Voorstel SVH-bestuur: IMPULSEO-X
of DE TOEKOMSTVISIE
VOOR ALLE HUISARTSEN
Deze toekomstvisie voor de huisartsgeneeskunde gaat
grotendeels uit van het vinden van oplossingen voor de problemen die zich hic et
nunc in het huisartsmilieu stellen. Beroepsverdediging is de sleutelterm voor de
huisartsen en deze gaat meer dan ooit vanaf nu in de eerste plaats als
"terreinafbakening" moeten gezien worden.
Het is onmiskenbaar dat de beroepsverdediging van de
huisartsen op dat gebied gefaald geeft. De huisartsgeneeskunde levert continu in
(minder huisartsen, minder huisartsenprestaties, verminderde koopkracht,
verminderd prestige, etc.), terwijl de meeste andere sectoren in de
gezondheidszorg expanderen, zowel in aantal beoefenaars als in prestaties.
Het huisartsenterrein is duidelijk aan het inkrimpen: anderen
nemen onze plaats in. Het is zeker niet de overheid die daarin verandering zal
brengen. Zij belooft wel om de huisartsgeneeskunde te herwaarderen, maar
besteedt inmiddels massaal geld aan nieuwe technologieën en aan het bedaren van
“witte woede” aanvallen. Indien we willen bekomen dat ons budget gaat groeien,
zullen we ook meer “zorgen” moeten bieden.
We moeten duidelijk stellen dat in het verleden de overheid
voor de huisartsen een ondeugdelijke rol heeft gespeeld. Niets laat ons
vermoeden dat dit in de toekomst zal verbeteren. Onze realistische boodschap is
dat we ons zoveel mogelijk moeten baseren op onze eigen mogelijkheden en
kwaliteiten.
Terreinverlies staat in het huidige systeem gelijk met het
inkrimpen van budget. Het is dringend noodzakelijk deze negatieve spiraal om te
buigen. Huisartsen kunnen 95% van de gezondheidsproblemen verzorgen. Veertig
jaar geleden deden ze dit zeker ook, maar welk percentage wordt er in
werkelijkheid nu nog door huisartsen behandeld?
In “A primary care focused health
system improves health outcomes” stelt professor Barbara Starfield dat een goed
ondersteunde huisartsgeneeskunde in een goed uitgebouwde eerstelijns zorg de
ganse zorg verbetert. De kostprijs van de Belgische gezondheidszorg ten opzichte
van het BNP behoort tot de middelmaat van de hoog geïndustrialiseerde landen,
haar kwaliteit wordt algemeen een zeer hoog niveau toegedicht. Wetenschappelijk
onderzoek leert echter dat het beter kan.
België haalt nu een lage ‘Primary Care
Score’ en heeft minder goede cijfers voor een aantal gezondheidsmaten zoals
algemene mortaliteit, levensverwachting en overleving bij chronische
ziekten. Dit geldt ook voor gezondheidsindicatoren op kinderleeftijd zoals
premature en perinatale mortaliteit, zuigelingensterfte en kindersterfte ten
gevolge van ongevallen.
Wetenschappelijk onderzoek geeft een
verslechtering aan van de gezondheidsindicatoren bij daling van het aantal
huisartsen, maar ook bij toename van het aantal specialisten en van het aantal
ziekenhuisbedden. En patiënten met een vaste huisarts blijken een
sterftecijfer te hebben dat 20% lager is dan van patiënten die zich rechtstreeks
tot de specialist wenden.
Hoewel het huisartsenberoep door onze
bevolking als geen ander wordt gewaardeerd, is er toch een gestage achteruitgang
van het aantal contacten met de patiënten en van de financiële inspanningen
die door de overheid voor de huisartsgeneeskunde worden gedaan.
Het aandeel van de huisartsgeneeskunde
in het totale budget van de gezondheidszorg gaat in steeds sneller
dalende lijn.
Fundamenteel is in deze context:
-
Een goede inventarisatie te maken van de huidige
toestand. Op basis van correcte cijfers de problematiek van het functioneren
van de huisarts op de eerste lijn wetenschappelijk door te lichten.
-
Oplossingen aan te reiken om zoveel mogelijk artsen te
laten functioneren in een kader dat hen geschikt lijkt, waardoor hun
competentie maximaal rendeert.
-
Rekening te houden met de financiële beperkingen van
de overheid, eigen aan de vergrijzing van de bevolking, en met de hogere
kostprijs van de snel voortschrijdende vernieuwingen in de geneeskunde.
-
Dat er geen modellen voorgesteld worden die wegens
financiële of andere implicaties voor overheid, patiënt of arts
onuitvoerbaar zijn. Omdat de toestand dringend is, dient er snel werk
gemaakt van wat reeds kan geïmplementeerd worden.
-
Tevredenheid bij de patiënten te creëren in een nieuw
systeem dat inspeelt op de moderne behoeften aan gezondheidszorg. Men dient
er vooral over te waken dat de arts- patiënt relatie een uniek gegeven
blijft. Hierbij kiest de arts in samenspraak met zijn patiënt zo vrij
mogelijk zelf de zorgpaden om de best renderende gezondheidsbijdrage met de
laagste kostprijs voor patiënt en maatschappij te genereren.
-
Resoluut te kiezen voor vernieuwingen en de geesten te
openen voor volledig nieuwe concepten, waarbij waardevolle zaken uit het
verleden worden meegenomen, zodat uiteraard het kind niet met het badwater
wordt weggegooid. Voor een stabiele toekomstvoorspelling en aangepaste
strategie moet uitgegaan worden van partners die trouw zijn aan hun woord,
die planningen uitvoeren volgens vastgelegde schema’s. Het uittekenen van
toekomstvisies zonder concrete wantoestanden en ongeregeldheden aan te
kaarten, zal de verwezenlijking alleen maar problematisch maken. Het is de
vaste overtuiging van het SVH dat de toekomst van ons medisch
handelen vooral vanuit en met de middelen eigen aan het artsenmilieu moet
beschreven worden.
-
Dat er een goede analyse gemaakt wordt van de
verantwoordelijkheden van de verschillende partners in de gezondheidszorg.
Iedere partner dient binnen zijn domein de nodige maatregelen te nemen om
tot een kwaliteitsvolle betaalbare gezondheidszorg te komen.
-
Dat er werkinstrumenten gecreëerd worden die
objectieve analyses van het gezondheidssysteem in de eerste lijn mogelijk
maken. Daardoor kunnen in de toekomst op een wetenschappelijk verantwoorde
manier maatregelen genomen worden om onze gezondheidszorg in de eerste lijn
betaalbaar te houden en constant kwalitatief te verbeteren.
Huisartsen en andere gezondheidswerkers van de eerste
lijn (kinesitherapeuten, verpleegkundigen, sociaal assistenten, psychologen
etc.), specialisten en overige gezondheidswerkers van de tweede lijn,
ziekenhuisbeheerders, maar ook hoofden van de farmaceutische industrie,
mutualiteiten, overheid én patiënten dienen wensen en beschikbare middelen
met elkaar in evenwicht te brengen zonder de problemen onderling door te
schuiven en te weigeren de stoep voor eigen deur te vegen.
-
Een structuur uit te bouwen waarin de
huisartsgeneeskunde op de eerste lijn volledig belichaamd wordt, en die als
enig en onvervangbaar contactpunt geldt voor alle geledingen van de
gezondheidszorg en de politieke wereld.
-
Dat het geld voor de huisartsen in de eerste lijn een
rechtvaardig en billijk gedeelte van het geheel van de beschikbare middelen
wordt. Dat de huisartsen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor de goede
besteding en aanwending van de eigen middelen, en ervoor ook gehonoreerd
worden.
Rekening houdende met deze beschouwingen zijn wij, na lang beraad
met de basis en na afweging van de wensen en mogelijkheden, als SVH
tot een 3x10 punten analyse gekomen van:
-
De huisartsenproblematiek.
-
De richtlijnen en vereisten die men in de toekomst
steeds in aanmerking moet nemen bij onderhandelingen met welke partner dan
ook. Deze voorschriften houden rekening met de problemen die zich in het
verleden hebben voorgedaan.
-
Het tien stappen plan voor de verwezenlijking van onze
toekomstvisie op de huisartsgeneeskunde.
Terug naar inhoudsopgave
2. ANALYSE VAN DE PROBLEMATIEK
DE HUISARTSENPROBLEMATIEK
-
Plethora van huisartsen: nog voor jaren. Ondanks
vergrijzing en verminderde instroom blijven er duidelijk veel meer
huisartsen per aantal inwoners in vergelijking met onze buurlanden.
-
Evolutie naar plethora van specialisten die de eerste
lijn trachten in te palmen. Vanuit de ziekenhuizen worden de
laatste jaren allerlei nep-1ste lijnstructuren uitgebouwd en
bemand door ziekenhuisartsen welke nog steeds massaal worden opgeleid. De
facto worden de patiënten weggedraineerd naar de veel duurdere 2de
lijnsgeneeskunde welke zelfs een negatieve invloed heeft op morbiditeit (cfr.
Starfield).
-
Onderwaardering van de eerste lijn door:
-
onderfinanciering (Hay-rapport
- 2001 - Nederland)
-
slechte sociale bescherming
-
slechte werkomstandigheden
-
onaangepast werkkader
-
met als gevolg:
-
verminderde instroom van huisartsen
-
drang naar verminderd aantal uren presteren
-
Problemen bij het bemannen van de wachtdiensten in het
weekend en tijdens de avonden.
-
De vergrijzing van de huisartsen: ouder wordende
huisartsen krijgen het steeds moeilijker om drukke wachtdienst te verzorgen.
