Syndicaat van Vlaamse Huisartsen vzw

 

 

Contacteer ons!  

                                            

     Start  

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van de open bevraging van de Vlaamse huisarts over het programma van het SVH.

Dit is geen wetenschappelijk sluitende bevraging vermits het een steekproef betrof onder alle Vlaamse huisartsen met 206 valabele antwoorden. In ieder geval geven de duidelijkheid van de cijfers een sterke indicator voor wat de Vlaamse huisarts wil.

 

1.  Erkenning van huisartsensyndicalisme

           
Omkering van een beleid, dat reeds jaren gestuurd wordt vanuit een hospitaal-denken, kan slechts indien eigen overlegstructuren worden gegeven aan de huisartsen. Uiteraard betekent dit eveneens dat er een eigen budget komt voor huisartsgeneeskunde. 

 

Is een volwaardige erkenning van een huisartsensyndicaat, als autonome vertegenwoordiger van de huisartsen, noodzakelijk?

 

100%  akkoord               0%  niet akkoord

 

De huisartsenproblematiek wordt binnen de huidige overlegstructuren naar het tweede plan verschoven. De huisarts kan zijn taak maar ten volle waar maken door een aangepast huisartsenbeleid. Daarom moet een specifiek overlegorgaan tussen overheid en de huisartsen opgericht worden?

 

94% akkoord                6% niet akkoord

 

De noodzakelijke financiële middelen worden de huisartsen ontnomen omwille van de tekorten in de hospitaalgeneeskunde. De huisarts kan zijn taak maar ten volle waar maken door het creëren van een specifiek huisartsenbudget.

 

98% akkoord                2% niet akkoord

 

 

2.  Vrije keuze van hulpverlener per verzorgingsechelon  

  
Huisartsen vragen reeds jaren echelonering. In zijn plan “2006-2007” geeft onze minister hiertoe een eerste aanzet: de differentiële terugbetaling na verwijzing is een goede stap. Wij zijn dan ook vragende partij om dit samen met de minister verder uit te werken. Rationalisering van zorg en beheersing van kosten staat lijnrecht tegenover de onvoorwaardelijk vrije keuze van hulpverlener als recht van de patiënt.

Voor een optimale continuïteit van de zorgen bepleiten wij een keuze per verzorgingsechelon. De patiënt heeft de initiële vrije keuze.

 

Binnen het eerste echelon is het GMD een uitstekende methode om de continuïteit in de huisarts-patiënt-relatie te brengen en te houden.

 

91% akkoord                9% niet akkoord

 

De continuïteit binnen de hogere echelons kan bekomen worden door de differentiële terugbetaling na verwijzing te koppelen aan de eerste verwijzing en aan de respons van de collega-specialist op die verwijzing.

 

92,5% akkoord                7,5% niet akkoord

 

Indien akkoord: het SVH bepleit een preferentiële begeleiding van de patiënt door de huisarts voor de keuze van verdere verzorging op het hogere echelon.

 

88,5% akkoord                11,5% niet akkoord

 

 

3.  Herwaardering basis-huisartsenprestaties   

               
Jonge artsen kiezen niet meer voor de huisartsgeneeskunde. De aantrekkelijkheid van het beroep kreeg nog een extra deuk nadat OESO berekende dat de huisartsen slechts één derde verdienen in vergelijking met onze collega’s specialisten. Een fikse verhoging van honoraria is een minimale vereiste. Wij pleiten voor een herwaardering naar 25 – 30 – 35 EURO (raadpleging – GMD – huisbezoek).

 

Honoraria-aanpassing moet per jaar gebeuren telkens eenmalig in het begin van het jaar.

 

95,5% akkoord                4,5% niet akkoord

 

Herwaardering moet gebeuren op financieel zowel als op inhoudelijk vlak. Kruis aan welk voor U prioritair is:

 

43% financieel              57% inhoudelijk

 

Toch moet de laagdrempeligheid van onze eerstelijnsgezondheidszorg gewaarborgd worden. Het is dan ook belangrijk de remgelden voldoende aan te passen.

 

91% akkoord                9% niet akkoord

 

 

4.  Afschaffing codes meervoudige bezoeken  

 
Een huisbezoek is een raadpleging in moeilijke omstandigheden.

