| |||||||||||||||||
|
|
Inkomen van de huisarts anno 2008(of de eisenbundel van de Vlaamse huisarts voor de komende conventie)
Het is reeds jaren een trend. Zowel vanuit het standpunt van de gezondheidswerkers als vanuit zuiver economisch standpunt is men er steeds meer van overtuigd dat vergoeding voor het werk in de gezondheidssector niet meer dient te gebeuren zuiver op basis van het aantal prestaties. Evolutie naar een “gemengd systeem” waarbij naast prestatiebetaling forfaitaire betaling werd voorzien is reeds jaren bezig. Toch is er eveneens evidentie om niet naar een zuiver forfaitair systeem over te stappen. Het is zelfs wenselijk om ook de verschillende vormen van forfaits beter te omschrijven en te stroomlijnen.
Aanzet om totaal nieuwe wegen op te gaan.
Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen staat klaar om mee deze totaal nieuwe wegen te verdedigen. De vroegere denkpistes over P1, P2 en P3 zijn reeds min of meer verworven gedachtegoed. Ze zijn echter alle drie momenteel ondergewaardeerd. We willen echter hier een oproep lanceren om in de komende onderhandelingen binnen de NCGZ om dit geheel te herstructureren en tevens een P4 toe te voegen.
Vooraf: huisartsenbudget blijft huisartsenbudget, index blijft index.
Vooraleer dieper in te gaan op onze voorstellen, willen we toch benadrukken dat het echt nodig is om het huisartsenbudget duidelijk af te lijnen van de andere budgetposten in de gezondheidsuitgaven. De vorige jaren zijn immers vele beloofde gelden nooit bij de huisartsen terecht gekomen omdat in het huidige nomenclatuursysteem het aantal huisartsenprestaties daalt. Dit in tegenstelling tot de werkdruk op de huisarts, die alsmaar toeneemt: door niet patiëntgebonden en vaak onvergoede taken enerzijds, door de grotere tijdsinvestering per prestatie anderzijds. Daarom vraagt het SVH dat de NCGZ vooraf zou bevestigen dat de financiële middelen, die binnen het budget voorzien worden voor de huisartsen, gereserveerd blijven voor de huisartsen. Dit zou een eerste aanzet naar echte herwaardering van de huisartsgeneeskunde kunnen worden. Op dezelfde wijze benadrukt het SVH dat indexatie een aanvaard principe is voor elke burger. Ook voor artsen moet indexatie dus vanzelfsprekend doorgevoerd worden. Jaarlijks, en steeds per 1 januari: het SVH benadrukt dat alle tariefaanpassingen jaarlijks samen op één moment (1 januari) moeten doorgevoerd worden.
Het SVH wordt nog steeds van overheidswege geweerd en is dus zelf niet aanwezig in de NCGZ. Weldra zal die NCGZ samenkomen om een nieuwe conventie te onderhandelen. Opnemen van deze principes in de conventie is voor het SVH conditio sine qua non om de nieuwe conventie te kunnen aanvaarden.
P1 - Prestatiegebonden inkomen van de huisarts.
Anno 2008 is een verhoging van de nomenclatuur voor raadpleging naar 25 euro en voor huisbezoek naar 35 euro redelijk en aanvaardbaar ten overstaan van de toegenomen werkdruk per prestatie. We wijzen er op dat andere nomenclatuurnummers volgens een vaste multiplicatorsleutel worden opgewaardeerd.
Ter herinnering:
Het stroomlijnen van de nomenclatuur wordt al lang gevraagd. Enerzijds is er nood aan vereenvoudiging van de nomenclatuur. Maar er moet ook ruimte gemaakt worden voor nieuwe nomenclatuurnummers aangepast aan de hedendaagse noden. In het kader van een grondige herziening van de nomenclatuur is het vooral nodig dat er meer aandacht en waardering wordt geschonken aan de intellectuele act.
