Syndicaat van Vlaamse Huisartsen vzw

 

 

Contacteer ons!  

                                            

     Start  

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lastenboek: Waardering voor de huisartsgeneeskunde in België

DE NOORD/ZUID OVEREENKOMST: overleg - 21.07.2008 (originele versie: lees hier)


De problematiek van de wachtdienst

 

Inleidend

 

Tijdens de bespreking van de wachtdienstproblematiek werden enkele belangrijke zaken meer dan eens herhaald. Directe aanleiding voor het overleg is wel degelijk het acuut nijpende probleem van de wachtdienstorganisatie in Gouvy. Het feit dat ook huisartsen uit het Noorden van het land op het overleg aanwezig zijn onderlijnt dat deze problematiek toch evenzeer ook in Vlaanderen gevoelig ligt. Ook in Vlaanderen zijn er rurale gebieden waar de afstanden voor de wachtdoende arts groot zijn. En al is het huisartsentekort in de Vlaamse wachtdienstregio’s vandaag nog geen groot probleem: de leeftijdpiramide van de nu actieve huisartsen toont dat dit probleem wel zal gevoeld worden in een aantal regio’s binnen vijf of (ten laatste) tien jaar.

 

Tijdens het overleg werd door alle deelnemers nog eens nadrukkelijk gesteld dat de wachtdienst een “publieke dienst” is. Een dienst die ons opgelegd wordt door de overheid.

 

In de marge van de discussie bleek bijvoorbeeld dat te veel collega’s niet beseffen hoezeer het verrichten van de wacht – ten dienste van onze patiënten, maar in opdracht van de overheid – wel degelijk ook extra risico’s meebrengt. Wanneer dit ter sprake gebracht wordt, dan wordt al te gemakkelijk de verantwoordelijkheid afgeschoven naar de arts… omdat die tenslotte een zelfstandige “vrij beroepbeoefenaar” is.

 

 

Conclusies en afspraken

 

Unaniem wordt gesteld dat het belang van de wachtdienst meer benadrukt moet worden. We vragen daarom dat bij de aangekondigde uitwerking van impulseo III de wachtdienst als criterium zou worden gebruikt. Het feit dat een huisarts ingeschreven staat op de wachtlijst, zoals die opgemaakt wordt door de voor de wacht verantwoordelijke kringen moet volstaan om volwaardig recht te hebben op de steun die aangekondigd werd als “impulseo III”.

 

Het SVH ontving een officiële brief van minister Onkelinx. (Dit terwijl ettelijke erkenning van representativiteit nog geweigerd blijft.)
De minister stelde in haar brief dat ze “samen met de terreinactoren” de mogelijkheid wil bestuderen van het uitbreiden van het Impulseo-fonds om “ook een administratieve hulp toe te staan voor de alleen-werkende huisartsen”

Het SVH zal een antwoord opmaken op deze brief. Daarin zal SVH enerzijds stellen dat enkel vergoeden van “administratieve hulp” geen oplossing biedt voor de huisartsenproblemen. Anderzijds zal SVH melden dat vanuit overleg met de collega’s van het Zuiden van ons land veel belang wordt gehecht aan het correct organiseren van de wachtdienst. De problemen die wachtdiensten vandaag – en nog meer in de toekomst – hebben ten gevolge van de ongelijke verdeling van artsendichtheid en ten gevolge van specifieke noden in bepaalde regio’s zetten ons er toe aan om het belang van de wachtdienst nu extra te benadrukken. We vragen dan ook om nu duidelijk kenbaar te maken dat Impulseo-3  effectief zal aangeboden worden aan de wachtdoende huisarts, dus aan die huisartsen, die ingeschreven zijn in de wachtdiensten.

 

Over de taalgrens heen heerst er een consensus dat de relatieve huisartsentekorten ( die mee de wachtorganisatie in het gedrang brengt) niet kunnen opgelost worden door het verhogen van quota in Brussel…

Het dreigende tekort (binnenkort meer algemeen – nu nog beperkt tot bepaalde regio’s) is in de eerste plaats een gevolg van de nog steeds voortdurende gebrekkige vergoeding van de huisartsen. Een echte herwaardering is dringend nodig. De herwaardering dient te gebeuren op alle vlakken: zowel financieel, evenzeer in ondersteuning naar werkomstandigheden, evenzeer via ernstige pogingen om administratieve waanzin in te perken.