-
Vervrouwelijking van het beroep: voor vrouwelijke
collegae wordt het combineren van een voltijdse huisartsenpraktijk inclusief
wachtdienst met de zorg rond familie en gezin veel moeilijker.
-
Verhoogde nood aan veiligheid tijdens wachtdienst vereist
extra logistieke maatregelen.
-
Vanuit universitaire huisartsencentra wordt een eenzijdig
beeld opgehangen van het “functioneren als huisarts”. Pas
afstuderende huisartsen krijgen het obligate groepspraktijkenmodel
voorgesteld. De realiteit is echter dat de overgrote meerderheid van het
huisartsenwerk verricht wordt in solopraktijken.
-
Verdwijnen van het maatschappelijk respect voor het
huisartsenberoep, waardoor de patiënt zich kan gedragen als een verwende
consument. Op één lijn met diagnose en behandeling van de ziekte is er bij
de patiënt een belangrijke vraag naar comfort. Dit is in de huidige sociale
context volledig normaal , maar het mag de betaalbaarheid van de echte
geneeskunde niet in het gedrang brengen.
-
Het overmatig belang dat de overheid en de patiënten
hechten aan technische prestaties staat lijnrecht tegenover de chronische
afbouw van het technicisme bij de huisarts.
-
Slechte verdediging van de positie van de huisarts door een versnipperd
syndicaal landschap. Door een wettelijk perfide mechanisme komen de eisen en
noden van de huisartsen in verplicht gemengde syndicaten nauwelijks aan bod.
De huisartsen hebben slechts een amateuristische vertegenwoordiging in de
adviesorganen van het beleid.
-
Politieke, of minstens ideologische, verstrengeling van
het beleid met een beperkte groep van steeds dezelfde, vaak weinig
representatieve huisartsenvertegenwoordigers.
-
Totaal gebrek aan democratie en interessewerving bij de
basis zijn een gevolg van het decennialange verwaarlozen van
de beroepsgroep door de overheden.
Terug naar inhoudsopgave
DE TIEN GEBODEN VOOR DE TOEKOMST VAN DE HUISARTSGENEESKUNDE
-
De structuur van een eenheidsvereniging komt er door en voor de huisartsen.
-
De huisarts behoudt zijn status van vrij beroep.
-
Er worden door de huisartsen van de overheid, mutualiteiten of andere
instanties (o.a. geneesmiddelenindustrie) geen bijkomende taken aanvaard
zonder bijkomende adequate vergoedingen.
-
Zowel huisartsen, specialisten, ziekenhuisbeheerders, mutualiteiten,
overheid als patiënten moeten eigen verantwoordelijkheden nemen over eigen
materies en voeren er zelf onderhandelingen over.
-
Alle kennis verworven binnen de huisarts - patiënt relatie wordt in
samenspraak met en na akkoord van de patiënt verzameld en geanalyseerd door
de huisarts.
-
Controle op het geneeskundig handelen van de huisarts gebeurt binnen de
huisartsengroep zelf.
-
Alle beslissingen worden op democratische wijze genomen vanuit de
huisartsenbasis: de huisartsenkring.
-
Elke praktijkvorm en elkeen die als huisarts fungeert wordt op
gelijkwaardige basis behandeld. Maatregelen houden rekening met elk type van
functioneren.
-
De huisarts heeft recht op een sociaal leven, een sociale bescherming en een
financiële vergoeding eigen aan de academische graad die hij of zij behaald
heeft en aan de prestaties die hij of zij voor de gemeenschap levert.
-
De huisarts verschaft aan de bevolking de continuïteit van een
kwaliteitsvolle eerstelijns zorg, dag en nacht, op weekends en tijdens
feestdagen. De huisartsenkring is de spil voor deze dienst aan de burgers en
is de plaats waar klachten van de bevolking kunnen geëvalueerd worden.
Terug naar inhoudsopgave
TOEKOMSTPLANNING HUISARTSGENEESKUNDE
STAP 1
STAP 2
STAP 3
-
Het regelen vanuit de huisartsengroepering zelf van in-
en uitstroom van huisartsen in de praktijken.
-
Het onmogelijk maken van plethora en het bevorderen van
een degelijke regionale spreiding van huisartsen.
STAP 4
STAP 5
STAP 6
-
Afbakenen van het terrein waarop huisartsen functioneren.
-
Constructieve basis voor samenwerking eerste en tweede
lijn creëren.
-
Objectieve evaluatie van projecten op basis van
kosten-baten analyse.
STAP 7
STAP 8
-
Het creëren van een eenheidsvereniging, mét syndicale-,
wetenschappelijke-, media- en huisartsenkring-vleugel, gedragen door een
brede basis, waarbij de diversiteit binnen het huisartsenmilieu democratisch
naar het beleid vertaald wordt door consensusovereenkomsten.
STAP 9
STAP 10
Terug naar inhoudsopgave
3. DE TIEN GEBODEN VOOR DE
TOEKOMST VAN DE HUISARTSGENEESKUNDE
1.
De structuur komt er door en voor de huisartsen
DOOR de huisartsen
De toekomstvisie wordt
geconcretiseerd door en voor de huisartsen die dagelijks in de praktijk
staan. Zij laten zich hiervoor professioneel begeleiden, maar beslissen zelf
over hun toekomst en de
opties die daarvoor dienen
genomen te worden.
Vertegenwoordiging op alle niveaus moet door huisartsen worden waargenomen.
VOOR de huisartsen
Daarmee
bedoelen we voor ALLE huisartsen: dus expliciet wordt in de structuur
ingebouwd
-
dat er
zoveel mogelijk naar consensus wordt gestreefd.
-
dat
oplossingen aangereikt worden waarin een zo groot mogelijk aantal
huisartsen zich kunnen vinden.
-
dat er voor
een probleem dikwijls meerdere oplossingen noodzakelijk zullen zijn.
2.
De huisarts behoudt zijn status van vrij beroep
Máár de standaard is: de huisarts kan alleen en onafhankelijk
functioneren als “beoefenaar van een vrij beroep”. Dit betekent een geleidelijke
afbouw van het pseudo-zelfstandigenstatuut waarin we terecht gekomen zijn door
de overdreven bureaucratisering en overreglementering van overheidswege.
Huisartsen zijn zelf eigenaar van hun praktijk. Huisartsen
die in loonverband werken, horen in een andere categorie thuis dan zij die het
beroep “vrij” uitoefenen.
De noodzaak aan onafhankelijke huisartsen neemt toe. Het is
een steeds groter wordende opdracht voor de huisartsen om in te gaan tegen de
economisch gestuurde reglementering van overheidswege. Ook dienen de huisartsen
regelmatig hun patiënten te beschermen tegen overdreven en onnodige
zorgverlening op hogere (duurdere) echelons, vaak vermomd als pseudo 1ste
lijnstructuren.
3.
Er worden door de huisartsen van de overheid, mutualiteiten of andere
instanties (o.a. geneesmiddelenindustrie) geen bijkomende taken aanvaard zonder
bijkomende adequate vergoedingen
-
Overheid en mutualiteiten: stop alle overtollige
registraties, alle administratieve nonsens.
-
Bijkomende eisen betekent bijkomende vergoedingen.
-
Noodzakelijk administratieve taken die uitgebreid
arbeidstijd in beslag nemen, moeten vergoed worden. Een nomenclatuurnummer
dient hiervoor te worden voorzien.
-
Farmaceutische industrie: de Bf-categorie is er gekomen
omdat de overheid probeert budgetcontrole te behouden over té dure
geneesmiddelen.
Een product in de
Bf-categorie op de markt brengen om de dure prijs (welke nota bene door de
overheid mee wordt bepaald) te verantwoorden, is een teken van misprijzen
voor de huisartsengroep. Het Bf-systeem heeft overigens bewezen een
omgekeerd effect: bij prijsaanvragen van nieuwe producten wordt initieel het
remmend effect op de verkoop reeds door de firma’s verrekend.
Huisartsen onbezoldigd taken laten uitvoeren voor eigen gewin
is uitbuiting. Allerlei administratieve taken rondom functioneren
van wachtdienst, accreditering, etc. uitgevoerd door de huisartsen zelf
betekenen uiteindelijk een verlichting van de opdracht van het overheidpersoneel
zelf.
Wensen mutualiteiten administratieve reglementeringen en
controles betreffende medicaties in te voeren, dan moeten de adviserende
geneesheren van de ziekenfondsen zelf die beslissingen op eigen
verantwoordelijkheid nemen en de patiënten omstandig het waarom van hun
beslissing meedelen.
4.
Zowel huisartsen, specialisten, ziekenhuisbeheerders, mutualiteiten,
overheid als patiënten moeten eigen verantwoordelijkheden nemen over eigen
materies en voeren er zelf onderhandelingen over
Eigen verantwoordelijkheid betekent:
-
Een eigen huisartsenbudget als een percentage van de
totale begroting. Op basis van cijfermateriaal, verzameld door en voor de
huisartsen, kan op wetenschappelijke manier de besteding van de budgetten,
en door wie ze uitgegeven worden, in kaart gebracht worden. 95% van de
zorgvraag kan aldus kwalitatief goed worden beantwoord door de huisartsen in
de basisgezondheidszorg. Daarom is 20% van het totale honorariabudget een
noodzakelijke randvoorwaarde.
-
De huisartsengroep kan zelf de nodige maatregelen nemen
om de normen van het budget te halen.
-
Een nieuwe structuur voor de medicomut, die nu vaak
beslissingen neemt in naam van de huisartsen, maar zonder hun effectieve
inspraak.
-
De huisartsengroep moet zelf de eindverantwoordelijkheid
over expliciete huisartsenmaterie en inspraakrecht in elke eerstelijns
materie krijgen.
