| |||||||||||||||||
|
|
HET SCHARNIERJAAR 2004De vergrijzing en hoe ze in te kleuren.DE STANDAARD – Zaterdag 3, zondag 4 januari 2004 p. 39 Het is onmogelijk om de beste pensioenen en gezondheidszorg van de wereld te willen en tegelijk de kortste loopbanen. Politici en vakbonden staan voor verkiezingen, en tijdens verkiezingscampagnes komen moeilijke keuzes niet tot stand. Maar intussen worden de problemen niet minder belangrijk. De vergrijzing is een van die problemen. Ze stelt ons voor moeilijke keuzes en er rest ons niet zoveel tijd om knopen door te hakken. Toch hoeft 2004 geen verloren jaar te worden. …/… op drie terreinen : het budget, de arbeidsmarkt, de ouder wordende bevolking. Ook een vierde van de democratisering van aanvullende pensioenen via het sociaal overleg. Twee bijkomende vragen die een grondig politiek debat verdienen, misschien grondiger dan de vorige. De gezondheidszorg: welk groeipad moeten we voorzien op de langere termijn? En hoe kan de gezondheidszorg binnen dit groeipad blijven ? De tweede vraag heeft betrekking op de budgettaire marges die overblijven voor andere maatschappelijke problemen, na het verrekenen van de kosten van de vergrijzing: hoe groot zijn deze marges? …/… Als we de vergrijzing goed willen opvangen, dan moet ook de organisatie van de gezondheidszorg aangepast worden. Een goed evenwicht is nodig tussen het aanbod van acute zorg en het aanbod van chronische zorg. Het aanbod van acute zorg moet daarbij kritisch bekeken worden (is elke nieuwe techniek overal nodig?). Dat veronderstelt ook dat investeringen in ouderenzorg prioriteit krijgen. Dan wordt het bijvoorbeeld mogelijk om tijdens deze regeerperiode de zogeheten „reconversie” van rustoordbedden helemaal af te werken, waardoor in alle rusthuizen de financiering aangepast wordt aan de personeelsbehoefte bij zwaar zorgbehoevenden. Aanpassen aan de vergrijzing veronderstelt ook dat de eerste lijn zo georganiseerd wordt dat „thuis blijven zolang men dat wenst” een reële optie is voor mensen. Zorg voor chronisch zieken en voor zorgafhankelijke ouderen zal de hoofdmoot uitmaken van het werk in de eerste lijn. De huidige solopraktijken zullen zich inschakelen in netwerken of fusioneren tot groepspraktijken als ze de groeiende nood aan voortdurende beschikbaarheid willen beantwoorden. De relatie tussen eerste lijn en de gespecialiseerde zorg moet kantelen: nu zijn de huisartsen nog te veel de uitvoerders van de voorschriften van specialisten, geënt op de acute zorg, terwijl in chronische zorg de specialist en het ziekenhuis eerder ondersteuners moeten zijn, aangestuurd door de vraag vanuit de eerste lijn. De overgang tussen thuis en een instelling moet omkeerbaar worden. Dat vraagt allemaal dat de thuiszorg beter wordt gestructureerd en een gelijkwaardige partner wordt tegenover ziekenhuizen en rusthuizen. Buiten de eigenlijke zorgverlening veronderstelt het „thuis blijven zolang ouderen dat wensen” dat de persoonlijke diensteneconomie van de grond komt ( vandaar ook het belang van de dienstencheques) en dat buurtwinkels in dorpskernen leefbaar blijven voor zelfstandige uitbaters. Lokaal beleid speelt een bijzonder belangrijke rol als we een samenleving willen op maat van de oudere: met nog meer aandacht voor de zwakke weggebruiker, voor lokaal openbaar vervoer, voor het onderhouden van contactmogelijkheden. Frank Vandenbroucke is de federale minister van Werk, Johan Vande Lanotte is de federale minister van Begroting.
|
|
Start | Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via web▲master_svh@telenet.be. Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site. View My Stats |