2 APRIL 2003. - Koninklijk
besluit houdende vaststelling van de wijze waarop de wilsverklaring
inzake euthanasie wordt opgesteld, herbevestigd, herzien of ingetrokken
VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
1. Context
Op 22 juni 2002 werd in het Belgisch Staatsblad de wet van 28 mei 2002
betreffende de euthanasie gepubliceerd.
Op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet (uiterlijk 23
september 2002) kan de arts, indien aan de in de wet bepaalde
voorwaarden is voldaan, op verzoek van de betrokkene, een opzettelijk
levensbeëindigend handelen stellen. Indien aan de desbetreffende
vereisten is voldaan en indien de procedure is nageleefd, pleegt de arts
die euthanasie toepast, geen misdrijf. Anderzijds moet er rekening mee
worden gehouden dat de arts in geen geval, ook indien aan de
desbetreffende voorwaarden is voldaan, tot enig opzettelijk
levensbeëindigend handelen kan worden gedwongen.
Indien de betrokkene op het ogenblik dat een levensbeëindigend handelen
door de arts zou kunnen worden gesteld, wilsbekwaam is, dient hij zijn
verzoek tot euthanasie op schrift te stellen. Hij dient dit document te
dateren en te ondertekenen. Het document wordt door de behandelend
geneesheer aan het medisch dossier toegevoegd. Indien de patiënt op
bedoeld moment wel in staat is zijn wil te uiten maar zelf geen
schriftelijk document kan opstellen, dan kiest hij een meerderjarige
persoon die in zijn plaats het document opstelt in het bijzijn van een
arts.
In voornoemde hypothese moeten we dus denken aan een therapeutische
relatie tussen een arts en een wilsbekwame patiënt.
Een andere situatie is deze waarbij de patiënt op het ogenblik dat
euthanasie zou kunnen worden toegepast, zijn wil niet meer kan uiten
(vb. coma) en bijgevolg geen schriftelijk verzoek om euthanasie toe te
passen, kan formuleren.
Ingevolge de wet kan nu iedere handelingsbekwame meerderjarige of
ontvoogde minderjarige anticiperen op dergelijke situatie. Hij kan met
andere woorden, zonder dat er reeds sprake is van een therapeutische
relatie, in een schriftelijke wilsverklaring zijn wil te kennen gegeven
dat een arts, indien in de toekomst aan de voorwaarden van de wet
voldaan is, euthanasie toepast op een ogenblik dat hij zelf zijn wil
niet meer kan uiten.
Opgemerkt wordt dat indien een persoon van deze mogelijkheid tot het
opstellen van een wilsverklaring gebruik heeft gemaakt maar op het
ogenblik dat eventueel euthanasie zou kunnen worden toegepast, wel in
staat is zijn wil te uiten, in deze hypothese zijn laatste schriftelijke
verzoek steeds primeert. Met een eventueel eerder afgelegde
schriftelijke wilsverklaring wordt dan geen rekening meer gehouden.
Het besluit dat aan U wordt voorgelegd, beoogt de wilsverklaring inzake
euthanasie die door een handelingsbekwame meerderjarige of ontvoogde
minderjarige die bekwaam is zijn wil te uiten, wordt opgesteld voor het
geval hij zich in de toekomst in een situatie zou bevinden waarin
euthanasie zou kunnen worden toegepast.
In het bijzonder wordt geregeld hoe dergelijke wilsverklaring wordt
opgesteld, herbevestigd, herzien of ingetrokken.
2. Het opstellen van de wilsverklaring
De handelingsbekwame meerderjarige of de ontvoogde minderjarige die
wenst dat rekening wordt gehouden met zijn wil dat, voor het geval hij
zijn wil niet meer kan uiten, een arts euthanasie toepast, dient zijn
initiële wilsverklaring schriftelijk op te stellen volgens het model dat
in bijlage bij het besluit werd gevoegd.