-
Streven naar meer samenwerking tussen huisartsen en
specialisten, maar met afbakening van hun terrein in het
kader van een correcte echelonnering.
Eigen verantwoordelijkheid betekent niet:
-
Dat we geen artsen binnen de artsengroep meer zijn, dat
we geen overlegplatform met onze collegae specialisten meer wensen.
-
Dat we niet solidair en in overleg met onze collegae
specialisten willen handelen.
-
Dat we voor totale boedelscheiding zijn binnen de
artsengroep.
-
Dat samenwerken stroever zou verlopen wanneer er een
juiste terreinomschrijving en taakverdeling is vastgesteld, wel integendeel.
5.
Alle kennis verworven binnen de huisarts - patiënt
relatie, dus ook vanuit de 2de en 3de lijn (al dan niet na
verwijzing), wordt in
samenspraak met en na akkoord van de patiënt verzameld en geanalyseerd door de
huisarts
Alle kennis binnen de huisarts - patiënt relatie wordt in eerste
instantie binnen de eerste lijn geanalyseerd via de oprichting van een eigen
kenniscentrum van , voor en door huisartsen.
-
Wetenschappelijk onderzoek over de medische facetten van
het huisartsenberoep.
-
Wetenschappelijk onderzoek over de besteding van de
financiële middelen in het huisartsenberoep.
-
Informatie leveren aan de huisartsen om het
eigen functioneren bij te sturen naar kwaliteitsverbetering en economische
beheersing van de budgetten, zonder de arts - patiënt relatie in gevaar te
brengen.
-
Steunpilaar wat betreft feitenmateriaal voor de syndicale
werking.
6.
Controle op het geneeskundig handelen van de huisarts gebeurt binnen de
huisartsengroep zelf
Controle:
-
Binnen de LOK’s en de eigen huisartsenkring.
-
Door huisartsen voor huisartsen.
-
In de eerste plaats bijsturend, dus niet repressief, met
kennis van de lokale huisartsenmaterie.
-
Via materiaal aangereikt door het kenniscentrum.
-
Via wetenschappelijk materiaal van de academische
huisartsencentra en de wetenschappelijke vleugel van een eenheidsvereniging.
7.
Alle beslissingen worden op democratische wijze genomen vanuit de
huisartsenbasis: de huisartsenkring
Huisartsenkring als basis en pijler:
-
Voor informatie vanuit de top.
-
Doorstroming van informatie vanuit de basis.
-
Aanbrengen van projecten.
-
Bijsturen van projecten.
-
Aanpassen van projecten aan lokale noden.
-
Organisator van lokale projecten.
-
Democratie binnen de huisartsengroep.
-
Besluitvorming.
-
Lokaal contactpunt met tweede en derde lijn.
-
Organisator van de wachtdiensten en van de permanentie.
8.
Elke praktijkvorm wordt op gelijkwaardige basis behandeld en maatregelen
houden rekening met elk type van functioneren
Geen privilegiërende keuzes door welke groepering dan ook:
-
Voor een bepaald type van functioneren als huisarts.
-
Voor een “ideaal” type van huisarts.
-
Voor een academisch type huisarts.
Máár alle vormen van huisartsgeneeskunde (solo-, duo-
en groepspraktijken; samenwerkingsverbanden; W.G.O.’s, …) maximaal
laten functioneren volgens de lokale noden en
mogelijkheden.
9.
De huisarts heeft recht op een sociaal leven, een sociale bescherming en
een financiële vergoeding eigen aan de academische graad die hij of zij behaald
heeft en aan de prestaties die hij of zij voor de gemeenschap levert
Huisartsen vragen een billijke vergoeding voor hun werk, en een
adequate sociale bescherming.
Huisartsen blijven vaak idealisten, maar willen met hun werk
echt wel meer verdienen dan alleen algemene waardering.
Huisartsen verlangen evengoed zoals iedereen
naar correcte werktijden overdag.
10.
De huisarts verschaft aan de bevolking de continuïteit van een
kwaliteitsvolle 1ste-lijns zorg : dag en nacht, op weekends en tijdens
feestdagen. De huisartsenkring is de spil voor deze dienstverlening en is de
plaats waar klachten van de burgers kunnen geëvalueerd worden
Terug naar inhoudsopgave
4. VERWEZENLIJKING VAN DE TOEKOMSTVISIE IN 10
STAPPEN
Erkenningcriteria voor huisartsen.
Erkenningcriteria voor huisartsenpraktijken en creatie van
kadaster.
Erkenningcriteria voor huisartsen
-
De opleiding tot huisarts kost de gemeenschap veel geld.
Het kan dus niet de bedoeling zijn dat omnipractici geschoold worden om
slechts een parttime job uit te oefenen. Studenten
huisartsgeneeskunde moeten ervan uit kunnen gaan dat het beroep waarvoor zij
gekozen hebben een volwaardig vak op universitair niveau is. De actuele
voorstellen van erkenningcriteria blijven van de huisartsgeneeskunde het
beeld ophangen van een allegaartje van allerlei medische functies, alsof
huisartsen eerder administratieve taken dienen te vervullen en geen medische
specialisten zouden zijn. De erkenningcriteria moeten dus een omschrijving zijn
van de taken en de vereisten waaraan een fulltime huisarts moet voldoen om
volwaardig erkend en geaccrediteerd huisarts te kunnen worden.
-
Huisartsen hebben een permanente bijscholing nodig op
theoretisch vlak.
-
Huisartsen hebben een permanente praktische
vorming nodig:
-
Huisartsen die te weinig patiëntencontacten hebben,
kunnen onmogelijk voldoende ervaring opdoen om betrouwbare en
kwaliteitsvolle geneeskunde uit te oefenen. Vijfhonderd contacten per jaar
(dit is minder dan 2 per dag!) is als minimumeis totaal onvoldoende.
-
Erkenningcriteria zijn er om volwaardige huisartsen te
erkennen, niet om standaarden te scheppen voor een bijberoep als huisarts.
Een parttime huisarts kan uiteraard niet dezelfde erkenning genieten als een
fulltimer.
-
Alle huisartsen zijn volwaardige artsen maar hun
erkenningcriteria zijn in functie van hun praktijk te velde:
-
Een urgentiearts is een huisarts urgentist.
-
Een sportarts is een huisarts sportarts.
-
Een parttime huisarts is een huisarts die samen met
één of meerdere collega’s een fulltime deelt.
Erkenningcriteria voor huisartsen dienen dus om diverse
redenen verfijnd te worden!
-
Om duidelijkheid te scheppen bij de bevolking. De patiënt
heeft het recht te weten of hij te doen heeft met een fulltime huisarts of
met iemand die slechts 10% van de tijd huisarts is.
-
Om duidelijkheid te scheppen bij de uitbetalingen van het
sociaal statuut.
-
Om duidelijkheid te scheppen bij de conventie. Allerhande
cijfers omtrent het aantal huisartsen worden te pas en te onpas gebruikt
naar gelang de context waarin men ze wil gebruiken.
Erkenningcriteria voor huisartsenpraktijken en creatie
van kadaster
Officiële praktijkvormen
-
Solopraktijk.
-
Huisartsensamenwerkingsverband (HASAV).Vrijwillig en
gericht op continuïteit van de zorgen.
-
Associatie of Huisartsen onder één dak (HOED). 2 +, onder
één dak, minstens een deel van de activiteit onder dat gemeenschappelijke
dak.
-
Groepspraktijk (HOED bis). 3 +, alles onder één dak,
treden als groep naar buiten, vaak ook samenwerking met andere disciplines.
-
Wijkgezondheidscentrum (WGC). 3+, verschillende
disciplines, individuele en collectieve zorgverlening van een buurt of een
wijk.
-
Eventueel toekomstige praktijkvormen: vb. reserve van
artsen die in het kader van vervangingen werken.
Huisartsen onder één dak
-
Onderscheid associatie en groepspraktijk: een grijze
zone.
-
WGC is ook een HOED.
-
EMD: steeds een multi-user toepassing (plaatselijk
netwerk), met uitzondering van een partiële associatie (= uitzonderlijk in
huisartsgeneeskunde).
-
Elke groep staat op zich.
Concreet…veel
verduidelijking nodig!
-
Solopraktijken, die alleen in eigen praktijkpand werken,
kunnen deelgenoot zijn van een HASAV.
-
Een HOED /HOED bis en een WGC kunnen ook deelgenoot zijn
van een HASAV.
-
Welke groepsvorm is een samenvoegen van dossiers van
praktijken onder verschillend dak?
-
Ministerieel initiatief om groepsverbanden te
ondersteunen
DE PRAKTIJK MOET EIGENDOM ZIJN
VAN EEN HUISARTS OF VAN HUISARTSEN
Conclusie:
Een dirigistische aanpak van de erkenning van huisartsen
en praktijkvormen is gedoemd om te mislukken.
Deze erkenning moet uitgaan van de basis en vanuit de
realiteit zonder vooroordelen ten opzichte van eender welke praktijkvorm.
Terug naar inhoudsopgave
Veralgemeend maken van GMD.
In kaart brengen van praktijken en patiëntenpopulatie.
Veralgemeend maken van GMD
GMD penetratie bedraagt in geen enkel gewest meer dan 40%!
Vooral in Wallonië en Brussel is de penetratiegraad erg
bedenkelijk.
Auto-culpabilisering en gebrek aan economisch denken zijn er
de oorzaak van dat er in veel praktijken nog zo weinig GMD’s zijn.