Vooreest is er de steeds grotere verkeersdrukte tijdens onze verplaatsingen. Bovendien betalen ook wij de duurdere autobrandstof! Er zijn de toenemende problemen om een parkeerplaatsje te vinden. Maar er is bovenal het feit dat we op een huisbezoek met minder hulpmiddelen, toch tot adequate zorg en een goede diagnose moeten komen. Dit blijft evenzeer gelden indien we niet alleen onze patiënt onderzoeken op een halfduister zolderkamertje; dat geldt even goed voor de echtgenote die we tijdens hetzelfde bezoek aanhoren en onderzoeken in de keuken tussen broodtrommel en afwas…

Dit geldt evenzeer voor bezoeken in het rusthuis, die vaak meer tijd vergen, mede door de noodzaak tot overleg met de verzorgenden.

 

Codes voor meervoudige bezoeken moeten afgeschaft worden.

 

59% akkoord                41% niet akkoord

 

 

5.  Herijking van nomenclatuurnummers    

         
Opwaardering van de typische basis-huisartsenprestaties bespraken we reeds onder punt 3. Het is echter eveneens van belang dat ook andere elementen uit de huisartsennomenclatuur worden aangepast.

Wij stellen voor om één nieuw spoed-nomenclatuurnummer te voorzien voor alle afwijkende raadplegingen en bezoeken overdag aan een tarief van 60 EURO. Daarnaast pleiten we voor één nieuw spoed-nomenclatuurnummer ’s nachts (vanaf 21.00 uur) aan een tarief van 100 EURO.

Een apart nomenclatuurnummer voor avondraadplegingen (tussen 18.00 en 21.00 uur) dient voorzien te worden aan 40 EURO

 

Rangschik (met 1,2,3 waarbij 1 belangrijkst en 3 minst belangrijk is) volgens belangrijkheid.

 

  • nachtbezoek                    1: 31,5%        2: 30,5%        3: 38%

  • weekendbezoek                1: 30,5%        2: 48,0%        3: 21,5%

  • avondbezoek na 18.00h     1: 37,0%        2: 21,5%        3: 42,5%

 

Recent werden spirometrie en microscopisch urineonderzoek in de telkamer als technische act in de MedicoMut goedgekeurd. Welke 3 technische prestaties wilt U nog in een nomenclatuurnummer gewaardeerd zien?

Geef zelf een waardering in euro voor deze nummers

 

 1/ gewrichtinfiltratie voor  gemiddeld 14,5 €

 2/ enkeltaping voor gemiddeld 21,5 €

 3/ psychiatrisch consult voor gemiddeld 40,5 €

 

 

6.  Nomenclatuurnummer voor administratieve taken  

            
Vereenvoudiging van administratieve overlast, daar zijn we allemaal voor te vinden. Maar de realiteit is dat een steeds complexere maatschappij steeds meer administratieve verantwoording oplegt. Het SVH pleit voor invoering van twee nomenclatuurnummers, specifiek voor huisartsen. 

 

a)  Een nummer voor alle officiële attesten en formulieren, waarbij extra controle en opzoekwerk in het dossier vereist is: we denken hier aan formulieren 3&4, de nieuwe formulieren voor aanvraag van rolstoelen, overlijdensattesten, ook alle attesten voor aanvraag medicatie vallen voorlopig (zie punt 9 en 10) onder deze categorie. Voor dit nummer wordt voorzien in een RIZIV-terugbetaling.

 

Dit nomenclatuurnummer wordt gebruikt op een attest voor verstrekte zorg in combinatie met het nummer voor raadpleging of huisbezoek. Vergoeding: 15 EURO.  
    

84%  akkoord                16%  niet akkoord

 

b) Een nummer voor alle andere attesten: werkonbekwaamheid, schoolattesten, sportclub-attesten, briefjes voor verzekeringen, attesten voor advocaten, kortom elk attest waarvoor we een extra aanvraag krijgen.      
In principe wordt de code hiervoor niet terugbetaald door het RIZIV.

 

 Vermelding van dit nummer op een apart zorgattest maakt het echter voor de patiënt   mogelijk om de kosten voor dit attest terug te vorderen van de instantie die het attest vraagt.  Vergoeding: 10 EURO.

 

68,5%  akkoord                31,5%  niet akkoord

 

 

7.  Positieve conventie   

           
Het SVH bezorgde minister Demotte reeds dit voorstel in de loop van het voorbije jaar. In het huidige conventiesysteem, worden alle artsen als “geconventioneerd” beschouwd, tenzij ze zelf actief deconventioneren.

Het gevolg is dat de conventiecijfers vervalst worden door een steeds groter wordende groep van algemene geneeskundigen zonder huisartsenpraktijk. Zo worden artsen in loondienst, artsen werkzaam in de industrie, ambtenaren, arbeidsgeneesheren, schoolartsen, en andere artsen zonder praktijk meegeteld met de geconventioneerde huisartsen.