De wilsverklaring zelf, die met de hand kan worden geschreven of getypt,
bestaat uit twee delen. Een eerste rubriek is samengesteld uit gegevens
die verplicht in elke wilsverklaring moeten worden opgenomen. Een tweede
deel heeft betrekking op facultatieve gegevens.
Vooreerst dient de betrokkene, in het eerste deel, duidelijk en
ondubbelzinnig zijn wil te kennen geven dat, voor het geval hij niet
meer in staat is tot wilsuiting, een arts euthanasie toepast indien
voldaan is aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wet van 28 mei
2002 betreffende euthanasie.
Vervolgens geeft hij een aantal persoonlijke gegevens weer, meer bepaald
de hoofdverblijfplaats, volledig adres, identificatienummer van het
Rijksregister en geboorteplaats en geboortedatum. De combinatie van deze
persoongegevens met de naam en de voornaam van de verzoeker, moeten
toelaten om uit te maken of de persoon die zich in een situatie bevindt
waarin euthanasie zou kunnen worden toegepast, identiek is met de
persoon die de betrokken wilsverklaring opstelde. Tevens maken ze een
zekere controle mogelijk op de bekwaamheid van de verzoeker om de
wilsverklaring op te stellen (vb. meerderjarigheid).
Gelet op het feit dat een wilsverklaring slechts in rekening kan worden
gebracht indien ze de weergave is van een geldig gevormde wil, dient de
verzoeker in de wilsverklaring uitdrukkelijk te vermelden dat deze vrij,
dwz. zonder druk van een derde, en bewust, dwz. dat de opsteller in
staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, werd opgesteld
en dat dit bevestigd wordt door de getuigen en de eventuele
vertrouwensperso(o)n(en).
Ook wordt door de verzoeker vermeld dat hij wenst dat de wilsverklaring
wordt geëerbiedigd. Zoals reeds gesteld, leidt deze vermelding er
geenszins toe dat de arts gedwongen is de wens van de verzoeker in te
willigen.
De wilsverklaring moet verplicht worden opgemaakt ten overstaan van twee
meerderjarige getuigen waarvan er ten minste één geen materieel belang
heeft bij het overlijden van de patiënt. Een aantal persoonsgegevens van
deze twee getuigen meer in het bijzonder, hun naam en voornaam,
hoofdverblijfplaats, volledig adres, identificatienummer van het
Rijksregister, telefoonnummer, geboortedatum en geboorteplaats en
eventuele graad van verwantschap worden in de wilsverklaring opgenomen.
Deze gegevens moeten toelaten om de getuigen te identificeren, te
contacteren en om na te gaan of ze voldoen aan de gestelde eisen (vb.
meerderjarig, geen materieel belang bij het overlijden).
De tweede rubriek van het model van wilsverklaring, in bijlage
opgenomen, dient facultatief te worden overgenomen.
De euthanasiewet laat toe dat de wilsbekwame persoon die een
wilsverklaring opstelt, in deze verklaring één of meer meerderjarige
vertrouwenspersonen in volgorde van voorkeur aanwijst. Het is niet de
bedoeling dat deze vertrouwenspersoon tijdens de wilsonbekwaamheid van
de verzoeker beslissingen in diens naam neemt. De taak van de
vertrouwenspersoon bestaat er daarentegen in, op het ogenblik dat de
verzoeker wilsonbekwaam is en er sprake zou kunnen zijn van een
toepassing van euthanasie, de behandelende arts op de hoogte te brengen
van de wil van de patiënt. Dergelijke vertrouwenspersoon kan dus een
belangrijke rol vervullen op het vlak van de bekendheid van de
wilsverklaring. Ook zal de vertrouwenspersoon tijdens de in de
euthanasiewet voorziene procedure, door de behandelende geneesheer
opgeroepen worden voor een gesprek over het verzoek. Met betrekking tot
deze vertrouwensperso(o)n(en) dienen in de wilsverklaring eveneens een
aantal persoonsgegevens te worden opgenomen. Gesignaleerd wordt dat de
in de wilsverklaring eerstvermelde vertrouwenspersoon als eerste in de
procedure zal worden betrokken. Is deze vertrouwenspersoon bijvoorbeeld
onvindbaar, zelf wilsonbekwaam, of wenst hij niet meer op te treden als
vertrouwenspersoon, dan wordt de eerstvolgende vermelde
vertrouwenspersoon aangesproken.