Aan de huisartsen moet dringend duidelijk gemaakt worden dat
het bijhouden en opmaken van een GMD geldt voor alle patiënten en dat het dus
helemaal niet logisch is dat zij deels wel en gedeeltelijk niet vergoed worden
voor het onderhoud van die dossiers. Vanuit de huisartsengroep moet dringend
nagedacht worden over een bijkomende financiële vergoeding voor de huisarts
inzake die patiënten die geen GMD wensen.
In kaart brengen van praktijken en patiëntenpopulatie
Dus eerste prioriteit:
Vanuit de huisartsenorganisaties moeten de huisartsen
bewust gemaakt worden van de noodzaak om een GMD te openen voor elke patiënt.
Het in kaart brengen van praktijken en patiëntenpopulatie
geeft een duidelijk beeld van de plethora en van de regionale verschillen. Het
schept de mogelijkheid om in de toekomst de huisartsenspreiding regionaal te
plannen op basis van effectieve cijfers.
Terug naar inhoudsopgave
Het regelen vanuit de huisartsengroepering zelf van in- en
uitstroom van huisartsen in de praktijken.
Het onmogelijk maken van plethora en het bevorderen van
een degelijke regionale spreiding van de huisartsen.
Voor jonge afstuderende artsen moet het
huisartsenberoep terug aantrekkelijk gemaakt worden. De huidige trend tot
ontvluchten van het huisartsenberoep via specialisatie, en het gedwongen stoppen
na enkele jaren uit financiële noodzaak - met uitwijking naar het
buitenland of naar andere beroepen in de medische sector - moet een halt
toegeroepen worden. De chronische veroudering van het beroep door het laattijdig
pensioneren van huisartsen om financiële redenen dient tegengegaan te worden.
Daarenboven moet in de toekomst de plethora, die oorzaak is van
een ernstige beschadiging van het huisartsenberoep, ten allen tijde en tot elke
prijs onmogelijk gemaakt worden. Tegelijkertijd dient ervoor gezorgd te worden
dat overal in het land de huisartsgeneeskunde nabij en gemakkelijk bereikbaar
blijft.
Het huidige plethoraprobleem is vooral een
probleem van een blijvende ongebreidelde vorming van specialisten, in de eerste
plaats omdat de universitaire ziekenhuizen hun goedkope werkkrachten-assistenten
wensen te behouden. De aldus nieuw gevormde specialisten worden later dan te
werk gesteld in ziekenhuisstructuren maar doen er vooral huisartsenwerk.
Diversiteit binnen het huisartsenberoep benadrukken
De verschillende mogelijkheden in de uitoefening van het beroep
dienen beklemtoond te worden. Jonge huisartsen kunnen naast de selectie van hun
vestigingsplaats ook een bewuste keuze maken voor een solopraktijk, een
samenwerkingsverband, een duopraktijk, een groepspraktijk, elk naar gelang
zijn/haar ambitie en persoonlijkheid.
Het opdringen of prefereren van welbepaalde praktijkvormen vanuit
de universitaire opleidingscentra voor huisartsen kan niet. De informatie aan
onze studenten dient een weerspiegeling te zijn van de bestaande
huisartsenstructuur. Voor- en nadelen van elke praktijkvoering dienen grondig
wetenschappelijk geëvalueerd te worden binnen de huisartsgemeenschap en als
dusdanig aan de toekomstige artsen overgebracht. Na grondige analyses moeten
correcties aan elke praktijkvorm aangebracht worden ter verbetering van de
kwaliteit.
Naast het basisidee van de fulltime huisarts dienen systemen
uitgewerkt te worden voor een parallel netwerk van halftime huisartsen,
huisartsen die deeltijds in de tweede lijn functioneren, etc., volgens de wensen
van de betrokkenen. Zij die andere taken in de maatschappij vervullen, kunnen en
moeten dus ook als aparte zelfstandige groeperingen functioneren.
Slechte of afwezige sociale voorzieningen
De beginnende arts dient te beschikken over een sociaal vangnet
overeenkomstig met dit van leeftijdsgenoten die een vergelijkbare opleiding
kregen.
In het bijzonder moet er een degelijke sociale bescherming zijn
in geval van ziekte met werkonbekwaamheid, zwangerschap en bevallingsverlof. De
huisarts dient beschermd te worden tegen de gevaren van beroepsziekten, in het
bijzonder tijdens zwangerschap. Ook specifieke maatregelen voor opvang van
kinderen van huisartsen moeten maximaal gecreëerd en ondersteund worden, gezien
de bijzondere eisen en onregelmatige werktijden eigen aan het huisartsenberoep.
In alle geval moeten door de maatschappij, die aan die huisarts bijzondere eisen
stelt, de nodige financiële middelen voorzien worden ten einde de huisarts in
staat te stellen dit sociaal vangnet te creëren.
Onzekerheid over het inkomen
De financiële valorisatie van het beroep dient aangepast aan de
heersende maatstaven voor dit universitair opleidingsniveau. Er moet bovendien
rekening gehouden worden met het pseudo-zelfstandige statuut, de
verantwoordelijkheid, de permanente bijscholing, de toenemende administratieve
taken, de stijgende kosten van de praktijkvoering en de verplichte
beschikbaarheid van de betrokkenen voor de maatschappij.
Onzekerheid betreffende de positie en rol van de
huisarts
De inhoud van het huisartsenberoep dient duidelijk omschreven te
worden. De positie van de huisarts als geneesheer, als spil in de
gezondheidszorg en als manager van de eerste lijn moet verduidelijkt worden. De
huisarts dient juridisch beter beschermd te worden tegen willekeur en naast de
wet op de patiëntenrechten en op de plichten van de huisarts is er dringende
noodzaak aan een wet die de rechten van de huisarts en de plichten van de
patiënt regelt. Het juridisch vacuüm waarin de huisarts zich nu bevindt, is niet
bevorderlijk voor de aantrekkingskracht van het beroep.
De overheid dient in gebieden waar de veiligheid van de
huisarts bij het beoefenen van het beroep in het gedrang komt, te zorgen voor de
nodige omkadering om hem/haar in staat te stellen zijn/haar taak te vervullen
met een minimum aan risico.
Onzekerheid over het verwerven van patiënten
Er ontstaat een ongezond concurrentie- en competitiegedrag,
waarvan de maatschappij, de patiënten en de betrokken huisartsen slachtoffer
zijn door de volgende contradictie:
-
Enerzijds de
wil van de jonge huisarts om een aanvaardbaar deel van het
patiëntencliënteel te kunnen verwerven omwille van de noodzaak voor een
leefbare huisartsenpraktijk.
-
Anderzijds de
situatie van de oudere huisarts die uit financiële overwegingen zijn/haar
cliënteel zo lang mogelijk in stand moet houden.
Hoge werkdruk
Door tergende regelneverij en administratieve rompslomp wordt het
medisch handelen, de core-business van de huisarts, meer en meer
belemmerd. Deze overlast dient dringend aangepakt en vereenvoudigd te
worden.
Verwerven van een positief imago
De maatschappelijke waarde van de huisarts in de gezondheidszorg
dient op positieve wijze beklemtoond te worden. De perfide negatieve
stigmatisering van de huisarts in de media, meestal met andere bedoelingen dan
informatieve, dient te worden gestopt.
De overheid moet stoppen het virtueel beeld van een overbetaalde,
corrupte, niet competente artsengroep te voeden. Dit heeft slechts als bedoeling
het eigen falen in de responsabilisering van de patiënt te verdoezelen.
Hoge investeringskost
De vestiging van onze afgestudeerden dient met alle mogelijke
middelen vergemakkelijkt te worden. De nog steeds heersende plethora moet
afgebouwd worden tot een niveau waarbij de huisarts voldoende
contactmogelijkheden krijgt om medische verworvenheden te blijven trainen en
onderhouden. In het bijzonder moet er getracht worden het financiële risico van
de investering in de opbouw van een praktijk tot een minimum te herleiden. Het
verwerven van patiënteel mag geen bijzondere belasting vormen. De
levensomstandigheden en het werkritme moeten naargelang het praktijktype
aangepast worden aan de heersende normen in de maatschappij. De energie die nu
door de plethora verspild wordt aan de concurrentieattitude tussen de huisartsen
moet omgebogen worden in een positieve houding van samenwerking en ondersteuning
in de eerste lijn.
Rekening houdende met bovenstaande opmerkingen moeten er voor
jonge geneesheren mogelijkheden gecreëerd worden om het huisartsenberoep uit te
oefenen:
-
Met voldoende kans op praktijkontwikkeling en behoud van
medische kennis.
-
Met voldoende financiële renumeratie.
-
Met een geringe kans op financieel débacle door gebrek
aan voldoende patiënten.
-
Met een lage investeringskost.
Vestiging dient gefaciliteerd te worden:
-
Er is nog altijd een plethora. Cijfers liegen niet: we
zijn de koplopers van Europa.
-
In de toekomst moet de plethora afgebouwd worden.
-
De jonge arts moet voldoende patiëntcontact mogelijkheden
krijgen om de medische verworvenheden te blijven trainen.
-
Sociale levensomstandigheden en werkritme moeten ook voor
huisartsen aangepast zijn aan heersende normen in de maatschappij; hierbij
houden we rekening met de specifieke eisen door de vervrouwelijking van het
beroep.
-
Concurrentie omvormen naar een positieve attitude tot
samenwerking.
Voor de oudere, uittredende huisarts moet pensioen financieel
haalbaar en aantrekkelijk worden.
-
Jarenlang betaalt de huisarts in zelfstandigenstatuut
de hoogste bijdrage voor de laagste return: onevenwicht ten opzichte van
andere vrije en zelfstandige beroepen.
-
Het bij pensionering ontvangen bedrag overstijgt bij
een huisarts nauwelijks het minimum bruto overlevingpensioen.
