| ||||||||
|
|
Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen wil met een duidelijk herkenbaar “huisartsenprogramma” naar de syndicale verkiezingen gaan. Het huidig gezondheidsbeleid is "hospitalocentrisch" en is toe aan herziening. Wetenschappelijke en economische studies (OESO) bevestigen immers de belangrijke rol van de huisarts in de zorg. Dit programma beoogt dan ook een echte herwaardering van de huisarts, overigens dé vertrouwensfiguur van de patiënt. Het SVH komt op voor een volwaardige erkenning van het huisartsensyndicaat en wil op een zo autonoom mogelijke wijze naar de verkiezingen stappen. De mandaten die we zo kunnen verwerven, zijn mandaten voor de Vlaamse huisartsen. Zodra we deze verworven hebben willen we met deze mandaten in de Domus Medica stappen. We vatten ons programma samen in de volgende 18 punten:
1. Erkenning van huisartsensyndicalisme
2. Vrije keuze van hulpverlener per verzorgingsechelon
Voor een optimale continuïteit van de zorgen bepleiten wij een keuze per verzorgingsechelon. De patiënt heeft – op ieder verzorgingsniveau – de initiële vrije keuze.
3. Herwaardering basis-huisartsenprestaties
Het SVH blijft eisen dat een grondige
herijking van de nomenclatuur wordt doorgevoerd. Een raadplegingshonorar
4. Derdebetalersregeling
Onomstotelijk is de herwaardering van de huisartsgeneeskunde gekoppeld aan de betaalbaarheid van deze basisgezondheidszorg door de patiënt zelf zodat geen gezondheidszorg met 2 snelheden kan bestaan. Daarom moet elke huisarts de vrijheid hebben om derdebetalerregeling voor elk patiëntencontact te kunnen toepassen. Het SVH is vragende partij om initiatieven te helpen uitwerken zodat minimale extra administratieve last aan deze betalerregeling is verbonden.
5. Afschaffing codes meervoudige bezoeken
Vooreest is er de steeds grotere verkeersdrukte tijdens onze verplaatsingen. Bovendien betalen ook wij de duurdere autobrandstof! Er zijn de toenemende problemen om een parkeerplaatsje te vinden. Maar er is bovenal het feit dat we op een huisbezoek met minder hulpmiddelen, toch tot adequate zorg en een goede diagnose moeten komen. Dit blijft evenzeer gelden indien we niet alleen onze patiënt onderzoeken op een halfduister zolderkamertje; dat geldt even goed voor de echtgenote die we tijdens hetzelfde bezoek aanhoren en onderzoeken in de keuken tussen broodtrommel en afwas… Dit geldt evenzeer voor bezoeken in het rusthuis, die vaak meer tijd vergen, mede door de noodzaak tot overleg met de verzorgenden.
6. Herijking van nomenclatuurnummers
Wij stellen voor om één nieuw spoed-nomenclatuurnummer te voorzien voor alle afwijkende raadplegingen en bezoeken overdag aan een tarief van 60 EURO. Daarnaast pleiten we voor één nieuw spoed-nomenclatuurnummer ’s nachts (vanaf 21.00 uur) aan een tarief van 100 EURO. De ingezette opwaardering van avondraadplegingen dient verder te gaan dan de bijkomende 2 EURO: honorering op basis van tijdstip van prestatie is nu een prioritaire eis.
7. Nomenclatuurnummer voor administratieve taken
a) Een nummer voor alle officiële attesten en formulieren, waarbij extra controle en opzoekwerk in het dossier vereist is: we denken hier aan formulieren 3&4, de nieuwe formulieren voor aanvraag van rolstoelen, overlijdensattesten, ook alle attesten voor aanvraag medicatie vallen voorlopig (zie punt 9 en 10) onder deze categorie. Voor dit nummer wordt voorzien in een RIZIV-terugbetaling.
b)
Een nummer voor alle andere attesten dan voor werkonbekwaamheid en
schoolattesten: sportclub-attesten, briefjes voor verzekeringen, attesten voor advocaten,
kortom elk attest waarvoor we een extra aanvraag krijgen.
8. Positieve conventie
Het gevolg is dat de conventiecijfers vervalst worden door een steeds groter wordende groep van algemene geneeskundigen zonder huisartsenpraktijk. Zo worden artsen in loondienst, artsen werkzaam in de industrie, ambtenaren, arbeidsgeneesheren, schoolartsen, en andere artsen zonder praktijk meegeteld met de geconventioneerde huisartsen. Voor het jaar 2003 zijn er 8.996 artsen bekend bij het RIZIV zonder uitgavenprofiel. Het KCE gaf aan dat in 2005 slechts 53% van de 21.804 huisartsen minstens 1 prestatie verleent aan minimum 50 patiënten. Voor 2008 beschouwt het RIZIV 8169 huisartsen als erkend en betaalt alleen aan hen de praktijkondersteuning 2008 uit. Dit cijfer zal voortaan referentie zijn bij beoordeling van elke soort telling in 2009. Nochtans is het sociaal statuut bedoeld als compensatie voor wie bereid is aan conventietarieven te werken. Deze situatie is mee verantwoordelijk voor de hilarische Belgische realiteit: de niet actieve huisartsen bepalen onder welke omstandigheden binnen de conventie de actieve huisartsen dienen te werken Een omkering van het systeem, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de cijfers van een huisartskadaster, maar waarbij de huisarts zelf aangeeft of hij/zij de conventie aanvaardt, zal in ieder geval cijfers leveren die ons juister informeren over het aantal echte huisartsen. Meteen kan ook de uitbetaling van de sociale voordelen, gekoppeld aan conventies, een flink stuk vervroegd worden.
