Syndicaat van Vlaamse Huisartsen vzw

 

 

Contacteer ons!

 

     Start

En francais


 

 

 

Programma (update voor 2009)

 

De huisarts-patiënt-relatie is de belangrijkste bouwsteen in de gezondheidszorg.

 

Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen wil met een duidelijk herkenbaar “huisartsenprogramma” naar de syndicale verkiezingen gaan.

Het huidig gezondheidsbeleid is "hospitalocentrisch" en is toe aan herziening. Wetenschappelijke en economische studies (OESO) bevestigen immers de belangrijke rol van de huisarts in de zorg.

Dit programma beoogt dan ook een echte herwaardering van de huisarts, overigens dé vertrouwensfiguur van de patiënt. 

Het SVH komt op voor een volwaardige erkenning van het huisartsensyndicaat en wil op een zo autonoom mogelijke wijze naar de verkiezingen stappen. De mandaten die we zo kunnen verwerven, zijn mandaten voor de Vlaamse huisartsen. Zodra we deze verworven hebben willen we met deze mandaten in de Domus Medica stappen.

We vatten ons programma samen in de volgende 18 punten: 

 

1.  Erkenning van huisartsensyndicalisme

           
Omkering van een beleid, dat reeds jaren gestuurd wordt vanuit een hospitaal-denken, kan slechts indien eigen overlegstructuren worden gegeven aan de huisartsen. Uiteraard betekent dit eveneens dat er een eigen budget komt voor huisartsgeneeskunde in een aparte huisartsenconventie.

 

 

2.  Vrije keuze van hulpverlener per verzorgingsechelon  

  
Huisartsen vragen reeds jaren echelonnering. De differentiële terugbetaling na verwijzing is een goede stap, maar blijkt totaal ontoereikend. Wij zijn dan ook vragende partij deze differentiële verwijzing samen met de minister verder uit te werken. Rationalisering van zorg en beheersing van kosten staat lijnrecht tegenover de onvoorwaardelijk vrije keuze van hulpverlener als recht van de patiënt.

Voor een optimale continuïteit van de zorgen bepleiten wij een keuze per verzorgingsechelon. De patiënt heeft – op ieder verzorgingsniveau – de initiële vrije keuze.

 

 

3.  Herwaardering basis-huisartsenprestaties   

               
Jonge artsen kiezen niet meer voor de huisartsgeneeskunde. De aantrekkelijkheid van het beroep kreeg nog een extra deuk nadat OESO berekende dat de huisartsen slechts één derde verdienen in vergelijking met onze collega’s specialisten. Een fikse verhoging van honoraria is een minimale vereiste. Wij pleiten voor een herwaardering naar 25 – 30 – 50 EURO (raadpleging – GMD – huisbezoek).

Het SVH blijft eisen dat een grondige herijking van de nomenclatuur wordt doorgevoerd. Een raadplegingshonorarium van 30 euro in 2010 is daarbij het streefdoel.

 

4.  Derdebetalersregeling

 

Onomstotelijk is de herwaardering van de huisartsgeneeskunde gekoppeld aan de betaalbaarheid van deze basisgezondheidszorg door de patiënt zelf zodat geen gezondheidszorg met 2 snelheden kan bestaan. Daarom moet elke huisarts de vrijheid hebben om derdebetalerregeling voor elk patiëntencontact te kunnen toepassen.

Het SVH is vragende partij om initiatieven te helpen uitwerken zodat minimale extra administratieve last aan deze betalerregeling is verbonden.

 

 

5.  Afschaffing codes meervoudige bezoeken  

 
Een huisbezoek is een raadpleging in moeilijke omstandigheden.

Vooreest is er de steeds grotere verkeersdrukte tijdens onze verplaatsingen. Bovendien betalen ook wij de duurdere autobrandstof! Er zijn de toenemende problemen om een parkeerplaatsje te vinden. Maar er is bovenal het feit dat we op een huisbezoek met minder hulpmiddelen, toch tot adequate zorg en een goede diagnose moeten komen. Dit blijft evenzeer gelden indien we niet alleen onze patiënt onderzoeken op een halfduister zolderkamertje; dat geldt even goed voor de echtgenote die we tijdens hetzelfde bezoek aanhoren en onderzoeken in de keuken tussen broodtrommel en afwas…

Dit geldt evenzeer voor bezoeken in het rusthuis, die vaak meer tijd vergen, mede door de noodzaak tot overleg met de verzorgenden.