-
Door de lange studieduur is een volledig wettelijk
maximum bruto rustpensioen onmogelijk op 65 jaar.
Gezien de
studieduur van tenminste 7 jaar (nu 9) zijn de artsen niet in staat als
zelfstandige een volwaardig maximum bruto rustpensioen te verwerven op de
leeftijd van 65 jaar. Want de studiejaren komen niet in aanmerking voor de
berekening van het pensioenbedrag. Samen met het amper uitstijgen van het
pensioenbedrag boven het minimum bruto overlevingspensioen is er de
fundamentele benadeling van de arts door de lange studieduur die dient
aangeklaagd en gecorrigeerd te worden.
Het bedrag dat door de overheid uitgekeerd wordt in het
kader van de conventie, kan aangewend worden voor een bijkomend pensioen.
Maar het zou ook moeten dienen om een gewaarborgd inkomen, een
hospitalisatieverzekering, verzekering kleine risico’s etc. te dekken. Het
is dus duidelijk dat dit bedrag al jaren ruim onvoldoende is om een
pensioenopbouw te verzekeren. Een huisarts kan bij stopzetten van zijn/haar
activiteiten niet verder leven conform zijn/haar maatschappelijk verdiende
status. Daarom blijven vele artsen ook nog jaren na hun 65ste
verjaardag actief. Ze zijn anders financieel niet in staat in de
noodzakelijke behoeften, conform hun status, te voorzien.
Door de huisarts jarenlang een functie als ambtenaar te
laten vervullen in een statuut van zelfstandige, waar de vergoedingen
gefixeerd door de conventie niet aangepast werden aan de reële wijzigingen
in de levensstandaard, en doordat de feitelijke normering van de honoraria
niet gecompenseerd wordt door een sociale bescherming, worden de huisartsen
in een keurslijf gedwongen van pseudo-zelfstandige met de nadelen van het
zelfstandigenstatuut zonder de voordelen van het zwartwerk (nu officieel
toegegeven sinds de fiscale amnestie).
Ze verkeren zo in een minderwaardige positie ten opzichte
van andere zelfstandigen en vrije beroepen. Daar geldt geen normering van
het inkomen. Daar beschermt dikwijls een vestigingswet de betrokkenen tegen
inkomensverlies. Zodoende wordt door de overheid het noodzakelijk vergaren
van een reserve bij stopzetten van een huisartsenpraktijk bemoeilijkt of
verhinderd.
Het systeem van conventie plaatst de huisarts in een
oneerlijke positie. Hij/zij moet kiezen tussen de eigen voorspoed en het
welzijn van de patiënten, tussen betaalbaarheid van de gezondheidszorg voor
de patiënten en aanpassing van het eigen inkomen. Deze gijzelingssituatie
werd door de overheid jaren aangehouden, steunend op de door haar mee
georganiseerde plethora.
De overheid
heeft de plethora gecreëerd en geïnstitutionaliseerd. Zo werd het inkomen
van enkele generaties huisartsen ernstig gedevalueerd. Zij waren (of zijn)
daardoor niet in staat, zoals vorige generaties huisartsen, voldoende
spaarmiddelen te vergaren om zo een aanvulling van hun laag pensioenbedrag
te realiseren.
Voeg daarbij
dat vele huisartsen tot in de jaren ‘70 naast hun taak als geneesheer nog
een apotheek beheerden. Bedenk dat heel wat omnipractici in die tijd
nog een belangrijke som voor overname van het patiënteel moesten betalen.
Door de democratisering van het onderwijs kan de huidige generatie
huisartsen niet meer terugvallen op bestaande familiekapitalen.
Het is dus begrijpelijk dat de problematiek van de
huidige generatie huisartsen die op pensioen gaat, niet te vergelijken is
met de situatie van de vroegere oude garde.
-
Het om den brode langdurig rekken van de
huisartscarrière door oudere collega’s maakt het startende jongeren extra
moeilijk om financieel te overleven.
-
Praktijkovername wordt door het dalend aantal
geïnteresseerde jonge collega’s schier onmogelijk.
Het is
duidelijk dat in steeds hogere mate oudere huisartsen hun praktijk niet meer
kunnen overlaten aan jonge collega’s. Maar zeker heerst ook bij de
jeugdige generatie de angst om een praktijk over te nemen, omdat ze aan de
universiteit vernemen dat alleen een groepspraktijk nog toekomst heeft.
Het gebrek aan
toekomstvisie in het huisartsenberoep en de angst voor de impact op het
sociale en familiale leven zijn andere oorzaken van de verminderde interesse
voor het verwerven van een bestaande praktijk.
-
Door een gewijzigde maatschappijvisie van de jongere
generatie geneesheren, die gerechtvaardigde eisen stelt wat betreft sociale
en familiale aspecten, zullen er meer huisartsen nodig zijn om de
noodzakelijke taken uit te voeren voor een zelfde, maar steeds grijzer
wordende populatie.
Op dit ogenblik
presteren vrouwen, mede door hun andere taken, minder uren als huisarts.
Daarenboven zijn er de natuurlijke, onafwendbare factoren zoals
zwangerschap, bevalling, etc. ... .
De huidige
generatie mannelijke en vrouwelijke huisartsen accepteren een werkschema van
24h/24h niet meer, en dit wordt algemeen aanvaard door de maatschappij. Ze
eisen terecht een gedeelte van hun tijd op voor hun familiaal en
sociaal leven
De frequent
gangbare regeling dat +55 jarigen minder wachtdiensten moesten presteren,
werd in vele streken ingetrokken. Want anders functioneerde de wachtdienst
niet meer. Het beleid zal tijdig maatregelen moeten nemen om de situatie
voor de bevolking aanvaardbaar te maken.
|
DOOR HET AAN ELKAAR LINKEN VAN
“Voor de jonge, startende arts moet het huisartsberoep
terug aantrekkelijk worden”
en
“Voor de oudere, uittredende huisarts moet pensioen
financieel haalbaar en aantrekkelijk worden”
KAN EEN WIN - WIN SITUATIE GECREËERD WORDEN VOOR DE
GANSE HUISARTSENGEMEENSCHAP |
Vestigingswetten hebben in het verleden daartoe hun deugdelijkheid niet
bewezen (vb. de apothekers). Ze zijn uiterst asociaal door het
uitsluiten van minder kapitaalkrachtige maatschappijgroeperingen.
Daarom geloven wij ook ten stelligste in een
methode die
-
de in- en uitstroom van het
huisartsenberoep regelt en tegelijkertijd het probleem van de plethora
aanpakt.
-
door een eenheidsvereniging gecreëerd en
gemanaged wordt.
-
in eerste instantie gefinancierd wordt door
terugbetaalbare voorschotten van de overheid, die op lange termijn enkel
de intrestenlasten over een periode van tien jaar moet dragen. Het gaat
hier voor de overheid om een zeer kleine investering met een zeer grote
return
Realisatie:
-
Alle praktijken worden in Vlaanderen (België) officieel geregistreerd en in
kaart gebracht. Het type praktijk (solo, duo-,
groepspraktijk, etc.)en het werkingsgebied (landelijk - stadspraktijk)
worden vastgelegd samen met de functie van de arts(en) die er zijn/haar
(hun) praktijk in heeft (hebben) (fulltime, parttime, etc. ...).
-
Het GMD wordt uitgebreid tot de ganse patiëntenpopulatie.
-
Op de leeftijd van 65 jaar krijgt de huisarts het maximum
bruto rustpensioen uitgekeerd.
-
De huisarts die zijn/haar praktijk stopzet, geeft twee
jaar voor de pensionering (of beëindiging om andere redenen) te kennen dat
hij/zij zelf geen opvolging voor de praktijk voorziet.
-
Hij/zij stelt de praktijk ter beschikking van een
stuurgroep die de in- en uitstroom van de huisartsenpraktijken regelt.
-
Door een stuurgroep in een eenheidsvereniging wordt in
samenspraak met de lokale huisartsenkring:
-
Een regioquotiënt bepaald: een minimum en een maximum
patiëntenpopulatie per huisartsenpraktijk wordt vastgelegd.
-
Waar een plethora heerst, tracht men die teniet te
doen, waar er een huisartsentekort is tracht men dit bij te sturen.
-
De praktijk ter beschikking gesteld van de pool van
afstuderenden die op dat ogenblik de specialisatie huisarts kiezen.
-
Na toewijzing vervullen de jonge, toekomstige huisartsen
het laatste jaar van hun haio-opleiding bij de collega wiens praktijk ze
gaan overnemen, onder auspiciën van de academische centra en van de
stagemeesters in de lokale kring.
De stoppende arts
-
ontvangt als vergoeding het bedrag van het GMD x
het aantal GMD patiënten in zijn praktijk bij stopzetten x 5, toegekend in
één niet belastbaar bedrag als extra pensioenbijdrage.
-
stelt zijn praktijkruimte te huur voor de startende
huisarts.
-
maar de startende huisarts is niet verplicht de
praktijkruimte te huren.
De startende
huisarts
-
krijgt bij het behalen van zijn erkenning als huisarts de
beschikking over het volledige inkomen uit de ganse patiëntenpopulatie.
-
krijgt gedurende vijf jaar lang het GMD bedrag niet
uitgekeerd (tenzij voor nieuwe patiënten).
-
krijgt vanaf het zesde jaar de volledige inkomsten van de
huisartsenpraktijk, GMD incluis.
De GMD vergoeding van de
praktijken die niet verder gezet worden om reden van plethora, worden identiek
met dit systeem geregeld.
De collega’s die patiënten afkomstig van de stopgezette
praktijk als vaste patiënt krijgen, ontvangen de eerste vijf jaar geen GMD
vergoeding.