9. Volwaardige sociale zekerheid voor huisartsen
De huisarts, die zich een heel
leven inzet voor onze “sociale-zorg-maatschappij” verdient een even goede
sociale bescherming als elke andere burger. Het zelfstandigenstatuut houdt
er geen rekening mee dat de overheid (de maatschappij) in feite onze
werkgever is. We hebben recht op een sociale bescherming die volledig
evenwaardig is aan deze die een geneesheer-ambtenaar in dit land geniet, en
dit los van het conventiegebeuren! Tevens pleit het SVH voor een extra verzekering voor de wachtdienstdoende huisarts. De specifieke risico’s verbonden aan het werken voor een wachtdienst moeten verzekerd worden, op een wijze die vergelijkbaar is met de huidige extra verzekering voor politiediensten en brandweerlieden.
10. Geneesmiddelenvoorschrift is verantwoordelijkheid arts
11. Afschaffing van a priori en a posteriori Bf toestanden
Het geneesmiddelenvoorschrift is een document, opgemaakt vanuit de huisarts-patiënt-relatie, waarbij de maatschappij de deskundigheid en de beroepsernst van de huisarts aanvaardt. De bestaande “attestplicht” is slechts een bijkomende hinder voor arts en patiënt en moet afgebouwd worden. In het bijzonder moet ook elke regelgeving, die er slechts op gericht is om onnodige extra specialistenprestaties in stand te houden, verdwijnen (vb: PPI-regeling, steunzolen-voorschrift etc.)
Vooreerst dient de a posteriori regeling volledig afgeschaft te worden. De administratieve vereenvoudiging weegt niet op tegen de zware responsabilisering van deze regeling die volledig naar de huisarts toegeschoven wordt. Zoals in punt 9 vermeld is het absoluut uitgesloten dat wetenschappelijke richtlijnen dwingend worden via allerlei wetteksten. Reeds bestaande wetten en KB’s dienen dan ook te worden afgeschaft.
De huidige indeling van geneesmiddelen in “hoofdstukken” moet alleszins voor het huisartsenwerk afgeschaft worden. We aanvaarden dat zeer specifieke dure medicaties slechts terugbetaald worden nadat bepaalde voorwaarden voldaan werden, maar dit mag geen impact hebben op het huisartsenwerk: vernieuwen van voorschriften van een lege-artis opgestarte specialistische medicatie is evenzeer een huisartsentaak.
De beroepsgroep zelf promoot een positief voorschrijfgedrag. Het eigen EMD kan, na koppeling met de erkende guidelines als een echte “GPS” het huisartsenwerk sturen en continue feedback mogelijk maken.
12. GMD regeling
13. Erkenning GMD op niveau samenwerkingsverbanden
14. GMD als basis voor vergoeding preventiewerk
Het SVH beschikt over een uitgebreid plan om preventie maximaal te integreren in het gewone huisartsenwerk. De uitwerking van dit plan moet gerealiseerd worden via een extra financiële opwaardering van het GMD. Een GMD+ bovenop de reeds in punt 3 vermeldde 30 euro.
15. De huisartsenkring als coördinator van preventiewerk
Goede preventie vereist een ondersteuning die ruimer is dan de individuele huisartsenpraktijk kan organiseren. Het ideale niveau om dit te realiseren is de huisartsenkring. Voor deze extra opdracht moet de huisartsenkring echter een beduidend hogere subsidiëring ontvangen. Huisartsenkringen hebben nood aan voldoende financiële middelen om ook de werking van de kringen verder te professionaliseren.
16. Financiële middelen voor wachtdienstprojecten
Projecten, die
de herkenbaarheid en de functionaliteit van de wachtdienst verbeteren,
verdienen een stimulans: we denken aan vergoeden van de kosten voor centrale
oproepnummers, vergoedingen voor projecten met een centrale
“wachtdienstlocatie”. Deze vergoedingen moeten echter van “projectmatige”
naar “structurele” vergoedingen evolueren.
17. Praktijkerkenning
Structurele vergoeding voor de huisartsenpraktijk moet hieraan verbonden worden (P3). Deze vergoeding dient gelijkwaardig te zijn voor alle praktijkvormen. Samen met ons voorstel, om de conventie om te vormen tot een systeem van “positief aanvaarden van de conventie” helpt deze praktijkerkenning om de echte huisartsen te onderscheiden van de algemeen geneeskundigen, die niet als huisarts te werk gesteld zijn. De aangekondigde Impulseo-3 kan de basis worden van een echte P3.
18. Databanken
Het SVH pleit er voor dat medische databanken van welke aard ook in beheer moeten blijven van de beroepsgroep zelf. De recente voorschriftgegevens ons verstrekt door de overheid bewijzen nog maar eens dat het moeilijk is dergelijke gegevens correct weer te geven, te verwerken en te interpreteren zonder medewerking van de artsen zelf. Daarom kunnen huisartsen enkel medewerking verlenen aan initiatieven, mits medisch databeheer door de beroepsgroep zelf. Dit geldt zowel voor alle initiatieven rond medische data, zowel van de overheid, als van farmaceutische en andere privébedrijven, mutualiteiten, edm.
|
|
Start | Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via web▲master_svh@telenet.be. Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site. View My Stats |