Voor het jaar 2003 zijn er 8.996 artsen bekend bij het RIZIV zonder uitgavenprofiel.

Bovendien vroegen in 2004 752 algemeen geneeskundigen zonder uitgavenprofiel een "sociaal statuut" aan: dit is nochtans bedoeld als compensatie voor wie bereid is aan conventietarieven te werken.

Deze situatie is mee verantwoordelijk voor de hilarische Belgische realiteit: namelijk dat geen enkele instantie in staat is om te zeggen hoeveel huisartsen er in ons land actief zijn …  .

Een omkering van het systeem, waarbij de huisarts zelf aangeeft of hij/zij de conventie aanvaardt, zal cijfers leveren die ons juister informeren over het aantal echte huisartsen. Meteen kan ook de uitbetaling van de sociale voordelen, gekoppeld aan conventies, een flink stuk vervroegd worden.

 

Een positieve conventie is noodzakelijk.

 

90%  akkoord                10%  niet akkoord

 

 

8.  Volwaardige sociale zekerheid voor huisartsen     

 
De sociale voordelen, gekoppeld aan een conventie, zijn slechts een “nepstatuut”. De huisarts, die zich een heel leven inzet voor onze “sociale-zorg-maatschappij” verdient een even goede sociale bescherming als elke andere burger. Het zelfstandigenstatuut houdt er geen rekening mee dat de overheid (de maatschappij) in feite onze werkgever is. We hebben recht op een sociale bescherming die volledig evenwaardig is aan deze die een geneesheer-ambtenaar in dit land geniet, en dit los van het conventiegebeuren!        
SVH pleit ook voor het oprichten van een "sociaal fonds " om de werkongeschikte huisartsen substantieel te ondersteunen. Zohaast de Domus Medica  is opgestart, kan een denktank opgericht worden die dit verder uitwerkt en zeer concrete voorstellen kan doen op de gepaste beleidsniveaus.

 

Voor het bekomen van een echte sociale zekerheid voor huisartsen tijdens de beroepsactieve periode tot 65 jaar moet - los van de conventie - een deel van het budget besteed worden aan een fonds voor tegemoetkoming tgv werkonbekwaamheid door ziekte, ongeval, zwangerschap.

 

91%  akkoord                9%  niet akkoord

 

Voor het bekomen van een echte sociale zekerheid voor gepensioneerde huisartsen moet een betere pensioenregeling uitgewerkt worden.

 

93,5%  akkoord                6,5% niet akkoord

 

De sociale zekerheid van de huisartsen moet uitgewerkt worden los van de conventie. In geen enkele beroepsgroep is de sociale zekerheid afhankelijk van het aanvaarden van een collectieve arbeidsovereenkomst. Ook voor de artsen mag het al dan niet aanvaarden van de conventie - onze collectieve arbeidsovereenkomst - geen enkele weerslag hebben op onze sociale zekerheid.

 

91,5 akkoord                 8,5% niet akkoord

 

 

9.  Geneesmiddelenvoorschrift is verantwoordelijkheid arts


Het SVH pleit voor een geneesmiddelenbeleid, waarin de specifieke verantwoordelijkheid van de arts, als voorschrijver gerespecteerd blijft. Momenteel wordt beïnvloeding van het voorschrijven gebruikt als middel om besparingen op het geneesmiddelenbudget te realiseren. Nochtans is de overheid zelf de eerste verantwoordelijke voor de hogere prijzen, die onze patiënten in ons land betalen voor hun geneesmiddelen. Het huidige systeem van Voorschrijven op stofnaam, wordt door het SVH resoluut afgewezen. In het voorstel dat het SVH verdedigt (conform met de resoluties in het VHP) kan een voorschrift op stofnaam slechts indien het gekoppeld wordt aan enkele andere principes: enerzijds een voorafgaandelijke aanbesteding, die ons goedkopere medicijnen zal opleveren, anderzijds enkele maatregelen die de therapietrouw van de patiënten helpt te verbeteren. We noemen ons voorstel dan ook TTVV: een Therapie-Trouw-Versterkend-Voorschrift. Ook in het kader van a priori- en a posteriori-controlesystemen, wordt ons standpunt bepaald door het nodige respect voor de verantwoordelijkheid en autonomie van de voorschrijvende arts.

 

De huidige regeling van VOS wordt door de overheid gebruikt om zuiver economische doeleinden waarbij de medische omkadering van het voorschrift ondergeschikt is.

