|
| |
|
Ereloonnota's in rusthuizen |
Op vele plaatsen klagen collegae dat het honorarium, welk niet kan worden geïnd
via een onvoldoende valide patiënt, wel via de financiële diensten van
rustoorden aan de huisartsen wordt uitbetaald, maar waarbij (meestal) 3 % van
dit honorarium wordt ingehouden door het rustoord zelf.
Het rusthuis leeft in dat geval de erkenningsnormen niet na. Dit is totaal
onwettelijk en moet steeds worden aangeklaagd bij het RIZIV. Het betreffende
rusthuis kan de erkenning aldus afgenomen worden.
-
Rust-en verzorgingsinstellingen zijn een thuisvervangend verblijf (Art. 2.6
Bejaardendecreet 5.03.1985 - B.S. 30.08.1985 / K.B. 02.12.1982). Derhalve
betekent dit dat verstrekken van geneeskundige zorgen in R- en
V-instellingen voorbehouden blijven aan huisartsen.
-
De bejaarde mag een beroep doen op een arts naar keuze: Punt 4 bijlage bij
K.B. 02.12.1982 - B.S. 07.12.1982)
-
Erkenningsnorm 1 voor de rusthuizen uitgevaardigd in bijlage van het
Bejaardendecreet bevestigt die 'vrijheid van de in de inrichting
verblijvende persoon' (Bejaardendecreet 5.03.1985 - B.S. 30.08.1985 / K.B.
02.12.1982)
-
Erkenningsnorm 1.11 eist dat bij opname van een bejaarde op zijn
persoonlijke steekkaart de naam van de gekozen arts wordt vermeld
(Bejaardendecreet 5.03.1985 - B.S. 30.08.1985 / K.B. 02.12.1982).
-
Er is in het rust- of verzorgingstehuis alleen een rechtsverhouding tussen
patiënt en zijn/haar gekozen huisarts.
-
De wijze van vergoeding voor de prestaties verricht door een huisarts
gekozen door een patiënt verschilt in wezen niets met deze van een gewone
patiënt: de betaling gebeurt direct en met afgifte van het GVVH. Twee
uitzonderingen hierop:
-
Indien de arts is aangeworven door de instelling en de patiënt (of
verwanten) niet bij machte was zelf een huisarts te kiezen.
-
Indien een derdebetalersregeling voorligt welke in slecht uitzonderlijke
gevallen mag worden toegepast (art. 2 K.B. 10.03.1987 - B.S. 17.03.1987)
-
Indien de huisarts zelfstandig werd gekozen door de bejaarde en de
derdebetalersregeling is niet van toepassing, is er geen afhouding op het
honorarium. In geen geval kunnen kosten worden aangerekend voor gebruik van
lokalen vermits elk rust- of verzorgingsinstelling moet beschikken over een
verplegings- en verzorgingslokaal (erkenningsnormen B, 2g B.S. 07.12.1982).
(Statutair benoemde artsen kunnen wel specifieke bepalingen betreffende
afhoudingen eigen aan hun contract met de instelling hebben).
-
Inningskosten kunnen niet worden aangerekend wanneer de huisarts door de
patiënt is aangeduid, zelfs niet indien de patiënt iemand anders aanduidt (vb.
financiële dienst van de instelling) om in zijn plaats te betalen. De kosten
voor de inning van de terugbetaling door het ziekenfonds kunnen niet aan de
huisarts worden aangerekend. Wanneer de bejaarde beroep doet op de
instelling voor de uitbetaling van het GVVH doet hij beroep op de
dienstverlening die de instelling gehouden is te verstrekken aan de
bejaarden die op duurzame wijze in de instelling verblijven. De organisatie
van die dienstverlening behoort tot de erkenningsnormen. (Statutair
benoemde artsen kunnen wel specifieke bepalingen betreffende afhoudingen
eigen aan hun contract met de instelling hebben).
K.B.'s met data van 1982 en 1985 zijn niet te vinden op het internet. Geïnteresseerden kunnen
wel steeds de papieren kopieën opvragen op:
www.staatsblad.be
Bestuur van het Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42,
1000 Brussel - Adviseur : A. Van Damme
Gratis tel. nummer: 0800-98 809 |
|
|
|
|