Pleitend voor een revalorisatie van de huisartsgeneeskunde, vragen we het uitbreiden van de mogelijkheden om ook onze prestatievergoedingen via derde betalersregeling te kunnen realiseren. We worden hier nu immers geconfronteerd met de vanzelfsprekendheid van een derdebetalersregeling in ziekenhuizen welke bij de patiënten een vertekend beeld geeft van zogenaamde vlotte en goedkope specialistische zorg tegenover de direct te betalen eerstelijnszorg. Indien huisartsen op hun raadpleging enkel het reële remgeld rechtstreeks zouden innen, dan zou dit bij vele patiënten een ander imago en een tastbare laagdrempeligheid tot stand brengen.
Het SVH herhaalt dat het zich - zoals in het verleden - blijft verzetten, indien opnieuw het principe van indexatie van huisartsenprestaties in vraag gesteld wordt.
P2 - Patiëntgebonden inkomen van de huisarts.
Momenteel is het GMD veel te laag gehonoreerd. Ondanks alle sensibilisatiecampagnes beseffen niet alle patiënten de noodzaak van het GMD. We vragen voor 2008 een grondige hervorming van het GMD-systeem:
Geen sensibilisatiecampagnes meer (dat is weggegooid geld) maar eenvoudige procedures waarbij de GMD-status (GMD: ja/neen en naam GMD-houdende huisarts) van de patiënt op de sis-kaart is vermeld. Op die manier kan terugbetaling van de zorgen op 1ste lijn, 2de en 3de lijn snel gekoppeld worden aan de GMD-status Zo ook worden patiënten geresponsabiliseerd zodat het GMD de laagdrempeligheid naar de huisarts zal versterken.
Doorverwijzen van de GMD-houdende huisarts naar 2de en 3de lijn moeten de gezondheidszorg betaalbaarder maken voor maatschappij én individuele patiënt. De ziekenfondsen krijgen tijd tot 31 maart om de GMD-gegevens van hun leden in te winnen. Aan de hand van de lijsten die ze zo opmaken kan het GMD à rato van 100 euro per dossier uitbetaald worden aan de huisartsen. Betaling ten laatste 31 mei. Vanaf dan wordt een maandelijkse verwijlinterest van 3% toegevoegd. Dit hogere GMD-bedrag is te verantwoorden omdat voor de huisarts de zorg voor dit GMD gelijk staat met het beheren en toezicht houden op alle mogelijke aspecten van de gezondheidszorg van de patiënt. Een huisarts doet immers continu inspanningen om de gangbare wetenschappelijke richtlijnen te volgen. Om nieuwe inzichten te toetsen aan de persoonlijke problematiek van een patiënt is het GMD een onmisbaar instrument geworden. Een instrument waarvoor we meer middelen nodig hebben om het nog performanter te maken en om uitwisselingsmogelijkheden met collega’s nog te verbeteren.
Vertrekkend van dit ‘GMD-gegeven’ kunnen we ook stellen dat Bf-toestanden meer dan overbodig zijn en zo ook de administratieve controles: de besparing die we zo realiseren compenseert reeds voor een groot deel de hogere GMD-vergoeding.
De hogere GMD-vergoeding is ook nodig omdat we als huisartsen nood hebben aan een grotere uitbouw van het luik preventie in onze dossiers. Nu al nemen we als huisartsen preventie op in ons takenpakket. Om dit blijvend correct te kunnen doen is ook hier het GMD een onmisbare tool.
P3 - Praktijkgebonden inkomen van de huisarts.
Op dit ogenblik hebben we op dit vlak nog geen echte verworvenheden. De kleine forfaits die nu bestaan moeten mee opgenomen worden in de globale P3 forfait: want eigenlijk zijn het EMD-forfait, het GMD-forfait, het accrediteringsforfait reeds vormen van praktijktoelagen.