 

87%  akkoord                13%  niet akkoord

 

De huidige statistische verwerking van het voorschrijfgedrag bewijst dat gegevens door de overheid tegen de beroepsgroep kunnen worden gebruikt enkel om economische redenen, zonder rekening te houden  met de medische omkadering van dit voorschrift.

 

88%  akkoord                12%  niet akkoord 

 

 

10.  Afschaffing van a priori en a posteriori Bf toestanden 

    
Het geneesmiddelenvoorschrift is een document, opgemaakt vanuit de huisarts-patiënt-relatie, waarbij de maatschappij de deskundigheid en de beroepsernst van de huisarts aanvaardt.

De bestaande “attestplicht” is slechts een bijkomende hinder voor arts en patiënt en moet afgebouwd worden.

In het bijzonder moet ook elke regelgeving, die er slechts op gericht is om onnodige extra specialistenprestaties in stand te houden, verdwijnen (vb: PPI-regeling, steunzolen-voorschrift etc.)

 

Vooreerst dient de a posteriori regeling volledig afgeschaft te worden. De administratieve vereenvoudiging weegt niet op tegen de  zware responsabilisering van deze regeling die volledig naar de huisarts toegeschoven wordt.

 

A posterori regeling moet afgeschaft worden

 

86,5%  akkoord                13,5% niet akkoord

 

Ook de bestaande a priori regeling moet afgebouwd worden. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen door de geneesmiddelen aan een goedkopere prijs ter beschikking te stellen, of door het budget voor de geneesmiddelen op te trekken.

 

A priori regeling moet afgeschaft worden

 

81,5%  akkoord                18,5% niet akkoord

 

 

11.  GMD regeling         


Het SVH pleit voor zowel een automatische verlenging als de manuele verlenging ter inning van de Globale Medische Dossiers. De huidige “administratieve regeling” is hierbij een tussenstap. We pleiten voor een automatische jaarlijkse verlenging – ook indien er geen patiëntencontact was in het afgelopen jaar. De automatische verlenging vervalt op het ogenblik dat de patiënt gedurende vijf jaar niet meer consulteerde. Bij verandering van huisarts dient minimaal één keer een manuele GMD-aanvraag te gebeuren.

 

Deze voorgestelde regeling maakt meer dan 90% GMD-inning binnen Uw praktijksituatie mogelijk.

 

86%  akkoord                 14% niet akkoord

 

Men kan gerust aannemen dat de mutualiteiten in staat zijn om voor het einde van de maand januari 95 % van de GMD’s van het vorige jaar uit te betalen. Het kleine percentage van getuigschriften dat door sommige patiënten niet in hetzelfde jaar is binnengebracht mag geen rem zijn voor een tijdige uitbetaling door de mutualiteiten. Het kleine percentage GMD’s wordt zo ten onrechte automatisch uitbetaald, en kan het daaropvolgende jaar verrekend worden bij de nieuwe uitbetaling van de GMD's.

 

85,5% akkoord                  14,5%  niet akkoord

 

 

12.  Erkenning GMD op niveau samenwerkingsverbanden 

  
Het “geklungel” met “G-stempeltjes” heeft reeds lang genoeg geduurd. De ziekenfondsen zijn met hun informatica perfect in staat om nu reeds rekening te houden met de gekende samenwerkingsverbanden. We eisen dat onze minister deze zaak onmiddellijk regelt. Het afschaffen van deze klucht is immers de beste stimulans om huisartsen ook aan te sporen tot samenwerkingsvormen. 

 

GMD geldt per praktijk. Via het praktijkkadaster (zie ook punt 14) hebben mutualiteiten geen bijkomende administratie nodig om de terugbetalingmodaliteiten voor de patiënt optimaal uit te voeren.

 

94,5% akkoord                  5,5%  niet akkoord

 

 

13.  Financiële middelen voor wachtdienstprojecten 

   
De problemen om de huisartsenwachtdienst te verzekeren, worden momenteel overal aangevoeld. Ook buiten de stedelijke omgeving. Tot nu toe worden echter enkel initiatieven gesteund – zij het onvoldoende - die opgestart werden in stedelijk milieu. Ook in rurale streken moet de wachtdienst echter nieuwe kansen krijgen. Niet alleen de weekend-wachtdienst moet ondersteund worden, ook de organisatie van wachtdiensten tijdens de weekdagen verdient extra aandacht.