 

Het wachtdienstprobleem is eveneens een praktisch organisatorisch probleem. Duidelijke richtlijnen, waarbij zowel voor de zorgverleners als voor de patiënten duidelijk wordt wat de mogelijkheden en verwachtingen zijn van de aangeboden wachtdienst zijn nodig. Hier zijn structuren nodig; hier zijn financiële middelen nodig.

 

Op vele plaatsen namen huisartsen en kringen reeds initiatieven. Vele van deze projecten bevatten waardevolle ideeën en deeloplossingen voor de huidige problemen. De overheid, die nochtans de wachtdienst oplegt, slaagt er onvoldoende in om deze initiatieven voldoende middelen te geven. De overheid slaagt er niet in om duidelijke richtlijnen aan te bieden, waaraan toekomstige projecten zich kunnen spiegelen.

 

Het is ook uiterst belangrijk dat de “onvoorwaardelijke verplichting om zich als arts ter plaatse te begeven” wordt afgeschaft. De huidige adviezen van de Orde van Geneesheren zijn hierover niet meer van deze tijd. Het gaat niet op – in tijden van tekort aan kandidaat wachtartsen – diezelfde huisartsen te verplichten in te gaan op de vaak gemakzuchtige vraag van een patiënt die zelf onwillig is om zich naar het kabinet van de arts te begeven. Het is niet meer van deze tijd dat een huisarts tijdens een wachtdienst voor een karige vergoeding verplicht wordt om tientallen kilometers te rijden, vaak enkel omdat dit nu eenmaal comfortabeler is voor de oproeper.

 

Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen zal – mee namens dit Noord-Zuid-overleg – in een brief aan de nationale raad van de orde van Geneesheren vragen om het huidige advies te herzien. 

 

Het Noord-Zuid-overleg stelt voor dat de “onvoorwaardelijke verplichting om ter plaatse te gaan” wordt vervangen door “het aanbieden van de mogelijkheid om de patiënt tot bij de wachtdoende arts te brengen”. Dit kan door het creëren van taxicheques, een terugbetaling van dergelijke verplaatsing via taxi tijdens de wachtdienst. Waarom neemt de overheid geen initiatief om in regio’s waar uitgestrektheid dergelijke verplaatsingsproblemen geeft om een “taxi van wacht” beschikbaar te houden?

 

Het Noord-Zuid-overleg stelt ook voor om het verplaatsingsprobleem ook op te vangen via het opstellen van een triagesyteem. Wanneer de overheid haar verantwoordelijkheid neemt door zelf een triage-systeem uit te werken, zal ze eveneens in staat zijn om ook gelijktijdig de problemen van de urgentiediensten en de ambulancediensten op te lossen. Een triagesysteem voorkomt immers het onnodig uitrukken van ambulance of MUG. Een triagesysteem kan ook de onnodige 1ste-lijnspathologie op spoeddiensten naar het juiste echelon terugvoeren.

 

Er is een duidelijk onderscheid in pathologie. Enerzijds zijn er voor een aantal problemen dringende specialistische zorgen – zoals aangeboden op de spoeddiensten – nodig. Anderzijds biedt de wachtdienst van de huisartsen in de eerste plaats continuïteit van eerstelijnszorg. 

Het is een opdracht voor de overheid om via een triagesysteem dit onderscheid ook duidelijk te maken voor de hele bevolking.

 

Zo is er tenslotte zeker ook nood aan een specifieke verzekering voor de huisarts die wachtdienst verricht. De extra werkdruk, de vaak grote afstanden, (niet zelden buiten de voor de arts vertrouwde omgeving), de ook in media al vaak aangehaalde veiligheidsproblemen: ze verhogen voor de huisarts van wachtdienst de risico’s op ongeval of schadegeval. Ook voor de brandweerlieden zorgt de organiserende overheid toch voor een gepaste verzekering? In dergelijke situatie deze verantwoordelijkheid afwentelen op de “zelfstandigheid” van de arts is niet correct van een overheid die tegelijk deze dienst oplegt.

 

Verwante pagina


Start | Contact | Lid zijn | Programma | Huisarts.be | Tarieven | Thema's | Acties | Jouw mening | Bestuur | Medi-nieuws | FAQ | Standpunten

   Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via webmaster_svh@telenet.be.

                   Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site.    View My Stats