Wat realiseren we in deze operatie?
-
De continuïteit in de zorgverlening op de eerste lijn wordt gegarandeerd.
-
Er kan een centrale planning en prospectie gevoerd worden naar jonge artsen,
gezien een zinvolle taak en een degelijk inkomen gegarandeerd aanwezig zijn.
Daarbij is er steeds een duidelijke kijk op de praktijken die gaan vrijkomen
en op de plaatsen die moeten ingevuld worden.
-
De jonge arts krijgt de vrije keuze in de praktijkvoering die hij/zij wenst,
zonder extra druk buiten het uitoefenen van het beroep (financiële
beslommeringen, vinden van partners etc.) Praktijkvormen
kunnen naar believen omgebouwd worden: solopraktijken naar duopraktijken,
naar groepspraktijken, samenwerkingsverbanden en omgekeerd…
-
De jonge arts zonder inkomen wordt niet verplicht een zware financiële
investering te verrichten.
-
De jonge arts wordt van bij de start een goed inkomen gegarandeerd.
-
De jonge arts krijgt de kans zich geleidelijk in te werken in de eigen
praktijk onder auspiciën van de oudere collega.
-
Na 5 jaar kan de jonge arts zonder financieel verlies de praktijk terug ter
beschikking stellen van de pool van een eenheidsvereniging of zelf voor opvolging
zorgen, wat de druk op de keuze van carrièreplanning aanzienlijk vermindert.
-
Het risico op plethora in de toekomst wordt gecounterd.
-
Ongezonde concurrentie op basis van plethora wordt vermeden.
-
Bij de jonge collega wordt de angst voor concurrentie met de bestaande
artsenpraktijken grotendeels weggenomen.
-
De oudere arts moet zich geen zorgen maken over de overname van de praktijk.
Deze stoppende collega kan op een deontologisch correcte manier alle
inlichtingen over de praktijkpatiënten aan de opvolger bezorgen en de jonge
dokter bij de patiënten introduceren.
-
De pensionerende collega ontvangt een vergoeding. Zo wordt een gedeelte van
het in de loop van de carrière ontstane tekort opgevuld en kan toch nog een
deftig pensioenbedrag bereikt worden.
Het veralgemenen van een goede in- en uitstapregeling is
trouwens een noodzakelijk maatschappelijk gegeven eigen aan alle beroepen. Zoals
in Nederland dreigt er in de toekomst, bij onvoldoende instroom van jongere
huisartsen, een probleem te ontstaan om de bevolking verder te voorzien van een
degelijke eerstelijns gezondheidszorg, waarbij oudere omnipractici moeilijk hun
activiteiten kunnen stoppen. Het is als huisartsen onze taak de overheid erop te
wijzen dat de problemen niet moeten opgelost worden als ze zich stellen, maar
dat ze preventief moeten aangepakt worden. Het creëren van een plethora is
maatschappelijk te veroordelen. Maar het veroorzaken van een tekort is even
verwerpelijk voor de patiënten die recht hebben op een goede gezondheidszorg met
een lage drempel. Het gevaar van een absoluut te vermijden twee sporen
gezondheidszorg dreigt te ontstaan in de komende jaren.
Terug naar inhoudsopgave
Het erkennen en valoriseren van de huisartsenkringen in
het sturen en evalueren van de lokale situatie van de gezondheidszorg op de
eerste lijn, in de contacten met de tweede en derde lijn, in het creëren van een
overleg met patiëntenorganisaties.
-
Maatschappelijk valoriseren van de erkende kring als het
centrum van de lokale huisartsenwerking.
-
Middelen ter beschikking stellen om via
informaticanetwerken en centrale servers patiëntendossiers te verzamelen.
Deze (kern)dossiers zijn op die manier beschikbaar voor wachtdiensten
en permanentie. Dit legt reeds een basis voor het toekomstige
huisartsenkenniscentrum.
-
De kring is de basis van democratische top-bottom en
bottom-up werking van een eenheidsvereniging.
-
Het centrum van lokale kwaliteitsanalyse en -bevordering.
-
De basis van gecoördineerde preventieacties.
-
De organisator van alle permanentie en wachtdiensten.
-
Het contactpunt van de eerste met de tweede en de derde
lijn.
-
Het contactpunt van de bevolking bij klachten of
desiderata.
Terug naar inhoudsopgave
Het creëren van lokale netwerken van avond- en
weekendwachtdiensten, met het centraal ter beschikking stellen van elektronische
dossiers aan de dienstdoende arts via een elektronisch kaartsysteem dat eigendom
is van de patiënt.
Laat ons niet van alle kruidenierswinkels supermarkten maken,
maar netwerken van kruidenierswinkels creëren. De eigenheid van de
huisartsenpraktijk is ook en vooral de persoonlijke relatie arts - patiënt. Elke
grootschaligheid verbreekt deze band in min of meerdere mate. De basis van
samenwerking via netwerken is de informatica, want teamwork kan niet zonder een
zekere mate van gemeenschappelijk gebruik van bepaalde patiëntgebonden
informatie.
Intercollegiale coöperatie kan onder de vorm van samenwerken of
samen werken. Beiden kunnen en moeten elektronisch ondersteund worden.
Voor de eerste finaliteit, een echte continuïteit van de
zorgen, is er noodzaak aan het delen van de onontbeerlijke
patiëntengegevens.
Voor de tweede finaliteit, samen verstrekken van de zorgen
via associatie, groepspraktijk of wijkgezondheidscentrum, is er noodzaak aan een
samenvoegen van alle patiëntengegevens.
Voor beide vereisten volstaat een centrale server, beheerd door
de huisartsenkring.
-
Hoeveelheid gegevens kan functie zijn van de intensiteit
van de samenwerking (enkel officiële wachtdiensten, voor elkaar inspringen,
etc. ...).
-
Alleen recente/actuele/belangrijke gegevens: geen
overload aan informatie.
-
Elkeen kan het eigen EMD gebruiken.
-
Elkeen bepaalt zelf wat wanneer gedeeld wordt: niet alle
gegevens moeten voor iedereen beschikbaar zijn.
-
Samenwerking is vrij.
-
Zeer beperkte tot geen investering vereist.
-
Gegevens beschikbaar anywhere, anytime.
Wat is de essentie?
-
Dat diegene die zorgen moet verlenen over voldoende
gegevens beschikt om dit optimaal te kunnen doen.
-
Dat diegene die de verantwoordelijkheid heeft over de
gezondheid van de patiënt (GMD houder)kennis heeft van wat er gebeurd is
tijdens diens afwezigheid.
Kerndossier
Mogelijkheden van gebruik van kerndossier
Export kerndossier is voor
alle gehomologeerde pakketten beschikbaar. De softwarepaketten volgen de
trend naar samenwerken en werken ook samen. Altijd zorgen dat de leiding
geschiedt door de huisartsen zelf: beter in
eigen beheer.
Fusie en delen van patiëntengegevens wanneer de groepsbenadering de doelstelling
is.
Dit is afhankelijk van:
-
Intensiteit van de samenwerking: hoe intenser de
samenwerking, des te meer is een fusie verantwoord.
-
Stabiliteit van de samenwerking: fusie is enkel
verantwoord voor een stabiele samenwerking.
Realisatie:
-
Is snel te verwezenlijken mits de faciliteiten aanwezig
zijn. Het volstaat om centrale servers te installeren en te beheren in elke
huisartsenkring.
-
Laat iedereen functioneren op vrije basis: vrijwillig in-
en uittreden in het systeem.
-
Is goedkoop.
-
Laat belangrijke verbetering van levenskwaliteit toe:
avondwachten, praktijkvervangingen, ziekte, verlof, etc. ... .
-
Gebeurt al in beperkte mate in bepaalde regio’s.
Andere Voordelen:
-
Laat toe om praktijkhulp via de server te centraliseren.
-
Is onafhankelijk van praktijktype.
-
Secretaresse kan via server afspraken maken met
specialisten.
-
Communicatie met tweede en derde lijn.
-
Onderlinge communicatie.
-
Basis voor oprichting van eerstelijns netwerk over het
hele land.
-
Basis voor kenniscentrum van en voor huisartsen.
-
Behoudt de fiscale voordelen van de praktijk aan de
woning.
Terug naar inhoudsopgave
Afbakenen van het terrein waarop huisartsen functioneren.
Constructieve basis voor samenwerking eerste en tweede
lijn creëren.
Objectieve evaluatie van projecten op basis van
kosten-baten analyse.
Afbakenen van het terrein waarop huisartsen functioneren
-
Er moet een duidelijke bevoegdheidsomschrijving komen van
het exclusief domein van de huisartsfunctie.
-
Er moet een duidelijke bevoegdheidsomschrijving komen van
het facultatief domein van de huisartsfunctie.
-
Conventionele en alternatieve vormen
van huisartsgeneeskunde moeten gescheiden worden in tijd of in locatie of in
beiden.
Het werkterrein beschermen kan op twee manieren:
Eerste manier: Door het eigen terrein af te
bakenen.
Zorg er dan voor dat jouw product, de
huisartsgeneeskunde, aan volgende eisen voldoet : Kwaliteit, Continuïteit,
Bereikbaarheid, naast Context- en individugerichtheid.
Blijkbaar hebben we daaraan de vorige jaren te weinig
aandacht besteed. Onze patiënten lopen naar verpleegsters,
alternatievelingen, extramurale specialisten, poliklinieken, spoeddiensten,
ziekenhuizen.
De cijfers voor klinische biologie, farmaca, thuisverzorging, etc. bewijzen dat onze patiënten er ondertussen niet echt gezonder op
geworden zijn.
