Lastenboek: Waardering voor de huisartsgeneeskunde in
België
DE NOORD/ZUID OVEREENKOMST: update punt 3 -
21.02.2008 (originele versie:
lees hier)
Deelnemers aan het overleg op 21 februari hebben vooral hun aandacht
toegespitst op hoe we dit punt (3) van de NZ-consensus kunnen
verduidelijken.
Vooraf bleek al snel dat in beide landsdelen huisartsen wel degelijk zich
achter een zelfde doel scharen:
We wensen voor alle geneesmiddelen, voorgeschreven door de huisartsen
een afschaffing van de indeling in hoofdstukken. Een huisartsenvoorschrift
dient steeds beschouwd te worden als een “hoofdstuk-één-voorschrift”.
We aanvaarden dat er een “hoofdstuk 4” regeling bestaat voor de nieuwe
superspecialistische medicaties zoals in oncologie (vb Herceptine). We
aanvaarden dan ook dat dit type medicatie onder hoofdstuk 4 voorbehouden
blijft aan specialisten.
Als huisartsen wijzen we op enkele specifieke punten:
-
Om controle uit te oefenen op het
voorschrijven van geneesmiddelen beschikt de overheid over voldoende
middelen om dit te doen – ongeacht het 'hoofdstuk' waartoe het
geneesmiddel behoort. De recente controles, uitgevoerd bij collega’s
naar aanleiding van quinolonenvoorschrift tonen aan dat ook
hfst1-geneesmiddelen perfect kunnen gecontroleerd worden. Voor het
opsporen van outliers en het eventueel bijsturen van voorschrijfgedrag
is de hoofdstukkenindeling niet nodig.
-
De wijze waarop het antibioticavoorschrift
evolueerde in België – enkel op basis van de besprekingen van profielen
in de LOK-groepen wordt nu in Europa als voorbeeld gesteld. We hebben
dus bewezen dat feedback door de eigen beroepsgroep echt kan, mogelijk
is en ook werkt.
-
In onze moderne gedigitaliseerde wereld
zijn alle data over geneesmiddelenvoorschrift en de aflevering ervan
door de apothekers beschikbaar. We stellen echter vast dat de cijfers
die aan de huisartsen aangeboden worden vaak al “verouderd” zijn. We
weten echter dat zowel op niveau van Farmanet, als op niveau van de
apothekers-tarificatiediensten deze data veel sneller beschikbaar zijn.
-
LOK-groepen werden opgericht om
“peer-review” mogelijk te maken. In de oude NZ-consensustekst vragen de
huisartsen om die feedback in handen van de beroepsgroep verder
mogelijk te maken en uit te breiden. Het beschikbaar stellen van de
juiste, recente data is daartoe een voorwaarde.
-
De evolutie van de elektronische medische
dossiers is dermate dat mogelijkheid ontstaat om bij het opmaken van een
voorschrift vanuit de medische dossiers, een koppeling te maken met
aanbevelingen voor goede praktijkvoering, zodat een autoregulatie
ingebakken zit in de dossiersystemen.
Op basis van deze vaststellingen komen we tot volgend besluit:
Een afschaffing van de huidige administratieve overlast bij de huisartsen,
die gegenereerd wordt vanuit hoofdstuk 4, en tegelijk een vermijden van
toenemende onzekerheid over controlerende en bestraffende maatregelen vanuit
hoofdstuk 2 is voor de geneesmiddelen, die voorgeschreven worden binnen de
huisartsgeneeskunde echt realiseerbaar.
De beroepsgroep stelt daar tegenover:
-
De verdere uitbouw van de feedback,
georganiseerd door de beroepsgroep zelf, in het kader van de werking van
de LOK’s.
Voorwaarde daarvoor is dat de correcte data ook beschikbaar worden
gesteld aan de beroepsgroep. Dit kan vanuit ons standpunt toch geen
probleem zijn: immers het gaat over gegevens die we zelf gegenereerd
hebben.
-
Het verder realiseren van autoregulatie
vanuit de elektronische dossiers – waarbij de wetenschappelijke
aanbevelingen gebruikt worden waarvoor ze dienen: namelijk als
hulpmiddel bij het voorschrijven (en niet als normerend instrument voor
controlerende en bestraffende instanties).
De realisatie hiervan is mogelijk en kan bevorderd worden door dit als
element op te nemen in de labeling van de dossierpakketten.
Op deze manier zijn we er van overtuigd dat een goed evenwicht wordt bereikt
tussen het verlangen van de overheidsinstanties om toch garanties naar
correct voorschrijfgedrag verder te ontwikkelen en uit te bouwen enerzijds
en het vermijden van administratieve overlast met dreigende betutteling bij
de huisartsen anderzijds.