 

 

6.  Herijking van nomenclatuurnummers    

         
Opwaardering van de typische basis-huisartsenprestaties bespraken we reeds onder punt 3. Het is echter eveneens van belang dat ook andere elementen uit de huisartsennomenclatuur worden aangepast.

Wij stellen voor om één nieuw spoed-nomenclatuurnummer te voorzien voor alle afwijkende raadplegingen en bezoeken overdag aan een tarief van 60 EURO. Daarnaast pleiten we voor één nieuw spoed-nomenclatuurnummer ’s nachts (vanaf 21.00 uur) aan een tarief van 100 EURO.

De ingezette opwaardering van avondraadplegingen dient verder te gaan dan de bijkomende 2 EURO: honorering op basis van tijdstip van prestatie is nu een prioritaire eis.

 

 

7.  Nomenclatuurnummer voor administratieve taken  

            
Vereenvoudiging van administratieve overlast, daar zijn we allemaal voor te vinden. Maar de realiteit is dat een steeds complexere maatschappij steeds meer administratieve verantwoording oplegt. Het SVH pleit voor invoering van twee nomenclatuurnummers, specifiek voor huisartsen. 

 

a)  Een nummer voor alle officiële attesten en formulieren, waarbij extra controle en opzoekwerk in het dossier vereist is: we denken hier aan formulieren 3&4, de nieuwe formulieren voor aanvraag van rolstoelen, overlijdensattesten, ook alle attesten voor aanvraag medicatie vallen voorlopig (zie punt 9 en 10) onder deze categorie. Voor dit nummer wordt voorzien in een RIZIV-terugbetaling.

 

b) Een nummer voor alle andere attesten dan voor werkonbekwaamheid en schoolattesten: sportclub-attesten, briefjes voor verzekeringen, attesten voor advocaten, kortom elk attest waarvoor we een extra aanvraag krijgen.      
In principe wordt de code hiervoor niet terugbetaald door het RIZIV.

 

 

8.  Positieve conventie   

           
Het SVH bezorgde minister Demotte reeds dit voorstel in de loop van het voorbije jaar. In het huidige conventiesysteem, worden alle artsen als “geconventioneerd” beschouwd, tenzij ze zelf actief deconventioneren.

Het gevolg is dat de conventiecijfers vervalst worden door een steeds groter wordende groep van algemene geneeskundigen zonder huisartsenpraktijk. Zo worden artsen in loondienst, artsen werkzaam in de industrie, ambtenaren, arbeidsgeneesheren, schoolartsen, en andere artsen zonder praktijk meegeteld met de geconventioneerde huisartsen.

Voor het jaar 2003 zijn er 8.996 artsen bekend bij het RIZIV zonder uitgavenprofiel. Het KCE gaf aan dat in 2005 slechts 53% van de 21.804 huisartsen minstens 1 prestatie verleent aan minimum 50 patiënten.

Voor 2008 beschouwt het RIZIV 8169 huisartsen als erkend en betaalt alleen aan hen de praktijkondersteuning 2008 uit. Dit cijfer zal voortaan referentie zijn bij beoordeling van elke soort telling in 2009.

Nochtans is het sociaal statuut bedoeld als compensatie voor wie bereid is aan conventietarieven te werken.

Deze situatie is mee verantwoordelijk voor de hilarische Belgische realiteit: de niet actieve huisartsen bepalen onder welke omstandigheden binnen de conventie de actieve huisartsen dienen te werken

Een omkering van het systeem, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de cijfers van een huisartskadaster, maar waarbij de huisarts zelf aangeeft of hij/zij de conventie aanvaardt, zal in ieder geval cijfers leveren die ons juister informeren over het aantal echte huisartsen. Meteen kan ook de uitbetaling van de sociale voordelen, gekoppeld aan conventies, een flink stuk vervroegd worden.

 

 

9.  Volwaardige sociale zekerheid voor huisartsen     

 
De sociale voordelen, gekoppeld aan een conventie, zijn slechts een “nepstatuut”.

De huisarts, die zich een heel leven inzet voor onze “sociale-zorg-maatschappij” verdient een even goede sociale bescherming als elke andere burger. Het zelfstandigenstatuut houdt er geen rekening mee dat de overheid (de maatschappij) in feite onze werkgever is. We hebben recht op een sociale bescherming die volledig evenwaardig is aan deze die een geneesheer-ambtenaar in dit land geniet, en dit los van het conventiegebeuren!        
SVH pleit ook voor het oprichten van een "sociaal fonds " om de werkongeschikte huisartsen substantieel te ondersteunen. Het SVH is ook hier vragende partij om te helpen heel concrete voorstellen uit te werken in samenwerking met de gepaste beleidsniveaus.