Projecten, die de herkenbaarheid en de functionaliteit van de wachtdienst verbeteren, verdienen een stimulans: we denken aan vergoeden van de kosten voor centrale oproepnummers, vergoedingen voor projecten met een centrale “wachtdienstlocatie”. Deze vergoedingen moeten echter van “projectmatige” naar “structurele” vergoedingen evolueren. 
Binnen deze projecten wilt het SVH er mee over waken dat  de data verworven door deze werkwijze onvoorwaardelijk onder het beheer van de huisartsen blijven.     
Een delicaat punt in de vergoedingen voor wachtdiensten blijft eveneens de laattijdige uitbetalingen. Net zoals voor alle andere niet-prestatiegebonden betalingen willen we hier correcte afspraken en een systeem met nalatigheidsinterest.

 

Het beschikbaarheidshonorarium voor wachtdiensten (weekendwachten én weekdagdiensten) moet worden gefinancierd volgens heersende maatschappelijke normen, rekening houdend met de aard van het werk en de verantwoordelijkheid die de huisarts draagt: 's nachts en in het week-end moet zij/hij in moeilijke omstandigheden bekwaam zijn probleemsituaties, waarbij de arts vaak alleen op zichzelf kan vertrouwen, adequaat tot een goed eind te brengen.

 

96,5%  akkoord                 3,5%  niet akkoord

 

Het beschikbaarheidshonorarium voor de wachten in het algemeen moeten rekening houden met dag, - avond- en nachttarieven.

 

86,5% akkoord                  13,5%  niet akkoord

 

 

14.  Praktijkerkenning


Ons voorstel om GMD-erkenning mogelijk te maken op het niveau van samenwerkingsverbanden, betekent meteen dat er werk moet gemaakt worden van de praktijkerkenning.

 

Een kadaster van de huisartsenpraktijken moet worden opgemaakt.

 

95%  akkoord                5%  niet akkoord

 

Structurele vergoeding voor de huisartsenpraktijk moet hieraan verbonden worden (P3). Deze vergoeding dient gelijkwaardig te zijn voor alle praktijkvormen. Samen met ons voorstel, om de conventie om te vormen tot een systeem van “positief aanvaarden van de conventie” helpt deze praktijkerkenning om de echte huisartsen te onderscheiden van de algemeen geneeskundigen, die niet als huisarts te werk gesteld zijn.

 

Elke praktijkvorm moet evenwaardig worden vergoed.

 

91% akkoord                  9%  Niet akkoord

 

 

15.  Databanken

 

Het SVH pleit er voor dat medische databanken van welke aard ook in beheer moeten blijven van de beroepsgroep zelf. De recente voorschriftgegevens ons verstrekt door de overheid bewijzen nog maar eens dat het moeilijk is dergelijke gegevens correct weer te geven, te verwerken en te interpreteren zonder medewerking van de artsen zelf.

Daarom kunnen huisartsen enkel medewerking verlenen aan initiatieven, mits medisch databeheer door de beroepsgroep zelf. Dit geldt zowel voor alle initiatieven rond medische data, zowel van de overheid, als van farmaceutische en andere privébedrijven, mutualiteiten, edm.

 

Databanken ontstaan uit medische gegevens moeten door artsen zelf worden beheerd.

 

 91% akkoord                 9%  Niet akkoord

 

 

_________________________________________________________________________________________

Uw syndicale voorkeur tot voor 2006:

 

4% ASGB        2,5% BVAS         1% DOMINO    0% GBO         73% SVH         19,5% geen

 

Indien het SVH Uw voorkeur heeft, vul ook onderstaande vragen in:

 

Om deel te kunnen nemen aan het overleg binnen de MedicoMut zullen coalitiepartners dienen gekozen te worden om zo aan de wettelijke voorwaarden te voldoen. Indien geen coalitie gevormd wordt is afwezigheid buiten de MedicoMut het gevolg en kan slechts ‘vanaf de zijlijn’ invloed worden uitgeoefend op het beleid. Moet een coalitie gemaakt worden?

 

73,5% akkoord                  26,5%  Niet akkoord

 

Indien ja, met welke partner verkiest U een coalitie aan te gaan?

 

5% ASGB-GBO     7% BVAS         15% DOMINO        4% DOMINO-GBO        69% Domus Medica         

 

Verwante pagina


Start | Contact | Lid zijn | Programma | Huisarts.be | Tarieven | Thema's | Acties | Jouw mening | Bestuur | Medi-nieuws | FAQ | Standpunten

   Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via webmaster_svh@telenet.be.

                   Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site.    View My Stats