| |||||||||||||||||
|
|
Open brief 25.11.2008
Geachte leden van de Nationale Raad,
Naar aanleiding van overleg tussen huisartsen uit het Noorden en het Zuiden van het land vroeg het SVH in augustus aan de Nationale raad van de Orde der Geneesheren meer uitleg over de houding van de Orde betreffende de noodzaak voor de huisarts om zich ter plaatse te begeven.
Het SVH nam kennis van het advies dat de Nationale Raad van de Orde vrijgaf op 12/12/2008.
In dat advies blijft de Orde vasthouden aan de vroegere stellingname. In het bijzonder: 'de deontologische plicht tot deelname aan de wachtdienst en de verplichting om tijdens de wachtdienst alle uitdrukkelijk door patiënten of hun naaste omgeving aangevraagde huisbezoeken uit te voeren'.
Het SVH betreurt dat de Nationale Raad hierbij onvoldoende rekening houdt met maatschappelijke tendensen. In het bijzonder legt dit een zware hypotheek op de uitoefening van de wachtdienst in landelijke gebieden. Maar ook in een stedelijke omgeving zijn de verplaatsingen – samen met de toenemende parkeerproblemen – een echte hinderpaal om vlotte zorgverlening te kunnen bieden. De last en tijdsinvestering, die veroorzaakt worden door de verplaatsingsproblemen, vaak voor interventies die echt niet zo dringend zijn als de patiënt of zijn omgeving inschat, werken demotiverend voor de huisartsen die nog actief deelnemen aan de wachtdienst.
De Nationale Raad stelt: 'Het heikele punt van beoordeling is uiteraard het zich niet kunnen verplaatsen van de patiënten'. Het SVH is van oordeel dat het heikele punt niet zozeer het beoordelen van de onmogelijkheid van verplaatsing is, maar wel de subjectieve beoordeling van een urgentiegraad door een patiënt of de omgeving van de patiënt. Medisch en paramedisch geschoolden weten zeer goed dat ongerustheid en angst vaak een foute beoordeling van dringendheid veroorzaken. Het is naar onze mening dan ook fout dat de Orde dit subjectief oordeel van de patiënt en zijn/haar omgeving klakkeloos als vaststaand gegeven overnemen.
In hetzelfde advies stelt de Nationale Raad ook dat zelfs een telefonische triage niet mag ingaan tegen de expliciete vraag van een patiënt, die een huisbezoek vraagt. We stellen ons daarbij de vraag of triagesystemen van brandweer en andere hulpdiensten door de Orde op eenzelfde wijze beoordeeld worden? En waarom niet: laat ons dan ook eens de deontologische aspecten bekijken van het ongeoorloofd snel inzetten van vaak overbodige ziekenwagen-interventies.
Bovendien stelt het SVH vast dat ook de Orde een erg dubbelzinnig standpunt inneemt. In een ander advies van 12/12/2008 (over begeleiding in ambulance) schrijft de Nationale Raad: 'de wetenschappelijke/medische competentie van de huisarts op het gebied van de dringende geneeskundige hulp is beperkt, en is zeker niet vergelijkbaar met die van de geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde'.
Indien de Nationale Raad van oordeel is dat de huisarts dus niet competent is om dringende hulp te verlenen, dan stelt het SVH volgende bijkomende vragen aan de Nationale Raad van de Orde:
|
|
Start | Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via web▲master_svh@telenet.be. Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site. View My Stats |