Tevens pleit het SVH voor een extra verzekering voor de wachtdienstdoende huisarts. De specifieke risico’s verbonden aan het werken voor een wachtdienst moeten verzekerd worden, op een wijze die vergelijkbaar is met de huidige extra verzekering voor politiediensten en brandweerlieden.

 

 

10.  Geneesmiddelenvoorschrift is verantwoordelijkheid arts


Het SVH pleit voor een geneesmiddelenbeleid, waarin de specifieke verantwoordelijkheid van de arts, als voorschrijver gerespecteerd blijft. Momenteel wordt beïnvloeding van het voorschrijven gebruikt als middel om besparingen op het geneesmiddelenbudget te realiseren. Nochtans is de overheid zelf de eerste verantwoordelijke voor de hogere prijzen, die onze patiënten in ons land betalen voor hun geneesmiddelen. Het huidige systeem van Voorschrijven op stofnaam, wordt door het SVH resoluut afgewezen. In het voorstel dat het SVH verdedigt (conform met de resoluties in het VHP) kan een voorschrift op stofnaam slechts indien het gekoppeld wordt aan enkele andere principes: enerzijds een voorafgaandelijke aanbesteding, die ons goedkopere medicijnen zal opleveren, anderzijds enkele maatregelen die de therapietrouw van de patiënten helpt te verbeteren. We noemen ons voorstel dan ook TTVV: een Therapie-Trouw-Versterkend-Voorschrift. Ook in het kader van a priori- en a posteriori-controlesystemen, wordt ons standpunt bepaald door het nodige respect voor de verantwoordelijkheid en autonomie van de voorschrijvende arts. In geen geval kunnen wetenschappelijke richtlijnen door de overheid misbruikt worden om, gegoten in wetteksten, dwingend te worden in het voorschrift van de huisarts.

 

 

11.  Afschaffing van a priori en a posteriori Bf toestanden 

    
 

Het geneesmiddelenvoorschrift is een document, opgemaakt vanuit de huisarts-patiënt-relatie, waarbij de maatschappij de deskundigheid en de beroepsernst van de huisarts aanvaardt.

De bestaande “attestplicht” is slechts een bijkomende hinder voor arts en patiënt en moet afgebouwd worden.

In het bijzonder moet ook elke regelgeving, die er slechts op gericht is om onnodige extra specialistenprestaties in stand te houden, verdwijnen (vb: PPI-regeling, steunzolen-voorschrift etc.)

 

Vooreerst dient de a posteriori regeling volledig afgeschaft te worden. De administratieve vereenvoudiging weegt niet op tegen de  zware responsabilisering van deze regeling die volledig naar de huisarts toegeschoven wordt. Zoals in punt 9 vermeld is het absoluut uitgesloten dat wetenschappelijke richtlijnen dwingend worden via allerlei wetteksten. Reeds bestaande wetten en KB’s dienen dan ook te worden afgeschaft.

 

De huidige indeling van geneesmiddelen in “hoofdstukken” moet alleszins voor het huisartsenwerk afgeschaft worden. We aanvaarden dat zeer specifieke dure medicaties slechts terugbetaald worden nadat bepaalde voorwaarden voldaan werden, maar dit mag geen impact hebben op het huisartsenwerk: vernieuwen van voorschriften van een lege-artis opgestarte specialistische medicatie is evenzeer een huisartsentaak.

 

De beroepsgroep zelf promoot een positief voorschrijfgedrag. Het eigen EMD kan, na koppeling met de erkende guidelines als een echte “GPS” het huisartsenwerk sturen en continue feedback mogelijk maken. 

 

 

12.  GMD regeling         


Het SVH pleit voor zowel een automatische verlenging als de manuele verlenging ter inning van de Globale Medische Dossiers. De huidige “administratieve regeling” is hierbij een tussenstap. We pleiten voor een automatische jaarlijkse verlenging – ook indien er geen patiëntencontact was in het afgelopen jaar. De automatische verlenging vervalt op het ogenblik dat de patiënt gedurende vijf jaar niet meer consulteerde. Bij verandering van huisarts dient minimaal één keer een manuele GMD-aanvraag te gebeuren.