Tweede manier: Door ergens anders terrein te gaan
“heroveren”.
We kunnen eisen dat
zorg in de toekomst volgens het subsidiariteitsbeginsel verstrekt wordt. Wij
houden ons bezig met een aantal zaken die in andere landen gedaan worden
door secretaressen, verpleegkundigen en praktijkassistenten. Onze
spoedartsen, gynaecologen, pediaters, internisten, geriaters, orthopedisten
en andere specialisten verstrekken eerstelijns geneeskunde.
Door optimale huisartsenzorg te bieden (Kwaliteit,
Continuïteit, Bereikbaarheid, Context- en Individugerichtheid) kunnen we
proberen om verloren terrein terug te winnen, want aan deze opgesomde eisen
kan alleen de huisartsgeneeskunde voldoen!
Uiteraard moet er dan eerst een vernieuwende kijk op het
beroep gerealiseerd worden. De maatschappij en de arts krijgt de beschikking
over de keuze tussen:
Maar er wordt
tegelijkertijd over gewaakt dat de kostprijs van deze diverse vormen met
elkaar te vergelijken zijn. Een kosten - baten analyse dient permanent te
geschieden om geen onverantwoorde shift van gemeenschapsmiddelen te doen
ontstaan.
Parallel moeten netwerken gecreëerd worden van
-
deeltijdse arbeid als huisarts.
-
wetenschappelijk medewerker.
-
vorser in de farmaceutische industrie.
-
huisartsen in administratieve dienst.
In de huidige maatschappijvisie, waar het niet meer
evident is om een ganse loopbaan hetzelfde werk te doen, biedt dit
ongetwijfeld heel wat mogelijkheden.
Constructieve basis voor samenwerking eerste en tweede lijn
creëren
Intense samenwerking tussen huisartsen en specialisten is
noodzakelijk via:
-
Zorgpaden, met welomschreven toewijzing van functie aan
de verschillende niveaus.
-
Huisartsen aanwezig op medisch bestuur van ziekenhuizen,
specialisten aanwezig op bestuur huisartsenkring via delegatie.
-
Educatief en kwaliteitsbevorderend samenwerken: vb.
protocolleren van spirometrie met controle door pneumoloog,
preconceptieonderzoek bij huisartsen.
Objectieve evaluatie van projecten op basis van
kosten-baten analyse
Op welk niveau bepaalde preventieve en andere acties naar de
bevolking worden gevoerd, dient op een objectief wetenschappelijke manier,
rekening houdend met de economische impact, bij voorbaat door een paritaire
commissie van huisartsen en specialisten uitgemaakt.
Terug naar inhoudsopgave
Het ter beschikking stellen van een volwaardig sociaal
statuut:
-
door solidariteitsstelsel voor en door de huisartsen.
-
één forfait, losgekoppeld van de conventiestatus, die
een bijdrage van de maatschappij weergeeft voor de extra geleverde diensten
van de huisartsen aan die samenleving.
-
pensioenbijdrage door overdragen van praktijk.
-
door de huisartsen zelf op te richten
huisartsenreserve voor opvangen van patiënten bij ziekte, zwangerschap,
verlof, etc. ... .
Door solidariteitsstelsel voor en door de huisartsen
Oprichting van een solidariteitsfonds door een klein bedrag per
prestatie niet zelf te ontvangen maar jaarlijks via het RIZIV in een
gemeenschappelijke kas te storten.
-
Dit fonds subsidieert en betaalt de wedde van een
huisartsenreserve die beschikbaar is voor ziekte, zwangerschapsverlof, etc.
... .
-
Dit fonds herverdeelt de middelen om de nodige
gewaarborgde inkomens te vrijwaren en invaliditeitsvergoedingen uit te
keren.
Één forfait, losgekoppeld van de conventiestatus, die
een bijdrage van de maatschappij weergeeft voor de extra geleverde diensten van
de huisartsen aan die samenleving
De wijze waarop ons vrij beroep onderworpen wordt aan de nadelen
van de status van zelfstandige én aan de nadelen van de loontrekkende is
wraakroepend.
Dit pseudo-zelfstandigenstatuut werd ons ‘stoemelings’
opgedrongen door de overheid. Het bij conventie toegekend sociaal statuut is
veel te laag om een voldoende sociale bescherming te bieden, maar het wordt wel
gebruikt om de huisarts te binden aan tarieven die niet toelaten zelf een
behoorlijk sociaal statuut te verwerven.
Revalorisatie van de huisarts zou kunnen bestaan in een
financiële compensatie door de overheid voor de economische bijdrage die wij
leveren ten aanzien van de maatschappij:
-
Het organiseren van wachtdiensten in het weekend.
-
Het verzorgen van permanentie in de week, tijdens de
avonden en ’s nachts.
-
Het organiseren van avondraadplegingen, die de industrie
toelaten dat haar personeel zich buiten de werkuren laat verzorgen.
-
Constante bijscholing en LOK vergaderingen.
-
Vrijwillig onbezoldigd deelnemen aan overdreven
administratieve rompslomp.
-
Als enig onbezoldigde bijwonen van allerlei overleg.
-
Mee ondersteunen van de sociale verworvenheden voor de
patiënten.
De telling van de geconventioneerden wordt sinds
jaar en dag gemanipuleerd door hierin onechte huisartsen te betrekken. Dit
moet nu eindelijk stoppen door het creëren van een positieve conventie met
een actieve aansluiting van wie dat wenst. Het is nodig dat er een degelijke
financiële renumeratie geboden wordt om in dit systeem te stappen.
Mogen we erop wijzen dat:
-
onze Franse collega’s een sociaal statuut ontvangen dat
een vijfvoud is van het onze.
-
de studie van het uurloon van de huisarts nog steeds niet
opnieuw uitgevoerd werd door de minister, zodat de resultaten dus nog steeds
niet weerlegd zijn.
-
de onverdachte Nederlandse studie aantoont dat de
verloning van de Belgische huisarts tot de tweede laagste van Europa
behoort.
-
de lage kostprijs van het gezondheidssysteem in ons land
enkel mogelijk is dank zij de onderbetaling van de eerste lijn, in het
bijzonder van de huisartsen.
Pensioenbijdrage door overdragen praktijk
Zie Stap 3.
Door de huisartsen zelf op te richten huisartsenreserve
voor opvangen van patiënten tijdens ziekte, zwangerschap, verlof, etc. ... .
-
De zieke collega ontvangt 60% van de inkomsten van de
vervanger + de bijdrage van het gewaarborgd inkomen, maar staat in voor de
kosten van de praktijkvoering.
-
De reservehuisarts wordt betaald met een vaste wedde +
een percentage van 25% op de geleverde prestaties bij vervangingen.
-
Bij vervangingen voor verlof of wachtdiensten wordt dit
bedrag 60% voor de vervanger en 25% voor de betrokkene.
-
De reserve kan bestaan uit parttime artsen, pas
afgestudeerde artsen en gepensioneerde artsen die wensen actief te blijven.
-
Huisartsen kunnen vrijwillig toetreden tot de pool
aan een forfaitbedrag per dag + 25% van de geleverde prestaties (vb.
gepensioneerde huisartsen).
-
Huisartsen die in deze reserve twee jaar tewerkgesteld
geweest zijn, krijgen voorrang bij het toewijzen van een praktijk.
-
Telkens 15% gaat naar de gemeenschappelijke kas
voor werkingskosten.
-
De reserve zorgt ervoor dat de financiële druk op de
tegemoetkomingen beperkt blijft en zorgt voor geleidelijke in- en uitstap
van artsen in het beroep, wat een dubbele win - win situatie is.
Ander Gebruik Gemeenschappelijke Sociale Kas:
-
Uitbouw van een kinderoppasdienst door de huisartsen
zelf.
-
Vergoedingen voor kinderoppas tijdens wachtdienst bij
huisartsenkinderen tussen 0 en 12 jaar.
-
Financiële ondersteuning van alleenstaande huisartsen met
kinderen voor kinderopvang.
-
Ondersteunen van huisartsen met ernstige financiële
problemen door ziekte of ongeval.
-
Steunpilaar voor uitbouw pensioen.
Terug naar inhoudsopgave
Het creëren van een eenheidsvereniging, met syndicale-,
wetenschappelijke-, media- en huisartsenkring-vleugel, gedragen door een
brede basis, waarbij de diversiteit binnen het huisartsenmilieu
democratisch naar het beleid vertaald wordt door consensusovereenkomsten.
Voor de artsen van het SVH moet de eenheidsvereniging een
globale eenheidsstructuur worden, die de basis van de huisartsen vertegenwoordigt in al
haar geledingen.
De basisidee van deze eenheidsvereniging is het vormen van een
geïntegreerde structuur met diverse pijlers: de democratische kringpijler, de
wetenschappelijke pijler, de administratieve pijler, de syndicale pijler en de
mediapijler.
De democratische kringpijler:
democratische besluitvorming, vertrekkende vanuit de kringen en uitmondend in
een parlement.
De administratieve pijler
met boekhoudkundige en juridische ondersteuning voor alle huisartsen, met onder
andere uitbouw van een tarificatiedienst.
De wetenschappelijke pijler
waar huisartsengegevens verzameld en wetenschap-pelijk verwerkt worden met als
doel de huisarts beter te laten functioneren in de maatschappij. Aan de overheid
worden de gegevens bezorgd die noodzakelijk zijn voor de uitbouw van een goede
gezondheidszorg.
De syndicale pijler moet
dienst doen als uitvoerend orgaan naar de overheid en de maatschappij. Als
onderhandelaar in de verschillende organen die beslissen over de gezondheidszorg
moet deze pijler kunnen beschikken over professionele mensen, die de
beroepsverdediging ten volle waar kunnen maken.
