Commentaar van SVH
Daar is de witte woede weer.
Daar zijn de (Vlaamse) huisartsen weer!
|
HOEVEEL KUNNEN, MOETEN of MOGEN DE UITGAVEN AAN ZORG
STIJGEN PER JAAR?
GROEI BOVENOP DE INFLATIE?
1. 4,5 % stijging per jaar, dat kan! = Federale
regering.
2. 9 % stijging per jaar dat moet! = Vakbonden van de witte woede.
3. 2,8 % maximale stijging per jaar! = Hoge Raad
voor Financiën.
|
12 december 2004
COMMENTAAR. Daar
is de witte woede weer
Het zal weer
verkeerd lopen met de witte sector.
De vakbonden dienden een omvangrijke
eisenbundel in. De werkgevers keken toe vanaf de kant en gooiden gauw nog wat
eigen dossiertjes op de voorbijtrekkende vakbondswagens. En de federale en
regionale regeringen zeggen dat ze daarvoor helemaal géén geld hebben.
We stevenen dus weer af op een lange periode van witte woede en witte onrust:
betogingen, stakingen, en een verstoring - geen lamlegging, gelukkig - van de
verzorging, behandeling en begeleiding van de patiënten en gebruikers.
Zulke acties zijn een enorme verspilling van menselijke energie en van
arbeidstijd en vrije tijd die de actievoerders beter aan de patiënten en
gebruikers zouden besteden, of aan hun eigen vorming of ontspanning, of aan hun
gezin.
Waarom verlopen de CAO-onderhandelingen in die sector altijd zo woelig? De
vakbonden hebben daar belang bij, wordt weleens gefluisterd. Hoe intenser het
conflict, hoe meer zij het lidmaatschap van hun organisatie kunnen aanprijzen.
Dat was ooit wel zo, maar het is intussen een achterhaald element geworden.
Dé oorzaak is dat de samenleving nog
maar deels geleerd heeft voor die sectoren professionals te betalen in plaats
van te rekenen op de liefdadigheid van vrijwilligers. Dat is de kern.
De tweede oorzaak is dat de publieke
opinie dit eigenlijk ook beseft en daarom spontaan de vakbonden van die sector
steunt. Wie heeft geen sympathie
voor de afgepeigerde verplegenden? Wie durft te zeggen dat er genoeg opvang en
omkadering is voor de gehandicapten?
De vakbonden hebben volop gebruik gemaakt van die steun. Tot op het randje. Het
is niet zeker dat ze die steun nog lang behouden. Een zware eisenbundel indienen
op het moment dat iedereen, zeker in de gezondheidszorg, hoort dat er geen geld
is, kan een stap te ver zijn.
Bovendien is er iets ongezonds aan de rol die de vakbonden op zich hebben
genomen. Omdat bekend was dat zij overheid en gemeenschap konden dwingen te
betalen, namen ze ook alles op hun schouders: werkgevers en patiënten lieten hen
ook opkomen voor de uitbreiding van de dienstverlening.
Het wordt tijd dat de CAO-onderhandelingen in die sector normale proporties
aannemen. Het zijn de werkgevers en de gebruikers die moeten opkomen voor de
uitbreiding van de dienstverlening, zodat de bonden zich kunnen concentreren op
de lonen en de arbeidsvoorwaarden. Dan hoeven ze niet elke keer het grote
conflict ,,over alles'' aan te gaan.
Bovenal is er in de welzijns- en
gezondheidszorg nood aan een langetermijnvisie: wat doen we, wat betalen we en
wat niet. De behoeften zijn oneindig, de middelen niet.
Maar het zijn zwakke pionnen die de middelen bewaken. Daarom wordt er altijd zo
hard gevochten.
De samenleving moet duidelijk aangeven
hoeveel ze aan zorg wil besteden en hoe ze dat wil financieren. Die
duidelijkheid is er nu totaal niet. De federale regering, bijvoorbeeld, zegt dat
een stijging van de uitgaven met 4,5 procent kan. De sector denkt aan het
dubbele en benadrukt dat voortdurend. En de langetermijnplanners - de Hoge Raad
voor Financiën - zegt dat een stijging van meer dan 2,8 procent per jaar niet
kan. Met zulke uiteenlopende verwachtingen krijg je gegarandeerd heisa.
Heisa in een sector waar rust moet heersen om de
patiënten te geven waar ze recht op hebben.
Guy Tegenbos