BS: 30/12/99
KB van 02/12/99 betreffende
palliatieve thuispatiënten
Art. 3.
Onder palliatieve thuispatiënt in de zin van dit besluit moet worden
verstaan de patiënt :
- die lijdt aan
één of meerdere irreversibele aandoeningen;
- die ongunstig
evolueert, met een ernstige algemene verslechtering van zijn
fysieke/psychische toestand;
- bij wie
therapeutische ingrepen en revaliderende therapie geen invloed meer
hebben op die ongunstige evolutie;
- bij wie de
prognose van de aandoening(en) slecht is en het overlijden op relatief
korte termijn verwacht wordt (levensverwachting meer dan 24 uur en
minder dan drie maand);
- met ernstige
fysieke, psychische, sociale en geestelijke noden die een belangrijke
tijdsintensieve en volgehouden inzet vergen; indien nodig wordt een
beroep gedaan op hulpverleners met een specifieke bekwaming, en op
aangepaste technische middelen;
- met een intentie
om thuis te sterven;
- en die voldoet
aan de voorwaarden opgenomen in het formulier dat als bijlage bij dit
besluit gaat.
Art. 4.
De huisarts van de palliatieve thuispatiënt geeft aan de adviserend
geneesheer van het ziekenfonds of de gewestelijke dienst kennis van het feit
dat de verzekerde beantwoordt aan voorwaarden vermeld in artikel 3 van dit
besluit.
De huisarts vult daartoe het formulier in
dat gaat in bijlage bij dit besluit en maakt het via de post over aan de
verzekeringsinstelling van de betrokkene.
BIJLAGE:
FORMULIER