De mogelijkheid bestaat dat een wilsbekwame persoon, voorafgaand aan en
met het oog op zijn wilsonbekwaamheid, een wilsverklaring betreffende
euthanasie wenst op te stellen maar dat hij fysiek blijvend niet in
staat is om dergelijke verklaring op te stellen en te tekenen. We denken
hierbij bijvoorbeeld aan een persoon waarvan beide armen zijn verlamd.
Door de euthanasiewet wordt dergelijke persoon toch de mogelijkheid
geboden een wilsverklaring inzake euthanasie op te stellen en dit door
tussenkomst van een meerderjarige persoon die geen enkel belang heeft
bij het overlijden van de betrokkene. Indien de verzoeker zich in deze
situatie bevindt, dienen bijkomend een aantal gegevens in de
wilsverklaring te worden opgenomen. De reden waarom de verzoeker zelf
fysiek blijvend niet in staat is om een wilsverklaring op te stellen en
te tekenen dient te worden vermeld en als bewijs hiervan moet een
medisch getuigschrift, met de nodige toelichtingen van fysieke
onmogelijkheid in kwestie, worden toegevoegd. Bovendien moeten naam en
voornaam en een aantal persoonsgegevens van de persoon, die de
wilsverklaring schriftelijk opstelde, worden opgenomen.
De wilsverklaring dient tot slot te vermelden in hoeveel exemplaren ze
is opgesteld en waar deze worden bewaard. De datum en de plaats van het
opstellen van de wilsverklaring moeten worden vermeld en elke bij het
opstellen van de wilsverklaring tussenkomende persoon dient deze te
dateren en te ondertekenen waarbij hun hoedanigheid wordt vermeld.
Wanneer de wilsverklaring met de hand wordt geschreven, beantwoordt deze
aan de wet, zodra alle wettelijke en reglementaire voorwaarden zijn
vervuld. Het bijgevoegde model in bijlage geldt hierbij enkel als
voorbeeld.
3. De herbevestiging van de wilsverklaring
Met een wilsverklaring wordt enkel rekening gehouden indien ze minder
dan vijf jaar voor het moment waarop betrokkene wilsonbekwaam wordt, is
opgesteld of herbevestigd. Wenst een wilsbekwame persoon dus dat zijn
initiële of reeds herbevestigde wilsverklaring na vijf jaar nog van
kracht is, dan dient hij ze te herbevestigen. Hijzelf is er
verantwoordelijk voor dat de wilsverklaring binnen de vooropgestelde
termijn wordt herbevestigd.
Het besluit voorziet dat deze herbevestiging dient te gebeuren via
dezelfde modaliteiten als het opstellen van de initiële wilsverklaring.
Dit betekent vooreerst dat voor de herbevestiging een volledig nieuwe
wilsverklaring dient te worden opgesteld volgens het model in bijlage
bij het besluit gevoegd. Het is dus mogelijk dat bij de herbevestiging
andere getuigen worden gekozen of dat andere personen als
vertrouwenspersoon worden aangeduid. Is dit inderdaad het geval dan komt
het aan de betrokkene toe de getuigen en de vertrouwenspersonen
betrokken bij het opstellen van de vorige wilsverklaring, hiervan te
verwittigen.
Ook voor wat betreft de herbevestiging is de betrokkene verantwoordelijk
dat deze bekend is.
4. De herziening of intrekking van de wilsverklaring
De wilsbekwame persoon die een wilsverklaring betreffende euthanasie
opstelde, kan deze wilsverklaring op elk moment herzien of intrekken.