 

 

13.  Erkenning GMD op niveau samenwerkingsverbanden 

  
Het “geklungel” met “G-stempeltjes” heeft reeds lang genoeg geduurd. De ziekenfondsen zijn met hun informatica perfect in staat om nu reeds rekening te houden met de gekende samenwerkingsverbanden. We eisen dat onze minister deze zaak onmiddellijk regelt. Het afschaffen van deze klucht is immers de beste stimulans om huisartsen ook aan te sporen tot samenwerkingsvormen. 

 

 

14. GMD als basis voor vergoeding preventiewerk

 

Het SVH beschikt over een uitgebreid plan om preventie maximaal te integreren in het gewone huisartsenwerk. De uitwerking van dit plan moet gerealiseerd worden via een extra financiële opwaardering van het GMD. Een GMD+ bovenop de reeds in punt 3 vermeldde 30 euro.

 

 

15. De huisartsenkring als coördinator van preventiewerk

 

Goede preventie vereist een ondersteuning die ruimer is dan de individuele huisartsenpraktijk kan organiseren. Het ideale niveau om dit te realiseren is de huisartsenkring. Voor deze extra opdracht moet de huisartsenkring echter een beduidend hogere subsidiëring ontvangen. Huisartsenkringen hebben nood aan voldoende financiële middelen om ook de werking van de kringen verder te professionaliseren.

 

 

16.  Financiële middelen voor wachtdienstprojecten 

   
De problemen om de huisartsenwachtdienst te verzekeren, worden momenteel overal aangevoeld. Ook buiten de stedelijke omgeving. Tot nu toe worden echter enkel initiatieven gesteund – zij het onvoldoende - die opgestart werden in stedelijk milieu. Ook in rurale streken moet de wachtdienst echter nieuwe kansen krijgen. Niet alleen de weekend-wachtdienst moet ondersteund worden, ook de organisatie van wachtdiensten tijdens de weekdagen verdient extra aandacht.

Projecten, die de herkenbaarheid en de functionaliteit van de wachtdienst verbeteren, verdienen een stimulans: we denken aan vergoeden van de kosten voor centrale oproepnummers, vergoedingen voor projecten met een centrale “wachtdienstlocatie”. Deze vergoedingen moeten echter van “projectmatige” naar “structurele” vergoedingen evolueren. 
Binnen deze projecten wilt het SVH er mee over waken dat  de data verworven door deze werkwijze onvoorwaardelijk onder het beheer van de huisartsen blijven.     
Een delicaat punt in de vergoedingen voor wachtdiensten blijft eveneens de laattijdige uitbetalingen. Net zoals voor alle andere niet-prestatiegebonden betalingen willen we hier correcte afspraken en een systeem met nalatigheidsinterest.

 

 

17.  Praktijkerkenning


Ons voorstel om GMD-erkenning mogelijk te maken op het niveau van samenwerkingsverbanden, betekent meteen dat er werk moet gemaakt worden van de praktijkerkenning.

 

Structurele vergoeding voor de huisartsenpraktijk moet hieraan verbonden worden (P3). Deze vergoeding dient gelijkwaardig te zijn voor alle praktijkvormen. Samen met ons voorstel, om de conventie om te vormen tot een systeem van “positief aanvaarden van de conventie” helpt deze praktijkerkenning om de echte huisartsen te onderscheiden van de algemeen geneeskundigen, die niet als huisarts te werk gesteld zijn.

De aangekondigde Impulseo-3 kan de basis worden van een echte P3.

 

 

18.  Databanken

 

Het SVH pleit er voor dat medische databanken van welke aard ook in beheer moeten blijven van de beroepsgroep zelf. De recente voorschriftgegevens ons verstrekt door de overheid bewijzen nog maar eens dat het moeilijk is dergelijke gegevens correct weer te geven, te verwerken en te interpreteren zonder medewerking van de artsen zelf.

Daarom kunnen huisartsen enkel medewerking verlenen aan initiatieven, mits medisch databeheer door de beroepsgroep zelf. Dit geldt zowel voor alle initiatieven rond medische data, zowel van de overheid, als van farmaceutische en andere privébedrijven, mutualiteiten, edm.

 


Start | Contact | Lid zijn | Ledenvoordeel | Programma | Huisarts.be | Tarieven | Thema's | Acties | Jouw mening | Bestuur | Medi-nieuws | Huisartsencultuur

   Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via webmaster_svh@telenet.be.

                   Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site.    View My Stats