verpakking te
specifiëren, niet onder de bevoegdheid van het CTG valt, maar wij houden
eraan in dit hoofdstuk over onhaalbaarheid erop te wijzen dat het ons NIET
mogelijk is in te gaan op een wetgeving, die tegelijk de farmaceutische
bedrijven geen enkele verplichting tot uniformisatie oplegt, maar wel de
artsen verplicht in detail te onthouden welke de verschillende
conditioneringen van éénzelfde molecule zijn … .
·
Verder vragen wij ook nog, dat alle
generica dezelfde indicaties zouden vermelden als de referentie-specialiteit,
of, bij ontstentenis hiervan, zouden vergoed worden volgens de indicaties
van bedoelde specialiteit.
3. Controles
·
Wij willen niet langer controles
onder vorm van steekproeven.
Indien U beslist de zgn. ’outliers’ te controleren, om na te gaan of een
voorschrift wel wetenschappelijk geschraagd was, waar blijft dan de
wetenschappelijke logica om nooit te controleren of sommige voorschrijvers
integendeel niet te minimalistisch zijn in hun therapeutisch optreden ?
·
Wij eisen dat in alle gevallen het
vermoeden van onschuld zou gelden, aangezien geen enkel wetenschappelijk
bewijs voorhanden is, om te bevestigen dat de conformiteit met percentiel 50
bij het voorschrijven beter zou zijn.
·
Teneinde aan permanente zelfevaluatie
te doen, evenals aan eventuele bijsturing van ons voorschrijfgedrag, vragen
wij permanente toegang tot al onze persoonlijke gegevens, en de mogelijkheid
tot vergelijken met de nationale profielen.
KORTOM:
M
Namens SVH
Namens Domino-syndicaat
Dr. Herman Moeremans
Dr. Peter De Bruyn

|