Aan de Vlaamse Huisartsen wordt het toevoegen van het budget voor de
huisartsenwachtposten aan het conventiebudget als een belangrijk
winstpunt voor de huisartsen voorgesteld.
Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen stelt echter vast dat voorheen deze
huisartsenwachtposten ook gefinancierd werden. Het budget maakte toen
deel uit van de werkingsmiddelen van het RIZIV, en niet van het budget
dat verdeeld wordt voor de honoraria. De “projecten” werden rechtstreeks
met het RIZIV onderhandeld.
Door deze conventie komt het budget voor de wachtposten onder toezicht
van de partners in de Nationale Commissie Geneesheren ziekenfondsen.
Voortaan beslissen dus opnieuw de afgevaardigden van de officiële
“gemengde” syndicaten over een typisch huisartsenbudget, nl. het budget
voor de wachtposten.
Maar bovendien wordt dit budget nu ook bestempeld als een inkomen voor
huisartsen. Niets is minder waar vermits enkel logistiek voor betaling
van infrastructuur en lonen van administratief en ander personeel wordt
gebudgetteerd. Geen cent gaat naar de huisarts. Alsof
ziekenhuisinfrastructuur wordt betaald uit het conventiebudget.
Toch zal dit groeiend wachtpostenbudget als maatschappelijke
noodzakelijkheid ten dienste van de burger voortaan als bewijs dienen
van de zoveelste toezegging voor de huisartsen. Én zullen deze middelen
ook het excuus worden dat er geen budgettaire ruimte meer is.
Het Wachtpostenbudget wordt nu opgetrokken met 3 miljoen euro. Dit is
géén nieuw geld voor huisartsen. Dit zijn ook géén extra
werkingsmiddelen voor de reeds bestaande wachtposten. En bovendien zal
deze drie miljoen zelfs onvoldoende blijken voor het opstarten van de
nieuwe huisartsenwachtposten, die nu al in voorbereidingsfase zijn.
Voortaan zullen dus ook de huisartsen kunnen aangewezen worden als
“budgetoverschrijders”, met alle gevolgen op de échte honoraria.
Nog nooit lieten de huisartsen zich zó in de luren leggen door de
opstellers van een conventie.
Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen blijf huisartsen oproepen om Samen
te Vechten voor Herwaardering. Wij blijven daarom alle huisartsen
oproepen om goed deze opgedrongen akkoorden te evalueren.