De mediapijler met
professioneel getrainde mensen en professionele ondersteuning is gericht naar de
media met alle facetten daarvan. Het beeld van de huisarts en zijn functioneren
binnen de maatschappij wordt van hieruit overgebracht naar de audiovisuele en
geschreven pers.
Het ideeëngoed van een eenheidsvereniging zal te allen tijde trachten
een weerspiegeling te zijn van wat leeft bij de brede basis van de praktiserende
huisartsen, maar het moet tevens een klankbord zijn voor minoriteiten.
In alle beslissingen zal maximaal getracht worden rekening te
houden met de existentiële diversiteit binnen de huisartsengroep. Steeds zal
geprobeerd worden beslissingen en ideeën dermate te oriënteren dat elke subgroep
maximaal aan haar trekken komt. Voor elke ideologie of gedachtegoed moet er
ruimte zijn naast mekaar.
De basisfilosofie van het SVH bestaat uit het gericht en
democratisch verzamelen van alle ideeën die bij de huisartsenbasis over een
probleem leven. Er wordt gezamenlijk naar een oplossing gezocht, bij consensus
of met behoud van het bestaande ideeëngoed. De bekomen oplossing wordt, alvorens
haar te implementeren, terug aan de basis ter goedkeuring voorgelegd.
De eenheidsvereniging is dus een eenheidsstructuur, waarin elke
huisarts zich moet kunnen thuis voelen. Zoveel mogelijk zal getracht worden om,
vanuit een consensus binnen de groep, de belangen van de huisartsen naar buiten
uit te behartigen. Het kamp denken tussen links en rechts uit het (vooral
syndicaal) verleden mag niet in de toekomst worden doorgetrokken. Wij zijn erg
blij dat er een gevarieerd gedachtegoed in ons huisartsenbestel aanwezig is. Ook
het SVH bestaat uit mensen van diverse strekkingen, zowel politiek,
syndicaal, qua praktijkvoering, qua geloofsovertuiging, en wij zijn daar fier op.
Het is de bedoeling om alle competentie welke eerder aanwezig
was in UHAK, VHP,
WVVH, VHNI, UHAK , VHP, SVH, de huisartsenvleugels van VAS en
ASGB te laten samenvloeien in één structuur, om in een eenheidsvereniging alle
standpunten van de huidige beroepsorganisaties verenigd te zien en geen knowhow
of deskundigheid te zien verloren gaan. Hierbij wordt uiteraard rekening
gehouden met zoveel mogelijk gevoeligheden van de huidige en toekomstige actoren
in deze organisaties.
Terug naar inhoudsopgave
Het betrekken van de basis van de huisartsen in de
opleiding van jonge omnipractici. Het incorporeren van het doorlopen van de
verschillende praktijkvormen in de opleiding.
Het is in elk goed functionerend bedrijf zo dat de groei en de
voortdurende vernieuwing en kwaliteitsverbeteringen ervan voor een groot deel
samenhangen met de feedback van de basis naar het management en ook met de
respons die door dit management aan die signalen gegeven wordt.
De universitaire centra, belast met de opleiding van de
huisartsen, hebben echter via het ICHO een kunstmatig beeld van het huisarts-
functioneren opgehangen. Dit model valt slechts gedeeltelijk samen met de
maatschappelijke realiteit van het functioneren als huisarts. Daarenboven hebben
ze zich op die wijze volledig geïsoleerd van een groot deel van de basis. Ze
zijn er niet in geslaagd om via permanente contacten een kruisbestuiving,
heilzaam voor alle partijen, te onderhouden.
Ze hebben zich integendeel meer en meer, via allerlei contacten
en studies die noodzakelijk zijn voor het financiële management van de
opleidingscentra, naar de overheid geprofileerd als de belichaming van de modale
huisarts. Hun gedachtegoed staat daar echter mijlenver van af.
We vragen onze competente Vlaamse professoren zich terug
bezig te houden met de core-business van hun werk: de wetenschappelijke
onderbouw van de huisartsenfunctie.
We vragen goede contacten van de opleidingscentra met de
huisartsen van de basis, waardoor tekortkomingen in de opleiding kunnen
bijgeschaafd worden ten gunste van onze toekomstige collegae.
We vragen hen terug meer oog te hebben voor de technische
ondersteuning van de huisarts in zijn primitieve veldsituatie.
Maar vooral vragen we hen zich niet politiek of ideologisch
te profileren en onbevooroordeeld wetenschappelijke vorming te geven aan onze
toekomstige collegae.
Terug naar inhoudsopgave
Het uitwerken van een democratisch communicatiesysteem
binnen de huisartsengroepering vanuit een eenheidsvereniging. De oprichting van een
huisartsenkenniscentrum, waar alle informatie over de huisartsgeneeskunde verzameld wordt.
Het uitwerken van een democratisch communicatiesysteem
binnen de huisartsengroepering
Om in alle omstandigheden de basis bij de besluitvorming te
kunnen betrekken en een maximale democratische werking te verzekeren, is het
absoluut noodzakelijk dat een eenheidsvereniging een goed uitgebouwd
communicatiesysteem bezit.
Dit kan met de huidige elektronische mogelijkheden geen probleem
vormen. Via dit systeem kunnen mededelingen worden gedaan, enquêtes en
verkiezingen worden georganiseerd. De kringen kunnen hierin uiteraard als
tussenstation fungeren.
De oprichting van een huisartsenkenniscentrum:
Waarom een Huisartsenkenniscentrum?
-
Overheid en mutualiteiten beschikken over onze
prestatiegegevens.
-
Zowel overheid als mutualiteiten azen op onze klinische
gegeven om ze te kunnen linken aan de prestatiegegevens.
-
Naar analogie met de Minimale Klinische Gegevens in de
ziekenhuizen wil de overheid zoveel mogelijk het klinisch handelen van de
huisartsen controleren en bepalen (responsabiliseren en sanctioneren?) onder
het mom van noodzakelijke besparingen.
-
Evolutie naar een gezondheidsbeleid dat voornamelijk
economisch geïnspireerd is zonder contact met de realiteit van het veld.
-
Het geheel aan klinische gegevens die door de huisartsen
worden geregistreerd, bevat een enorme wetenschappelijke waarde die
momenteel door de huisartsen niet benut wordt.
Doel van het
Huisartsenkenniscentrum.
-
Door middel van een unieke verzameling van klinische
gegevens in eigen beheer de huisarts incontournable maken als
onderhandelingspartner binnen de gezondheidszorg.
-
Controle bewaren over onze eigen klinische en
prestatiegegevens.
-
Voorkomen dat deze gegevens misbruikt worden tegen
onszelf, ten voordele van de tweede en derde lijn.
-
Degelijk en actueel cijfermateriaal ter beschikking
kunnen stellen van de huisartsenberoepsverdediging.
-
Peer to peer review mogelijk maken in plaats van
restricties opgelegd te krijgen door de overheid.
-
Pro-actieve deelname van de huisartsenberoepsgroep aan
het beleid rond een kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare
gezondheidszorg, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek met gegevens uit de
eerste lijn.
Aan welke eisen dient het Huisartsenkenniscentrum te
voldoen?
-
Georganiseerd door huisartsen voor huisartsen.
-
Centraal verzamelpunt voor geanonimiseerde klinische
gegevens uit de eigen beroepsgroep.
-
Centrum dat goed onderbouwde argumentatie aanreikt aan de
beroepsverdediging door analyse van de verzamelde geanonimiseerde klinische
gegevens.
-
Onder leiding van een raad van bestuur van huisartsen.
-
Onder toezicht van een onafhankelijke ethische commissie.
-
Enkel huisartsen kunnen lid zijn.
-
Gegevens, in het EMD geregistreerd, worden door een
aparte softwareapplicatie geanonimiseerd, zodanig dat noch de
huisartsidentificatie noch de patiëntenidentificatie kan teruggekoppeld
worden. Daarna worden deze gegevens
beveiligd (geëncrypteerd) en elektronisch verzonden.
-
Het huisartsenkenniscentrum beschikt op deze manier over
een centrale database met klinische gegevens van de huisartsen die deze data
wensen toe te leveren.
Terug naar inhoudsopgave
De toekomstvisie, zoals hierboven uitgetekend, biedt een
uitstekende werkomgeving voor de huisarts, die erin moet slagen om een product
af te leveren waarop de patiënt van het begin van de 21ste
eeuw aanspraak mag maken.
Het beroep wordt voor jonge artsen aantrekkelijker door onder
andere een betere verloning, een verminderde werkdruk, een verbeterde sociale
zekerheid, een professioneler omkadering, een verbetering van het imago en een
sterkere sociale positie van de beroepsgroep.
Maar het moet duidelijk zijn dat die toekomstvisie er niet
enkel is voor de huisartsen, maar ook voor onze patiënten. Die patiënt moet in
die toekomstvisie ook "meer huisarts” vinden, willen we de neerwaartse spiraal
waarin ons beroep zit nog kunnen ombuigen.
Dit besef moet tegelijkertijd het voornaamste argument vormen in de
onderhandelingen met de overheid om dit project te realiseren: een goed
georganiseerde, sterke eerste lijn levert betere kwaliteit aan een lagere prijs.
Mensen worden er gezonder door indien de huisartsgeneeskunde goed functioneert (cfr.
Barbara Starfield). Meer problemen kunnen worden aangepakt en opgelost in de
eerstelijns geneeskunde, zodat minder patiënten in de duurdere tweede lijn
terechtkomen.
Als de overheid overtuigd is van dit concept is de
voornaamste hindernis naar de concretisering van deze toekomstvisie genomen.
Terug naar inhoudsopgave
|