Iedere arts - ongeacht de praktijkvorm waarin hij/zij werkt heeft recht op een minimale forfait van praktijkondersteuning. Laat ons als basisbedrag even richten op de 90.000 euro die elke Nederlandse huisarts hiervoor jaarlijks ontvangt. Aanwezigheid van informatica, GMD's en accreditering in de praktijk, kunnen bijvoorbeeld criteria zijn die mee de praktijktoelage verhogen. Impulseo-2 kan hier dan best ook geïntegreerd worden: vormen van samenwerking kunnen eveneens criterium zijn om dit forfait te verhogen.
Uit bevragingen van de huisartsen weten we echter dat alle huisartsen op dit ogenblik nood hebben aan steun voor hun praktijk. Het is een oude stelling welke destijds door alle huisartsenverenigingen onderschreven werd: alle actieve huisartsen moeten ongeacht hun praktijkvorm kunnen genieten van praktijkondersteuning.
We stellen daarom voor om als basis voor praktijkondersteuning te vertrekken van de deelname aan de georganiseerde bevolkingswachtdienst. Het zijn immers enkel de echte actieve huisartsen, die deze bevolkingswachtdienst uitvoeren - onder toezicht van de erkende huisartsenkringen.
Praktijkondersteuning dient niet alleen begrepen te worden als een vergoeding voor het in dienst nemen van een secretaresse of een praktijkassistente.
Praktijkondersteuning kan ook besteed worden aan poetshulp, vakliteratuur, informatica, telesecretariaat, infrastructuurverbeteringen, zelfs de auto van de huisarts is een essentieel instrument voor praktijkvoering.
P4 - Performantievergoeding.
Minister Demotte werd geprezen omdat hij er in geslaagd is om het budget van volksgezondheid in evenwicht te brengen. Hij is daar slechts in ‘geslaagd’ door de wijze waarop huisartsen meewerkten via hun goedkoper voorschrijven. We rekenden het reeds in 2004 voor dat huisartsen toen jaarlijks meer dan 100 miljoen euro besparingen realiseerden. Het vooropstellen van dergelijke doelstelling willen we mee steunen, weliswaar slechts met boter bij de vis.
In het voorbeeld van het goedkoop voorschrijven zou het niet meer dan logisch zijn dat er een percentage (bijvoorbeeld 10%) terugvloeit naar de beroepsgroep.
We vragen dus dat er naast de reeds vroeger besproken “P’s” een vierde P wordt toegevoegd: de P van Performantie. Een vergoeding voor de performantie waarmee de huisarts werkt.
Een eerste aspect van deze performantie is opnieuw - duidelijk controleerbaar - onze aanwezigheid in de bevolkingswachtdienst. Als eerste P4 stellen we daarom voor dat deze wachtdoende huisartsen voor hun deelname aan de wachtdienst eveneens recht op sociale uitkering krijgen. De uren die we dan presteren, werken we immers in opdracht van de overheid. Het is dan ook niet meer dan normaal dat deze overheid voor die uren sociale bijdragen stort. Op deze manier kan een sociaal fonds gespijsd worden, waarbij conventiestatus van de huisarts geen rol speelt.
Naar de toekomst toe zijn we
bereid om dit systeem uit te breiden en te verfijnen. Er zijn tal van
mogelijkheden om hier echt kwaliteitsverbeterende criteria te hanteren.
Dit is echter slechts haalbaar en realistisch indien van in den beginne ook de
betrokken beroepsgroep hierbij betrokken wordt.
Los van deze "4 P's"...
Er blijven een aantal taken waarvoor we niet vergoed worden via het RIZIV. Het zijn taken die door allerlei instanties nu echt onderbetaald worden! We denken hier aan:
Voor al dit soort taken gaan we een richtuurloon vooropstellen. Rekening houdend met opleidingsniveau en de verantwoordelijkheid die een arts opneemt bij dergelijke taken lijkt ons momenteel een uurloon van 160 euro billijk.
| |||||||||||
|
Start | Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via web▲master_svh@telenet.be. Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site. View My Stats |