Bij herziening van de wilsverklaring wordt bijvoorbeeld gedacht aan een
wijziging van een vertrouwenspersoon. Door de intrekking van de
wilsverklaring houdt deze op te bestaan.
Daar de omstandigheid zich kan voordoen dat de betrokkene wilsbekwaam
is, maar niet over de nodig tijd en/of middelen (vb. een laatste helder
moment voordat de wilsonbekwaamheid optreedt) beschikt om een
wilsverklaring volgens het model in bijlage gevoegd te herzien of in te
trekken, wordt voorzien dat de herziening en de intrekking vormvrij
zijn. In principe moet dus ook rekening worden gehouden met een
mondelinge herziening of intrekking.
Indien de betrokkene dat wenst kan hij voor de herziening of intrekking
wel steeds een document opstellen volgens het model bij het besluit
gevoegd.
Ook voor wat betreft de herziening of intrekking is de betrokkene
verantwoordelijk voor de bekendheid. Hij dient de nodige initiatieven te
nemen opdat eenieder, in het bijzonder de getuigen en de
vertrouwenspersonen, op de hoogte is van de herziening of intrekking. Er
moet hierbij van uitgegaan worden dat het voldoende is dat uit één enkel
gegeven blijkt dat de wilsverklaring is herzien of ingetrokken, opdat er
rekening mee wordt gehouden.
Wij hebben de eer te zijn,
Sire,
Van Uw Majesteit,
de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaars,
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
2 APRIL 2003. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de wijze
waarop de wilsverklaring inzake euthanasie wordt opgesteld,
herbevestigd, herzien of ingetrokken
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie, inzonderheid
op artikel 4;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28
februari 2003;
Gelet op de akkoordverklaring van Onze Minister van Begroting, gegeven
op 26 maart 2003;
Gelet op het advies n° 39/2002 van de Commissie voor de Bescherming van
de Persoonlijke Levenssfeer, gegeven op 16 september 2002;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de
omstandigheid dat de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie in
werking treedt ten laatste drie maanden nadat ze in het Belgisch
Staatsblad is bekendgemaakt;
dat voornoemde wet op 22 juni 2002 werd gepubliceerd en deze bijgevolg
ten laatste op 23 september 2002 in werking is getreden;
dat een handelingsbekwame meerderjarige of een ontvoogde minderjarige op
dat ogenblik dus over de mogelijkheid moet beschikken zijn wil te kennen
te geven dat, voor het geval hij zijn wil niet meer kan uiten, een arts
euthanasie toepast onder de voorwaarden vastgesteld in voornoemde wet;
dat het dan ook dringend geboden is dat de bevolking op de hoogte wordt
gebracht van de wijze waarop de wilsverklaring inzake euthanasie wordt
opgesteld, geregistreerd herbevestigd, herzien of ingetrokken en aan de
betrokken artsen meegedeeld;
Gelet op het advies 34.609/3 van de Raad van State gegeven op 24
december 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de
gecoordineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister
van Justitie :
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De wilsverklaring waarin een handelingsbekwame meerderjarige
of een ontvoogde minderjarige zijn wil te kennen geeft dat, voor het
geval dat hij zijn wil niet meer kan uiten, een arts euthanasie toepast
onder de voorwaarden vastgesteld in de wet van 28 mei 2002 betreffende
de euthanasie, wordt opgesteld volgens het model gevoegd in bijlage.
Art. 2. De in artikel 1 bedoelde wilsverklaring wordt ofwel met de hand
geschreven ofwel getypt.
Art. 3. De wilsverklaring dient, opdat deze haar geldigheid zou
behouden, telkens binnen de vijf jaar te worden herbevestigd.
Art. 4. De betrokkene kan op elk moment, zonder enig voorschrift, zijn
wilsverklaring herzien of intrekken.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch
Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 6. Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Justitie
zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
Bijlage
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 2 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN