Syndicaat van Vlaamse Huisartsen vzw

 

 

Contacteer ons!  

                                            

     Start  

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6 AUGUSTUS 1990. - Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (BS: 28/9/1990)
(tekstbijwerking tot 2-08-2002)

Inhoudstafel

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1
Afdeling 1. - De ziekenfondsen.
Art. 2-4, 4bis, 5
Afdeling 2. - De landsbonden van ziekenfondsen.
Art. 6-8
HOOFDSTUK II. - Statuten.
Art. 9-12
HOOFDSTUK III. - Organen van ziekenfondsen en landsbonden.
Afdeling 1. - Bestuur.
Art. 13
Afdeling 2. - Algemene vergadering.
Art. 14-18
Afdeling 3. - De raad van bestuur.
Art. 19-24
Afdeling 4. - Leidinggevend personeel.
Art. 25
HOOFDSTUK IV. - Werking.
Afdeling 1. - Erkenning van diensten.
Art. 26-27, 27bis, 28
Afdeling 2. - Boekhoudkundige en financiële bepalingen.
Art. 29-37, 37bis
Afdeling 3. - Diverse bepalingen.
Art. 38, 38bis, 39-42
Afdeling 4. - De samenwerking.
Art. 43, 43bis, 43ter, 43quater, 43quinquies
HOOFDSTUK V. - Fusie en ontbinding.
Afdeling 1. - Fusie.
Art. 44
Afdeling 2. - Ontbinding.
Art. 45-46, 46bis, 47-48
HOOFDSTUK Vbis. - (De verjaring). <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 156;
Inwerkingtreding : 10-09-2000>
Art. 48bis
HOOFDSTUK VI. - De Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.
Art. 49-59
HOOFDSTUK VII. - Sancties en geschillen.
Afdeling 1. - Administratieve sancties.
Art. 60, 60bis, 60ter, 60quater, 60quinquies, 61-62
Afdeling 2. - Strafbepalingen.
Art. 63-67
Afdeling 3. - Geschillen.
Art. 68
HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 69-74, 74bis, 74ter, 74quater, 75-77

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

Artikel 1. Deze wet stelt de voorwaarden vast waaraan de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen moeten beantwoorden om rechtspersoonlijkheid te bekomen, bepaalt hun opdrachten en de basisregels voor hun werking en organiseert het toezicht waaraan zij zijn onderworpen.

Afdeling 1. - De ziekenfondsen.

Art. 2. § 1. De ziekenfondsen zijn verenigingen van natuurlijke personen die het bevorderen van het fysiek, psychisch en sociaal welzijn als streefdoel hebben in een geest van voorzorg, onderlinge hulp en solidariteit. Zij oefenen hun activiteiten uit zonder winstoogmerk.

§ 2. De ziekenfondsen moeten een door de Koning te bepalen (minimaal) aantal leden tellen. <W 2000-08-12/62, art. 129, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder afwijkingen van het vereiste inzake het (minimaal) aantal leden kunnen worden verleend. <W 2000-08-12/62, art. 129, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> De Koning stelt de wijze vast waarop door de ziekenfondsen wordt aangetoond dat zij aan het vereiste inzake het (minimaal) aantal leden voldoen. <W 2000-08-12/62, art. 129, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. Voor de toepassing van deze wet dient te worden verstaan onder :

- (" lid " : de gerechtigde op geneeskundige verstrekkingen als (bedoeld in artikelen 2, k), en 33, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994).) <W 1991-07-20/31, art. 54, 003; ED : 11-08-1991> <W 2000-08-12/62, art. 129, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

- " persoon ten laste " : persoon die recht op voordelen verkrijgt uit hoofde van het lid waarmee hij een bijzondere band heeft.

De Koning kan afwijkende regelen treffen ten aanzien van het begrip " lid ", (inzonderheid) wat betreft de diensten van een ziekenfonds bedoeld in artikel 3, b), en c), van deze wet. <W 1991-07-20/31, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 11-08-1991>

Art. 3. De ziekenfondsen moeten minstens een dienst oprichten die als doel heeft :

a) het deelnemen aan de uitvoering van (de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geregeld bij de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994) indien zij hiervoor toelating hebben gekregen van de landsbond; <W 2000-08-12/62, art. 130, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

b) het financieel tussenkomen voor hun leden en de personen te hunnen laste, in de kosten voortspruitend uit de preventie en behandeling van ziekte en invaliditeit of het toekennen van uitkeringen in geval van arbeidsongeschiktheid of wanneer zich een toestand voordoet waarbij het fysiek, psychisch of sociaal welzijn bedoeld in artikel 2 kan worden bevorderd;

c) het verlenen van hulp, voorlichting, begeleiding en bijstand met het oog op het bevorderen van het fysiek, psychisch of sociaal welzijn, onder meer bij het vervullen van de opdrachten vermeld onder a) en b).

Zij kunnen slechts rechtspersoonlijkheid verkrijgen of behouden op voorwaarde dat zij deelnemen aan (de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen) bedoeld onder a) en minstens een van de diensten bedoeld onder b) inrichten. <W 2000-08-12/62, art. 130, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 4. Elk ziekenfonds moet bij een landsbond aansluiten. Een ziekenfonds kan slechts bij één landsbond zijn aangesloten.

Art. 4bis. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 131; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Een ziekenfonds mag een dienst bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), enkel inrichten op voorwaarde dat het vooraf met het oog hierop de goedkeuring van de raad van bestuur van de landsbond waarbij het is aangesloten, heeft verkregen.

Art. 5. <W 2000-08-12/62, art. 132, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. De algemene vergadering van een ziekenfonds kan, met inachtneming van de regels inzake statutenwijzigingen zoals bedoeld in artikel 10, beslissen naar een andere landsbond over te gaan, voorzover deze laatste akkoord gaat.

§ 2. De aanvraag om goedkeuring, door de controledienst, van de mutatie moet tijdens het eerste semester van het burgerlijk jaar worden ingediend. De controledienst spreekt zich uit binnen een maximale termijn van drie maanden volgend op de datum waarop de aanvraag om goedkeuring aan hem is overgezonden. Bij gebrek aan beslissing binnen deze termijn wordt de mutatie geacht te zijn goedgekeurd.

De beslissing van de controledienst dient te worden gemotiveerd en overgezonden aan het ziekenfonds en de betrokken landsbonden binnen dertig kalenderdagen volgend op de beslissing. Bij gebrek aan kennisgeving binnen de termijn, wordt de mutatie geacht te zijn goedgekeurd.

§ 3. De controledienst bepaalt de vorm van de documenten en de inlichtingen die door het betrokken ziekenfonds, op straffe van onontvankelijkheid, dienen te worden overgezonden tot staving van de aanvraag tot goedkeuring van de mutatie.

Alvorens zich uit te spreken raadpleegt de controledienst de betrokken landsbonden en kan, met het oog op de vrijwaring van de rechten van de leden en de personen te hunnen laste zowel van het betrokken ziekenfonds als van andere ziekenfondsen die hierbij een direct of indirect belang hebben, voorwaarden aan de mutatie verbinden, zoals inzonderheid de voorafgaande vereffening van alle schulden of andere verplichtingen tegenover de landsbond die het ziekenfonds wil verlaten.

§ 4. Het ziekenfonds stelt binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de goedkeuring door de controledienst zijn leden in kennis, enerzijds, van de beslissing tot mutatie naar een andere landsbond en anderzijds, van de mogelijkheid om zich individueel in te schrijven bij een ander ziekenfonds en de formaliteiten die daartoe dienen te worden vervuld.

§ 5. De mutatie van het ziekenfonds kan enkel uitwerking hebben op 1 januari volgend op de datum van de goedkeuring door de controledienst.

De goedkeuring van de mutatie wordt op initiatief van de controledienst bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de beslissing tot goedkeuring.

Afdeling 2. - De landsbonden van ziekenfondsen.

Art. 6. <W 2000-08-12/62, art. 133, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. De landsbonden van ziekenfondsen, hierna " landsbonden ", genoemd, zijn verenigingen van ten minste vijf ziekenfondsen met hetzelfde streefdoel als dat bedoeld in artikel 2 en met dezelfde opdrachten als die bepaald in artikel 3 en die, krachtens de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994, gemachtigd zijn, als verzekeringsinstellingen, mee te werken aan de uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

§ 2. Wanneer de controledienst vaststelt dat een landsbond niet meer voldoet aan de voorwaarde van het minimaal aantal aangesloten ziekenfondsen, kan hij de landsbond bevelen, binnen een door hem bepaalde termijn die in geen geval zes maanden mag overschrijden, de toestand te regulariseren. Deze termijn loopt vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing aan de landsbond.

Indien bij het verstrijken van de door de controledienst vastgestelde termijn de landsbond nog steeds niet aan de in § 1 vastgestelde voorwaarde voldoet, wordt deze van rechtswege ontbonden op de datum vastgesteld door de controledienst.

Artikel 47, § 1, tweede en derde lid, is alsdan van toepassing.

§ 3. De ziekenfondsen die bij de voornoemde landsbond aangesloten zijn, worden in kennis gesteld van de ontbinding door de controledienst.

§ 4. De algemene vergadering van elk betrokken ziekenfonds kan, met inachtneming van de in deze wet bedoelde regels, beslissen tot ofwel de vrijwillige ontbinding, ofwel de mutatie naar een andere landsbond.

In geval van mutatie naar een andere landsbond zijn de bepalingen van artikel 5 van toepassing.

(In geval van vrijwillige ontbinding zijn de artikelen 45, 46, 46bis, 48, §2, en 48bis, §4bis, van toepassing.) <W 2002-01-14/39, art. 38, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

§ 5. Bij gebrek aan beslissing van de algemene vergadering van een aangesloten ziekenfonds op de datum van de ontbinding vastgesteld door de controledienst, wordt het ziekenfonds van rechtswege ontbonden op de datum vastgesteld door de controledienst. Artikel 47, § 1, tweede en derde lid, is alsdan van toepassing.

Onmiddellijk na de ontvangst van de beslissing waarbij de controledienst de ontbinding van rechtswege uitspreekt, moet het ziekenfonds zijn leden inlichten omtrent de verplichting tot aansluiting opgelegd door de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994, alsmede omtrent de formaliteiten die daartoe vóór de datum bedoeld in het eerste lid dienen te worden vervuld.

§ 6. De maatschappijen van onderlinge bijstand, opgericht in uitvoering van artikel 43bis door de ziekenfondsen aangesloten bij de ontbonden landsbond, worden van rechtswege ontbonden op de datum bepaald door de controledienst, behalve wanneer al de aangesloten ziekenfondsen naar dezelfde landsbond muteren. Artikel 47, § 1, tweede en derde lid, is van toepassing.

Art. 7. § 1. De landsbonden zijn verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de verplichtingen die hun (krachtens voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994) zijn opgelegd. <W 2000-08-12/62, art. 134, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Zij kunnen aan de aangesloten ziekenfondsen toelating geven voor de uitvoering van sommige taken die voortvloeien uit de uitvoering van genoemde wet.

Deze toelating moet voldoen aan bepaalde voorwaarden die kunnen gewijzigd worden.

De raad van bestuur van de landsbond kan de toelating weigeren en een gegeven toelating intrekken indien het

ziekenfonds de voorwaarden waaronder de toelating is gegeven, niet respecteert. Deze beslissing waarbij de toelating wordt geweigerd of ingetrokken moet worden gemotiveerd.

Het ziekenfonds kan tegen voormelde beslissingen in beroep gaan bij de Minister binnen vijftien kalenderdagen volgend op de betekening ervan.

De Minister beslist, op eensluidend advies van de Controledienst, binnen dertig kalenderdagen volgend op het beroep.

§ 2. De landsbonden kunnen voor de leden van alle of van sommige bij hen aangesloten ziekenfondsen één of meer diensten (...) bedoeld in artikel 3, b) en c), organiseren. De ziekenfondsen zijn gehouden de beslissingen genomen door de landsbonden betreffende genoemde diensten (...), na te leven. <W 2000-08-12/62, art. 134, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. Onverminderd het bepaalde in § 1 (...), kan de landsbond, indien deze vaststelt dat een bij hem aangesloten ziekenfonds niet handelt volgens de statutaire doelstellingen of de verplichtingen opgelegd door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de voorwaarden van de in § 1 bedoelde toelating, niet respecteert, het ziekenfonds bevelen de toestand te regelen binnen de door hem te bepalen termijn. <W 2000-08-12/62, art. 134, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Bij gebrek aan een regeling binnen de gestelde termijn kan de landsbond de uitoefening opschorten van de bevoegdheden van de organen van het betrokken ziekenfonds en deze in zijn plaats uitoefenen gedurende een welbepaalde en hernieuwbare periode.

§ 4. De landsbonden mogen het voorhuwelijkssparen organiseren.

Art. 8. De landsbonden vertegenwoordigen de bij hen aangesloten ziekenfondsen in de beheers-, advies- en overlegorganen die van overheidswege worden ingesteld.

HOOFDSTUK II. - Statuten.

Art. 9. § 1. De statuten van een ziekenfonds en van een landsbond moeten vermelden :

1° de door het ziekenfonds of de landsbond aangenomen benaming, alsmede de plaats van hun zetel, welke in België moet zijn gevestigd;

2° de doelstellingen van het ziekenfonds of van de landsbond;

3° de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten, wat de ziekenfondsen betreft;

4° de diensten welke worden georganiseerd, de voordelen die hierbij worden toegekend en de voorwaarden waaronder zij worden verleend;

5° de voorwaarden waaraan de leden en de personen te hunnen laste dienen te voldoen om stemgerechtigd te zijn;

6° de voorwaarden en de procedure van toelating, ontslag en uitsluiting van de leden;

7° het bedrag van de door de leden te storten bijdragen;

8° de procedureregeling in verband met de stemming;

9° de vergoedingen die eventueel aan de bestuurders worden toegekend.

Het ziekenfonds en de landsbond zijn verplicht in alle reglementen, akten en contracten te vermelden dat onderhavige wet op hen van toepassing is.

§ 2. De statuten mogen geen bepalingen bevatten die toelaten een lid uit te sluiten omwille van de leeftijd of de gezondheidstoestand. Verenigingen en vennootschappen die niet onder de toepassing van deze wet vallen, mogen geen benamingen gebruiken als " ziekenfonds ", " ziekenkas ", " mutualiteit ", " mutualistisch " of andere die tot verwarring met de door de wet bedoelde ziekenfondsen kunnen leiden.

Het niet naleven van voormelde bepaling wordt bestraft overeenkomstig artikel 65, § 2, van deze wet.

Art. 10. <W 2000-08-12/62, art. 135, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> De statuten van een ziekenfonds en van een landsbond kunnen enkel worden gewijzigd door de algemene vergadering die hiertoe overeenkomstig de in artikel 16 bepaalde regels wordt bijeengeroepen, en die overeenkomstig de bij de wet en de statuten bepaalde vormen beraadslaagt.

Er kan enkel tot statutenwijziging worden besloten indien de helft van de leden aanwezig en vertegenwoordigd is en de beslissing met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen wordt genomen.

Zo het vereiste aanwezigheidsquorum niet is bereikt, kan overeenkomstig de in artikel 16 bepaalde regels een tweede vergadering worden bijeengeroepen, die geldig over dezelfde agenda beraadslaagt, ongeacht het aantal aanwezige en vertegenwoordigde leden.

Art. 11. <W 1998-02-22/43, art. 126, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> § 1. De statuten, de lijst van de bestuurders, alsmede de wijzigingen aan deze statuten en aan deze lijst worden toegestuurd aan de Controledienst (in een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de datum van de algemene vergadering of vanaf de datum van de goedkeuring bedoeld in artikel 4bis). <W 2000-08-12/62, art. 136, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> De vorm der documenten bedoeld in het vorige lid en de inlichtingen tot staving van een aanvraag tot goedkeuring van statuten of hun wijzigingen, worden door de Controledienst vastgesteld en voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid.

De Controledienst spreekt zich uit over de statuten en de wijzigingen ervan binnen (een termijn van ten hoogste vijfenveertig kalenderdagen) te rekenen vanaf de datum waarop deze statuten of de wijzigingen ervan hem werden overgemaakt. Behoudens in geval van onontvankelijkheid, kan deze termijn op initiatief van de Controledienst worden verlengd met (dertig kalenderdagen). Deze geeft hiervan kennis aan het ziekenfonds of de landsbond. Na het verstrijken van die termijn wordt de goedkeuring geacht verkregen te zijn. <W 2000-08-12/62, art. 136, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Het beroep ingesteld door de regeringscommissaris, (met toepassing van artikel 9, § 3, van de wet van 16 maart 1954) betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, bij de (Minister van Sociale Zaken, hierna " minister " genoemd) tegen de beslissing van de Controledienst schorst de termijn bedoeld in het vorig lid. <W 2000-08-12/62, art. 136, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 2. De statutaire bepalingen en hun wijzigingen worden slechts door de Controledienst goedgekeurd indien deze niet strijdig zijn met de wettelijke en reglementaire bepalingen en indien deze het financieel evenwicht van het ziekenfonds of van de landsbond of van de betrokken diensten niet in het gedrang brengen.

§ 3. De weigeringsbeslissing van de Controledienst moet met redenen omkleed zijn en wordt binnen dertig kalenderdagen na de beslissing betekend aan het ziekenfonds of aan de landsbond. In geval zoals vermeld in § 1, vierde lid de regeringscommissaris beroep heeft ingesteld bij de (" Minister ") dient de gemotiveerde beslissing aan het ziekenfonds of de landsbond te worden betekend (binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf het vervallen van de termijnen bedoeld in artikel 10, §§ 3 en 4, van de voornoemde wet van 16 maart 1954). Bij gebrek aan notificatie binnen deze termijn worden de desbetreffende statutaire bepalingen geacht de goedkeuring te hebben verkregen. <W 2000-08-12/62, art. 136, 4°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 12. <W 1998-02-22/43, art. 127, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> § 1. De ziekenfondsen en de landsbonden bezitten de rechtspersoonlijkheid vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de Minister of de Controledienst tot goedkeuring van hun statuten. Deze bekendmaking, waaraan de lijst van bestuurders wordt toegevoegd, geschiedt op initiatief van de Controledienst binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum waarop de statuten zijn goedgekeurd.

(Lid 2 opgeheven) <W 2000-08-12/62, art. 137, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

De wijzigingen aan de lijst van de bestuurders worden echter bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op initiatief van het ziekenfonds of van de landsbond.

In geval van goedkeuring ingevolge het verstrijken van de in artikel 11 bepaalde termijnen, wordt de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, vervangen door de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, van een bericht waaruit blijkt dat ingevolge het verstrijken van de termijnen de goedkeuring geacht wordt te zijn verkregen. Deze bekendmaking, die gebeurt op initiatief van de Controledienst, heeft plaats binnen de dertig kalenderdagen na het verstrijken van deze termijnen.

§ 2. (Elkeen kan kennis nemen van de statuten en van de lijst van de bestuurders en hiervan een kopie krijgen, ofwel bij het ziekenfonds of de landsbond, ofwel bij de controledienst onder de voorwaarden die hij bepaalt.) <W 2000-08-12/62, art. 137, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

HOOFDSTUK III. - Organen van ziekenfondsen en landsbonden.

Afdeling 1. - Bestuur.

Art. 13. De organen van de ziekenfondsen en van de landsbonden zijn :

1° de algemene vergadering;

2° de raad van bestuur.

Afdeling 2. - Algemene vergadering.

Art. 14. § 1. (De algemene vergadering van een ziekenfonds is samengesteld uit vertegenwoordigers die worden verkozen in hun schoot voor een duur van zes jaar, door de leden en de personen te hunnen laste die meerderjarig of ontvoogd zijn en die hun woonplaats in België hebben.) <W 1998-02-22/43, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998>

§ 2. De algemene vergadering van een landsbond is samengesteld uit afgevaardigden die voor een duur van zes jaar worden verkozen door de algemene vergaderingen van de bij hem aangesloten ziekenfondsen, in verhouding tot het aantal leden dat elk ziekenfonds telt.

(§ 2bis. De algemene vergadering van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis is samengesteld uit afgevaardigden die, voor een maximale duur van zes jaar, worden verkozen door de algemene vergaderingen van de bij haar aangesloten ziekenfondsen, in verhouding tot het aantal aangesloten leden bij de maatschappij van onderlinge bijstand dat elk ziekenfonds telt.

De hernieuwing van de algemene vergadering van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis vindt plaats in de loop van het tweede semester van het jaar waarin de hernieuwing van de instanties van de ziekenfondsen, die erbij zijn aangesloten, plaatsvindt.) <W 2000-08-12/62, art. 138, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. De Koning bepaalt het minimum en het maximum aantal leden van de algemene vergadering van een ziekenfonds en van een landsbond en de voorwaarden waaraan zij moeten voldoen.

Hij bepaalt eveneens de wijze waarop de leden worden verkozen.

Art. 15. § 1. De algemene vergadering van een ziekenfonds beraadslaagt en beslist over de volgende aangelegenheden :

1° de statutenwijzigingen;

2° de verkiezing en de afzetting van de bestuurders;

3° de goedkeuring van de begrotingen en jaarrekeningen;

4° de aanstelling van een of meer bedrijfsrevisoren;

5° de samenwerking met de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen, bedoeld in artikel 43;

(5bis° de inrichting en de groepering van diensten in een door artikel 43bis bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;) <W 2000-08-12/62, art. 139, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

6° de fusie met een ander ziekenfonds;

7° de aansluiting bij een landsbond;

8° de mutatie naar een andere landsbond;

9° de ontbinding van het ziekenfonds (en de handelingen betreffende de vereffening van het ziekenfonds.) <W 2002-01-14/39, art. 39, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

§ 2. De algemene vergadering van een landsbond beraadslaagt en beslist over de volgende aangelegenheden :

1° de statutenwijzigingen;

2° de verkiezing en de afzetting van de bestuurders;

3° de goedkeuring van de begrotingen en jaarrekeningen;

4° de aanstelling van een of meer bedrijfsrevisoren;

5° de samenwerking met de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen, bedoeld in artikel 43;

(5bis° de goedkeuring van de groepering van diensten van aangesloten ziekenfondsen in een door artikel 43bis bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;) <W 2000-08-12/62, art. 139, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

6° het verzoek tot aansluiting van een ziekenfonds;

7° de fusie met een andere landsbond;

8° de ontbinding van de landsbond (en de handelingen betreffende de vereffening van de landsbond.) <W 2002-01-14/39, art. 39, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

§ 3. (De algemene vergadering mag aan de raad van bestuur de bevoegdheid delegeren te beslissen over de aanpassingen van de bijdragen. Deze delegatie is geldig voor één jaar en is hernieuwbaar.

De aanpassingen van de bijdragen, door de raad van bestuur beslist in het kader van de in het eerste lid bedoelde delegatie, vallen onder de toepassing van artikel 11.) <W 2000-08-12/62, art. 139, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 16. De algemene vergadering van een ziekenfonds en van een landsbond wordt door de bestuurders bijeengeroepen, in de gevallen bepaald in de wet of in de statuten alsook wanneer ten minste een vijfde van de leden van de algemene vergadering erom verzoekt.

De bijeenroeping gebeurt bij individueel bericht of bij een bericht in een publikatie verspreid onder alle leden van de algemene vergadering, door het ziekenfonds of de landsbond.

Dit bericht moet verstuurd of gepubliceerd worden uiterlijk (twintig) kalenderdagen vóór de datum van de algemene vergadering en bevat tevens de agenda van deze vergadering. (Deze termijn wordt tot acht kalenderdagen herleid wanneer de door de artikelen 10, tweede lid, en 18, § 1, eerste lid, vereiste meerderheid niet aanwezig is.) <W 2000-08-12/62, art. 140, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> <W 2002-08-02/45, art. 10, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 17. § 1. De algemene vergadering van een ziekenfonds en van een landsbond wordt ten minste éénmaal per jaar samengeroepen met het oog op de goedkeuring van de jaarrekening en de begroting.

Elk lid van de algemene vergadering moet uiterlijk acht dagen voor de datum van de algemene vergadering over documentatie beschikken die de volgende gegevens bevat :

1° het activiteitsverslag van het afgelopen dienstjaar met een overzicht van de werking van de verschillende diensten (...); <W 2000-08-12/62, art. 141, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

2° de opbrengst van de ledenbijdragen en hun wijze van aanwending, opgesplitst over de verschillende diensten (...); <W 2000-08-12/62, art. 141, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

3° het ontwerp van jaarrekening, omvattende de balans, de resultatenrekening en de toelichting, alsmede het verslag van de revisor;

4° het ontwerp van begroting voor het volgende dienstjaar zowel globaal als opgesplitst over de verschillende diensten (...). <W 2000-08-12/62, art. 171, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(5° het verslag bedoeld in artikel 43, § 4). <W 2000-08-12/62, art. 141, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 2. (...) <W 2002-08-02/45, art. 11, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>de controledienst, binnen de door deze laatste bepaalde termijn.) <W 2000-08-12/62, art. 141, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(§ 2). Elk lid van een ziekenfonds kan op eenvoudige aanvraag een synthese van de in § 1, tweede lid, opgesomde documentatie bekomen. <W 2002-08-02/45, art. 11, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 18. § 1. De beslissingen van de algemene vergadering van een ziekenfonds en van een landsbond worden geldig genomen indien minstens de helft van de leden aanwezig zijn en bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, behalve in de gevallen waarin deze wet of de statuten het anders bepalen.

Indien het vereiste aanwezigheidsquorum de eerste maal niet is bereikt, wordt een tweede algemene vergadering bijeengeroepen die geldig beraadslaagt, welke ook het aantal aanwezige leden zij en welke ook het voorwerp van de beraadslaging zij.

§ 2. Elk lid van de algemene vergadering van een ziekenfonds en van een landsbond beschikt over één stem.

Nochtans kunnen de statuten in de mogelijkheid voorzien dat bepaalde leden niet stemgerechtigd zijn voor de agendapunten die betrekking hebben op diensten of activiteiten waaraan de categorieën van leden of het ziekenfonds dat ze vertegenwoordigen, niet deelnemen.

Afdeling 3. - De raad van bestuur.

Art. 19. De raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond wordt door de algemene vergadering verkozen voor een termijn van maximum zes jaar. Het mandaat van bestuurder is hernieuwbaar, tenzij de statuten anders bepalen.

De algemene vergadering kan beslissen tot de afzetting van een bestuurder. Hiervoor moet twee derde van de leden aanwezig zijn en moet de beslissing met een meerderheid van twee derde van de stemmen worden genomen. De Koning bepaalt het minimum en het maximum aantal leden van de raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond.

Hij bepaalt eveneens de wijze waarop de bestuurders worden verkozen en afgezet.

Art. 20. § 1. Om lid te kunnen zijn van de raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond moet men meerderjarig en van goed zedelijk gedrag zijn. Het is evenwel niet vereist deel uit te maken van de algemene vergadering. De leden van de raad van bestuur zijn niet meer verkiesbaar zodra zij de leeftijd van 67 jaar hebben bereikt.

§ 2. De raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond mag niet voor meer dan één vierde zijn samengesteld uit personen die door het ziekenfonds en door de landsbond worden bezoldigd.

§ 3. Er is onverenigbaarheid tussen enerzijds het uitoefenen van een functie in een ziekenfonds en in een landsbond waarbij de persoon die de functie bekleedt hetzij belast is met het dagelijks bestuur hetzij een leidinggevende functie bekleedt, en anderzijds een gelijkaardige functie in een medisch-sociale instelling waarin een gedeelte of het geheel der prestaties het voorwerp zijn van een tegemoetkoming (van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen). <W 2000-08-12/62, art. 142, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(De controledienst omschrijft de in het vorige lid bedoelde functie). <W 2000-08-12/62, art. 142, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 21. De leden van de raad van bestuur kiezen een voorzitter uit hun midden. Zij wijzen eveneens de persoon aan die het ziekenfonds of de landsbond in gerechtelijke en buitengerechtelijke akten vertegenwoordigt.

Art. 22. Onverminderd het bepaalde in artikel 9, § 1, 9°, van deze wet, is het mandaat van bestuurder onbezoldigd.

Art. 23. De raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond is belast met het dagelijks bestuur en oefent alle bevoegdheden uit die niet uitdrukkelijk bij de wet of de statuten aan de algemene vergadering zijn toegekend. De vaststelling van de bijdragen uitgezonderd, mag de raad van bestuur, onder zijn verantwoordelijkheid, een deel van zijn bevoegdheden overdragen aan de voorzitter of aan een of meer bestuurders, of nog aan één of meer commissies waarvan de leden door de raad van bestuur worden aangeduid uit zijn midden. De leden van de raad van bestuur nemen geen deel aan de beraadslaging over aangelegenheden die henzelf of hun familieleden tot en met de vierde graad rechtstreeks aanbelangen.

Art. 24. De raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond legt ieder jaar de jaarrekening van het afgelopen dienstjaar en het ontwerp van begroting van het volgende dienstjaar ter goedkeuring aan de algemene vergadering voor.

Afdeling 4. - Leidinggevend personeel.

Art. 25. (De bedienden die in het ziekenfonds een leidinggevende functie uitoefenen worden benoemd op eensluidend advies van de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten en zijn aan voormelde landsbond verantwoording verschuldigd.) <W 2000-08-12/62, art. 143, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(De controledienst omschrijft de in het vorige lid bedoelde functie). <W 2000-08-12/62, art. 143, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

HOOFDSTUK IV. - Werking.

Afdeling 1. - Erkenning van diensten.

Art. 26. <W 2000-08-12/62, art. 144, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. De goedkeuring door de

controledienst, overeenkomstig artikel 11, van de statutaire bepalingen betreffende een nieuwe dienst bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, houdt de erkenning van die dienst in.

§ 2. Wanneer een door een landsbond of door een ziekenfonds ingerichte dienst niet meer aan de wettelijke en reglementaire bepalingen beantwoordt of wanneer alle waarborgen voor een goede uitvoering ervan niet meer aanwezig zijn, kan de controledienst beslissen de erkenning van voornoemde dienst in te trekken.

De beslissing van de controledienst, behoorlijk gemotiveerd, wordt binnen dertig kalenderdagen volgend op de beslissing overgezonden aan het betrokken ziekenfonds en de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten.

De intrekking van de erkenning brengt de ontbinding van de dienst mee, op de door de controledienst vastgelegde datum en ten vroegste op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de in het vorige lid bedoelde kennisgeving. (Artikel 48, § 1,) is alsdan van toepassing. <W 2002-01-14/39, art. 40, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

De intrekking van de erkenning en de ontbinding van de dienst worden op initiatief van de controledienst in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 27. Naast de in het kader van de uitvoering van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering toegekende rijkstoelagen, kunnen de ziekenfondsen en de landsbonden van overheidswege toelagen ontvangen voor de diensten bedoeld in de artikelen 3, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet.

Art. 27bis. <ingevoegd W 1998-02-22/43, art. 140, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> Er worden Rijkstoelagen toegekend aan de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, die een dienst geneeskundige verzorging gedurende het jaar voorafgaand aan het betrokken begrotingsjaar hebben ingericht voor de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen die vrijwillig zijn toegetreden tot deze dienst voor de andere geneeskundige verstrekkingen dan die voorzien bij de regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging welke op hen betrekking hebben. Deze toelagen zijn vanaf het begrotingsjaar 1998 vastgesteld op (50.148.860,06 euro). <W 2002-08-02/45, art. 11, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Dit bedrag wordt, met ingang van 1 januari 1998, gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der prijzen bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij artikel 90 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder dienst voor geneeskundige verzorging. Hij bepaalt ook de voorwaarden en de modaliteiten met betrekking tot de toekenning van deze toelagen.

De toelagen worden onder de landsbonden verdeeld op basis van de normatieve verdeelsleutel bepaald overeenkomstig artikel 201 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, rekening houdend met de in artikel 196, §§ 3 en 4, van dezelfde wet gedefinieerde parameters, zodanig dat tussen de landsbonden en de ziekenfondsen de verschillen in objectieve gezondheidsrisico's, zoals vastgelegd in voormelde normatieve verdeelsleutel, volledig worden verevend en de verschillen in uitgaven tussen de landsbonden en de ziekenfondsen, die het gevolg zijn van verschillen in risicosamenstelling van de leden, volledig worden gecompenseerd.

De landsbonden verdelen deze toelagen onder de bij hen aangesloten ziekenfondsen overeenkomstig dezelfde criteria.

Art. 28. § 1. De ziekenfondsen en de landsbonden zijn verplicht voor bepaalde diensten afzonderlijke reservefondsen aan te leggen.

(Op advies van de controledienst bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, welke deze diensten zijn, alsmede het niveau dat deze reservefondsen in verhouding tot de aangegane verbintenissen moeten bereiken.

Deze reservefondsen moeten door gelijkwaardige activa worden gedekt.

(De Controledienst bepaalt de berekeningswijze van deze reservefondsen, de in acht te nemen parameters, alsmede wat dient te worden verstaan onder gelijkwaardige activa.) <W 2002-08-02/45, art. 13, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

2. De in § 1 genoemde reservefondsen waarborgen de betaling van de schuldvorderingen voortvloeiend uit de tegemoetkomingen bedoeld in de artikelen 3, b), en 7, §§ 2 en 4.

§ 3. (De controledienst bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden de ziekenfondsen de financiële waarborg moeten verkrijgen van de landsbond waarbij zij zijn aangesloten voor de uitvoering van de verbintenissen betreffende de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die hij bepaalt.

De controledienst bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden de in artikel 43bis bedoelde maatschappijen van onderlinge bijstand de financiële waarborg moeten verkrijgen van de ziekenfondsen die bij hen zijn aangesloten voor de uitvoering van de verbintenissen betreffende de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die hij bepaalt.) <W 2000-08-12/62, art. 145, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(§ 4. Onder de door de controledienst bepaalde voorwaarden kunnen de ziekenfondsen en de landsbonden een beroep op de herverzekering doen voor de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die de Koning bepaalt.

De herverzekeringsovereenkomst en haar wijzigingen worden aan de controledienst overgezonden binnen een termijn die hij bepaalt.) <W 2000-08-12/62, art. 145, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Afdeling 2. - Boekhoudkundige en financiële bepalingen.

Art. 29. (§ 1. Onverminderd § 2 van dit artikel houden de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen hun boekhouding bij overeenkomstig de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, desgevallend aangevuld en aangepast aan de eigen kenmerken van de ziekenfondsen en de landsbonden en van de diensten bedoeld bij de artikelen 3, eerste lid en 7, §§ 2 en 4, van deze wet.

Op voorstel van de Controledienst bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit :

1° de bijzondere aanvullende en aangepaste regels, bedoeld in het eerste lid;

2° de artikelen van de voornoemde wet van 17 juli 1975 die niet van toepassing zijn op de boekhouding van de ziekenfondsen en de landsbonden;

3° de regels volgens dewelke de jaarrekeningen van de ziekenfondsen en de landsbonden worden opgesteld.) <W 2002-08-02/45, art. 14, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

§ 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

§ 3. (De landsbonden en de ziekenfondsen moeten afzonderlijke rekeningenstelsels invoeren :

1° voor de verrichtingen die betrekking hebben op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en de diensten bedoeld in artikel 3, eerste lid, c) , die voornoemde verplichte verzekering betreffen, alsook voor de hiermee verbonden tegoeden, schulden, verbintenissen, opbrengsten en kosten;

2° voor de verrichtingen die betrekking hebben op de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en 7, § 4, en de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, c) die voornoemde diensten betreffen, alsook voor de hiermee verbonden tegoeden, schulden, verbintenissen, opbrengsten en kosten.) <W 2002-08-02/45, art. 14, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>nfondsen moeten afzonderlijke rekeningenstelsels invoeren :

1° voor de verrichtingen die betrekking hebben op de verplichte verzekering en de diensten bedoeld in artikel 3, c) die de verplichte verzekering betreffen, alsook voor hiermee verbonden tegoeden, schulden, opbrengsten en kosten;

2° voor de verrichtingen die betrekking hebben op elke dienst of activiteit bedoeld in artikel 3, b) en 7, §§ 2 en 4 en de diensten en activiteiten bedoeld in artikel 3, c) die deze diensten en activiteiten betreffen, waarvoor door de Koning een erkenning is verleend, alsook voor de hiermee verbonden opbrengsten en kosten en desgevallend tegoeden en schulden.) <W 1991-07-20/31, art. 56, 003; Inwerkingtreding : 11-08-1991>

§ 4. Op advies van de Controledienst en op voordracht van de Ministers van Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken, bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de ziekenfondsen en de landsbonden hun fondsen deponeren, terugtrekken en wederbeleggen.

§ 5. De werkingskosten van de diensten bedoeld in de artikelen 3, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, zijn volledig ten laste van deze diensten. Op advies van de Controledienst bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de berekeningswijze van voormelde werkingskosten.

Art. 30. <W 2000-08-12/62, art. 146, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Ieder ziekenfonds en iedere landsbond maakt na afsluiting van het boekjaar, een jaarrekening op volgens het door de controledienst vastgesteld model en zendt deze over aan deze laatste.

De controledienst bepaalt de termijn waarbinnen en de vorm waaronder de financiële en boekhoudkundige staten, alsook de administratieve gegevens en de statistische documenten die hij bepaalt aan hem moeten worden overgezonden.

Art. 31. <W 2002-01-14/39, art. 41, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002> Elke landsbond moet beschikken over een systeem van interne controle en interne audit dat betrekking heeft op het geheel van zijn activiteiten, alsmede op deze van de erbij aangesloten ziekenfondsen.

De Koning bepaalt, op voorstel van de Raad van de Controledienst, wat men dient te verstaan onder systeem van interne controle en interne audit. De Controledienst bepaalt de voorwaarden waaraan het systeem van interne controle en interne audit moet beantwoorden, alsmede de maatregelen die door de landsbonden dienen ingesteld te worden.

Art. 32. Ieder ziekenfonds en iedere landsbond stellen een of meer bedrijfsrevisoren aan die door de algemene vergadering worden gekozen uit een door de Controledienst opgestelde lijst van erkende revisoren, leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren. Het ziekenfonds en de landsbond delen de Controledienst de identiteit mee van de aangestelde revisor of revisoren.

Art. 33. Op advies van het Instituut der bedrijfsrevisoren en het Technisch Comité bedoeld in artikel 54, stelt de

Controledienst het reglement op dat de modaliteiten bepaalt volgens welke de revisoren hun opdrachten uitvoeren. (Het advies van het Instituut der bedrijfsrevisoren, bedoeld in het vorige lid, wordt aan de Controledienst overgemaakt binnen de drie maanden volgend op de datum van de toezending van de brief houdende aanvraag van advies.

Het advies wordt verondersteld gegeven en gunstig te zijn indien het niet aan de Controledienst is overgemaakt binnen de voormelde termijn.) <W 2002-08-02/45, art. 16, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002> (Het reglement bedoeld in het eerste lid bepaalt eveneens :

a) de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de erkende revisoren op de lijst zoals bedoeld in artikel 32 worden ingeschreven;

b) de voorwaarden waaronder aan deze inschrijving al dan niet tijdelijk een einde kan worden gemaakt, alsook de daartoe te volgen procedure;

c) het maximaal aantal ziekenfondsen en landsbonden waarbij eenzelfde revisor kan worden aangesteld.) <W 2002-08-02/45, art. 15, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Het reglement wordt ter goedkeuring aan de Minister voorgelegd.

Art. 34. § 1. Onverminderd andere opdrachten waarmee zij door de Controledienst kunnen worden belast, controleren de revisoren :

1° de nauwkeurigheid en de volledigheid van de boekhouding, alsook van de jaarrekeningen die door het ziekenfonds of de landsbond aan de Controledienst bij toepassing van deze wet moeten worden overgezonden;

2° het aangepaste karakter en de werking van de administratieve en boekhoudkundige organisatie en van de interne controle;

3° de naleving van de bepalingen inzake de reservefondsen bedoeld in artikel 28, § 1.

§ 2. De revisoren kunnen te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en van alle documenten en geschriften van het ziekenfonds en van de landsbond, die zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdracht. Zij kunnen van de bestuurders, van de gemachtigden en van de aangestelden van het ziekenfonds of van de landsbond alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdracht. Zij kunnen van de bestuurders vorderen in het bezit te worden gesteld van inlichtingen betreffende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen waarmee het ziekenfonds of de landsbond een in artikel 43 bedoeld samenwerkingsakkoord heeft gesloten, voor zover zij deze inlichtingen nodig achten om de financiële toestand van het ziekenfonds of van de landsbond te controleren.

Art. 35. De revisoren stellen jaarlijks een omstandig verslag op over de resultaten van hun controles, dat meer in het bijzonder vermeldt :

1° hoe de controletaken werden verricht en of alle gevraagde ophelderingen en inlichtingen werden verkregen;

2° of de boekhouding is gevoerd en de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften die daarop van toepassing zijn;

3° of naar hun oordeel de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van het ziekenfonds of van de landsbond.

In dit verslag vermelden en rechtvaardigen de revisoren nauwkeurig en duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die zij menen te moeten maken. In het andere geval vermelden zij uitdrukkelijk geen bezwaar noch voorbehoud te maken. (De Controledienst bepaalt de termijn binnen dewelke de raad van bestuur van het ziekenfonds of van de landsbond alle stukken die nodig zijn voor het opstellen van dit verslag overmaakt aan de revisoren.) <W 2002-08-02/45, art. 16, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 36. Het controleverslag bedoeld in artikel 35 wordt gevoegd bij de jaarrekening die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de algemene vergadering van het ziekenfonds of van de landsbond (en wordt, samen met de notulen van deze algemene vergadering, aan de Controledienst toegestuurd binnen de door deze laatste bepaalde termijn.) <W 2002-08-02/45, art. 17, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

De revisoren wonen de algemene vergadering bij wanneer deze beraadslaagt over een door hen opgemaakt verslag. Ze hebben het recht op de algemene vergadering het woord te voeren in verband met de vervulling van hun taak.

Art. 37. De bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen die betrekking hebben op de onverenigbaarheden, de bezoldiging, de duur van het mandaat, de ontslagregeling, de aansprakelijkheid en de strafsancties in hoofde van de commissarissen van handelsvennootschappen, zijn van overeenkomstige toepassing op de revisoren bedoeld in artikel 32.

Art. 37bis. (Opgeheven) <W 2000-08-12/62, art. 147, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Afdeling 3. - Diverse bepalingen.

Art. 38. De bedragen door de ziekenfondsen en de landsbonden betaald voor geneeskundige verstrekkingen bedoeld in de artikelen 3, b), en 7, § 2, zijn noch voor overdracht noch voor beslag vatbaar.

Art. 38bis. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 148; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Bij verzorging in het buitenland passen de ziekenfondsen en de landsbonden, bij de betaling van financiële tegemoetkomingen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, de wisselkoersen toe, bepaald in uitvoering van de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994.

Art. 39. § 1. De ziekenfondsen en de landsbonden kunnen met de instemming van de betrokken leden of de personen te hunnen laste, in rechte optreden ter verdediging van de belangen van deze personen ten opzichte van derden in het kader van de diensten (...) bedoeld in de artikelen 3, b) en c), en 7, §§ 2 en 4. <W 2000-08-12/62, art. 149, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

De ziekenfondsen en de landsbonden kunnen in rechte optreden ter verdediging van de individuele rechten van hun leden mits het uitdrukkelijk akkoord van het betrokken lid of van de personen te zijnen laste of van de collectieve rechten van hun leden en de personen te hunnen laste, welke voortvloeien uit (de overeenkomsten en akkoorden bedoeld in titel III, hoofdstuk V, van voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994), en uit artikel 52 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel. <W 2000-08-12/62, art. 149, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 2. Het optreden van de ziekenfondsen en van de landsbonden doet geen afbreuk aan de rechten van de leden en de personen te hunnen laste om zelf de zaak aanhangig te maken of in het geding tussen te komen.

Art. 40. De ziekenfondsen en de landsbonden die in het kader van een dienst bedoeld in artikel 3, b), of 7, § 2, hun leden en de personen te hunnen laste uitkeringen of tegemoetkomingen hebben verleend, treden tot beloop van het bedrag van deze prestaties in alle rechten die de leden en de personen te hunnen laste tegenover derden kunnen doen gelden uit hoofde van de berokkende schade.

Art. 41. De ziekenfondsen en de landsbonden kunnen slechts giften, schenkingen en legaten aanvaarden na toestemming door de Controledienst.Deze toestemming moet gegeven of geweigerd worden binnen een termijn van ten hoogste zestig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum waarop de Controledienst om toestemming werd gevraagd. Na verloop van deze termijn wordt de toestemming geacht gegeven te zijn.

(Deze toestemming is niet vereist voor het aanvaarden van giften, schenkingen en legaten van roerende goederen waarvan de waardeniet hoger is dan 12.500 euro. Het bedrag bedoeld in het derde lid wordt op één januari van ieder jaar aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand oktober van het voorbije jaar. Het indexcijfer van oktober 2001 geldt als basis. De aanpassing van het bedrag geschiedt volgens de volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, gedeeld door het indexcijfer dat als basis wordt genomen. Het resultaat wordt naar het volgende tiende afgerond.) <W 2002-08-02/45, art. 18, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 42. Door de bestuurders wordt geen persoonlijke verplichting aangegaan betreffende de verbintenissen van de ziekenfondsen of van de landsbonden. Hun aansprakelijkheid is beperkt tot het vervullen van de hun gegeven opdracht en tot de door hen begane beheersfouten.

Afdeling 4. - De samenwerking.

Art. 43. § 1. Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen bedoeld in artikel 2, kunnen de ziekenfondsen en de landsbonden samenwerken met publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen.

§ 2. Hiertoe wordt een schriftelijk samenwerkingsakkoord (volgens het door de controledienst opgestelde model) gesloten dat melding maakt van (met name) het doel en de modaliteiten van de samenwerking, alsmede van de rechten en verplichtingen die hieruit voor de leden en de personen te hunnen laste voortvloeien. <W 2000-08-12/62, art. 150, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

(De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de controledienst, welke diensten, bedoeld in artikelen 3, eerste lid, b) en c) en 7, §§ 2 en 4, geen voorwerp mogen uitmaken van een samenwerkingsakkoord.) <W 2000-08-12/62, art. 150, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. (Het samenwerkingsakkoord en de wijzigingen ervan worden goedgekeurd of opgezegd door de algemene vergadering van het ziekenfonds of van de landsbond. Deze documenten worden samen met de notulen van deze algemene vergadering aan de Controledienst toegestuurd binnen de door deze laatste bepaalde termijn.) <W 2002-08-02/45, art. 19, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

§ 4. De raad van bestuur van het ziekenfonds of van de landsbond brengt jaarlijks aan de algemene vergadering verslag uit over de uitvoering van de gesloten akkoorden alsook over de wijze van aanwending van de middelen die door het ziekenfonds of de landsbond in voorkomend geval werden ingebracht.

De Koning bepaalt, op voorstel van de controledienst en na advies van het Technisch Comité bedoeld in artikel 54, de minimale gegevens die het bovenvermelde jaarverslag moet bevatten.

(Het verslag en de notulen van deze algemene vergadering worden aan de Controledienst toegestuurd binnen de door deze laatste bepaalde termijn.) <W 2002-08-02/45, art. 19, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 43bis. <ingevoegd bij W 1998-02-22/43, art. 130, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> § 1. ziekenfondsen die deel uitmaken van éénzelfde landsbond, kunnen voor de uitvoering van sommige taken bedoeld in artikel 3, en zonder afbreuk te doen van artikel 3, tweede lid, bepaalde diensten samen organiseren of groeperen in een nieuwe op te richten entiteit onder de vorm van een maatschappij van onderlinge bijstand.

§ 2. Deze vorm van samenwerking maakt het voorwerp uit van een beraadslaging van de algemene vergadering van de betrokken ziekenfondsen, die hiertoe speciaal wordt bijeengeroepen. De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12, (...), zijn hierop van toepassing. <W 2000-08-12/62, art. 151, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Het bericht van bijeenroeping vermeldt :

1° de redenen van de samenwerking;

2° de rechten en verplichtingen van de betrokken ziekenfondsen, van hun leden en van de personen te hunnen laste;

3° de bestemming van de maatschappelijke fondsen met betrekking tot de desbetreffende diensten;

4° de statutenwijzigingen en de nieuwe statuten van de Maatschappij van Onderlinge Bijstand.

§ 3. (De groepering van diensten van ziekenfondsen moet worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de landsbond waartoe zij behoren.

§ 4. Onder voorbehoud van de goedkeuring van de statuten door de controledienst, treedt de oprichting van een

Maatschappij van Onderlinge Bijstand, krachtens dit artikel, in werking op de eerste dag van de vijfde maand die volgt op het overzenden van de statuten aan de controledienst.

De statuten kunnen evenwel een datum van inwerkingtreding vastleggen die na de in het eerste lid bedoelde datum valt, voorzover deze met de eerste dag van een maand overeenstemt en niet later valt dan de tiende maand die volgt op het overzenden van voornoemde statuten aan de controledienst.) <W 2000-08-12/62, art. 151, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 43ter. <ingevoegd bij W 1998-02-22/43, art. 131, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> Elk akkoord met een landsbond of een ziekenfonds dat tot voorwerp heeft de promotie, distributie of verkoop van een verzekeringsproduct, zoals bepaald in de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, alsook van een bankproduct, zoals bepaald in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, is verboden, ook indien deze producten speciaal werden ontworpen voor of voorbehouden zijn aan leden van een ziekenfonds of een landsbond. Is eveneens verboden, elk akkoord dat tot voorwerp heeft de promotie, distributie of verkoop van een dienst, ingericht door een landsbond of een ziekenfonds zoals bepaald in de artikelen 3 en 7, § 4, van onderhavige wet, in het kader van beroepsactiviteiten die geheel of gedeeltelijk vallen binnen de werkingssfeer van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen of ressorteren onder de activiteiten van de banksector zoals bepaald in de wet van 22 maart 1993 betreffende het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. De promotie, distributie of de verkoop van de produkten of diensten, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden op onweerlegbare wijze vermoed het gevolg te zijn van een geschreven of een stilzwijgend akkoord. Bestaande akkoorden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, zijn zonder uitwerking vanaf de eerste dag van de vierde maand volgend op de inwerkingtreding van dit artikel.

Art. 43quater. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 152; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :

1° reclame : elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of van het ziekenfonds zelf ofwel van een dienst in de zin van artikel 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 4, ingericht door een ziekenfonds, een landsbond of een rechtspersoon met dewelke het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten;

2° vergelijkende reclame : elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) identificeert of een dienst bedoeld sub 1 °;

3° bedrieglijke reclame : elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van de leden kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en).

§ 2. Elke vergelijkende of bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond is verboden.

§ 3. Is eveneens verboden, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, het voeren van reclame :

1° betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet goedgekeurd zijn door de controledienst;

2° onder een andere benaming dan diegene die opgenomen is in de statuten.

§ 4. Voor de toepassing van deze wet wordt eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de §§ 2 en 3, gevoerd door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten, een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 43bis of elke andere derde.

Art. 43quinquies. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 153; ED : 10-09-2000> Het is de ziekenfondsen en de

landsbonden verboden voordelen toe te kennen die van aard zijn aan te zetten tot individuele mutaties, zoals bedoeld door de artikelen 255 tot 274 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, alsmede voordelen toe te kennen die van aard zijn de personen, ingeschreven als personen ten laste in een ziekenfonds, ertoe aan te zetten leden te worden van hetzelfde ziekenfonds.

(Worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen, bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft gesloten, een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 43bis of elke andere derde.) <W 2002-08-02/45, art. 20, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

De Raad van de controledienst bepaalt de voorwaarden waaronder de toekenning van de voordelen van de diensten bedoeld door de artikelen 3, eerste lid, b), en c), en 7, § 4, als de toekenning van voordelen bedoeld door het eerste lid wordt beschouwd.

HOOFDSTUK V. - Fusie en ontbinding.

Afdeling 1. - Fusie.

Art. 44. § 1. De landsbonden alsook de ziekenfondsen die deel uitmaken van éénzelfde landsbond, kunnen onderling fusioneren. De fusie maakt het voorwerp uit van een beraadslaging van de algemene vergadering van de betrokken landsbond of van het betrokken ziekenfonds, die hiertoe speciaal wordt bijeengeroepen.

De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12, (...), zijn hierop van toepassing. <W 2000-08-12/62, art. 154, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Het bericht van bijeenroeping vermeldt :

1° de redenen van de fusie;

2° de rechten en verplichtingen van de betrokken ziekenfondsen en van de betrokken landsbonden, van hun leden en van de personen te hunnen laste;

3° de bestemming van de maatschappelijke fondsen;

4° de statutenwijzigingen of de nieuwe statuten;

5° de vormen en de voorwaarden van de (fusie). <W 2002-01-14/39, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

§ 2. De fusie van ziekenfondsen of van landsbonden treedt in werking vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op de goedkeuring (door de Controledienst). <W 1998-02-22/43, art. 128, 005; Inwerkingtreding : 13-03-1998> De fusie van ziekenfondsen moet tevens worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de landsbond waartoe zij behoren. (De goedkeuring van de fusie wordt op initiatief van de controledienst bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de beslissing van goedkeuring.) <W 2000-08-12/62, art. 154, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. (De artikelen 45, 46, 46bis, 48, § 2, en 48bis, § 4bis, zijn niet van toepassing op de ingevolge fusie ontbonden landsbonden en ziekenfondsen.) <W 2002-01-14/39, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

Afdeling 2. - Ontbinding.

Art. 45. <W 2002-01-14/39, art. 43, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. De ziekenfondsen en de landsbonden kunnen ontbonden worden door een beslissing van de algemene vergadering die daartoe speciaal wordt bijeengeroepen.

De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12, § 1, derde lid, zijn van toepassing.

§ 2. Het bericht van bijeenroeping vermeldt :

1° de redenen van de ontbinding;

2° de meest recente financiële toestand van het ziekenfonds of van de landsbond, vastgesteld op een datum die niet meer dan drie maanden teruggaat;

3° het verslag van de revisor over deze toestand. Dit verslag toont in het bijzonder aan of de financiële toestand zoals voorgesteld volledig en getrouw is opgesteld;

4° de voorwaarden van de vereffening;

5° het (de) voorstel(len) betreffende de bestemming van de eventuele overblijvende activa.

Art. 46. <W 2002-01-14/39, art. 44, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. De algemene vergadering die tot de ontbinding van het ziekenfonds of van de landsbond besluit, wijst één of meer vereffenaars aan, onder de revisoren, opgenomen op de door de Controledienst opgestelde lijst, bedoeld in artikel 32, eerste lid.

De identiteit van de aangestelde revisor of revisoren wordt medegedeeld aan de Controledienst.

Wanneer meerdere vereffenaars aangeduid worden, vormen zij een college.

De beslissing van de algemene vergadering of van de Controledienst wordt door de vereffenaars binnen dertig

kalenderdagen naar het Belgisch Staatsblad overgezonden voor bekendmaking bij uittreksel, met vermelding van de identiteit van de vereffenaars.

De Koning bepaalt de bevoegdheden en de verplichtingen van de vereffenaars, alsook de regels die terzake moeten worden toegepast.

§ 2. De kosten van de vereffening zijn ten laste van het ontbonden ziekenfonds of van de ontbonden landsbond.

§ 3. De algemene vergadering die tot de ontbinding van het ziekenfonds of de landsbond beslist, wijst twee

commissarissen aan, leden van de algemene vergadering met stemrecht.

Deze commissarissen worden belast met de controle van de documenten, opgesteld door de vereffenaars, in uitvoering (van § 1, vijfde lid). Zij stellen in dit verband een verslag op. <W 2002-08-02/45, art. 21, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Bij gebrek aan aanwijzing van commissarissen beschikken de leden van de algemene vergadering van het betrokken ziekenfonds of de betrokken landsbond over een individueel controlerecht.

§ 4. De algemene vergadering die beslist tot de ontbinding van het ziekenfonds of van de landsbond, beslist over de bestemming die gegeven wordt aan de eventuele overblijvende activa, met inachtneming van zijn statutaire doelstellingen.

Art. 46bis. <Ingevoegd bij W 2002-01-14/39, art. 45; Inwerkingtreding : 22-02-2002> Het ziekenfonds of de landsbond wordt, na ontbinding, geacht voort te bestaan voor zijn vereffening.

Alle stukken uitgaande van een ontbonden ziekenfonds of van een ontbonden landsbond vermelden duidelijk dat deze in vereffening is. Elke wijziging van benaming of maatschappelijke zetel van een ziekenfonds of een landsbond in vereffening is verboden.

Art. 47. § 1. Het ziekenfonds dat of de landsbond die niet meer beantwoordt aan de bepalingen van artikel 3 of 7, §§ 2 en 4, van deze wet, is van rechtswege ontbonden.

Deze toestand wordt door de Controledienst vastgesteld, die de bevoegdheden van de algemene vergadering bedoeld (in de artikelen 46 en 48, §2), uitoefent. <W 2002-01-14/39, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002> De ontbinding wordt door toedoen van de Controledienst bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 2. Zo de ontbinding, bedoeld in § 1 tot gevolg heeft dat de leden van het ziekenfonds en de personen te hunnen laste, niet meer beantwoorden aan de verplichting van aansluiting opgelegd door de wet van 9 augustus 1963, wordt de landsbond waarbij het ziekenfonds was aangesloten, in de plaats gesteld van voornoemd ziekenfonds wat de uitvoering van de verplichtingen in het kader van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering betreft, en dit tot op het tijdstip waarop het lidmaatschap bij een ander ziekenfonds uitwerking heeft.

Art. 48. <W 2002-01-14/39, art. 47, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. In geval van stopzetting van één of meerdere diensten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), of 7, §§ 2 en 4, beslist de algemene vergadering van het ziekenfonds of van de landsbond over de bestemming van de reservefondsen van deze diensten.

Deze reservefondsen moeten echter bij voorrang aangewend worden ten gunste van de leden van wie het recht op prestaties inging voor de stopzetting van deze diensten.

De beslissingen van de algemene vergadering betreffende de stopzetting van diensten en de bestemming van hun reservefondsen vallen onder de toepassing van de artikelen 10, 11 en 12, § 1, derde lid.

§ 2. In geval van ontbinding van een ziekenfonds of een landsbond worden de reservefondsen verdeeld onder de leden van wie het recht op prestaties inging voor de datum van ontbinding.

Indien uit de rekeningen van de vereffening blijkt dat na de betaling van alle schulden en de consignatie van de gelden verschuldigd aan sommige schuldeisers er overblijvende activa zijn, krijgen deze de bestemming zoals beslist overeenkomstig artikel 46, § 4.

HOOFDSTUK Vbis. - (De verjaring). <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 156; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 48bis. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 156; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. De vordering tot betaling van financiële tussenkomsten en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b), en c), en 7, § 2, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin het recht op betaling is ontstaan.

De vordering tot betaling van sommen welke de betaling van financiële tegemoetkomingen en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, die verleend is, tot een hoger bedrag zouden opvoeren, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die betaling is gedaan.

§ 2. De vordering tot terugbetaling van de waarde van de ten onrechte verleende financiële tegemoetkomingen en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin de uitbetaling is geschied.

Deze verjaring geldt niet ingeval het ten onrechte verlenen van financiële tegemoetkomingen en uitkeringen het gevolg is van bedrieglijke handelingen waarvoor hij wie ze tot baat strekten, verantwoordelijk is. In dat geval bedraagt de verjaringstermijn vijf jaar welke ingaat na het einde van de maand waarin de uitbetaling is geschied.

§ 3. De vordering tot betaling van de bijdragen voor de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart vijf jaar na het einde van de maand waarop de niet betaalde bijdragen betrekking hebben.

§ 4. De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde bijdragen voor de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart vijf jaar vanaf de dag van de betaling van de onverschuldigde bijdragen. (§ 4bis. De vordering van de schuldeisers van een ontbonden ziekenfonds of van een ontbonden landsbond tegen de vereffenaars verjaart twee jaar na de bekendmaking van de afsluiting van de vereffening in het Belgisch Staatsblad.) <W 2002-01-14/39, art. 48, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

§ 5. Een ter post aangetekend schrijven volstaat om de verjaringen te stuiten. De stuiting kan worden hernieuwd.

§ 6. De verjaring wordt geschorst door overmacht.

(§ 7. Van de in § 1 bedoelde verjaringen mag geen afstand worden gedaan. De verjaringstermijnen bedoeld in §§ 2, 3 en 4 mogen, noch door een overeenkomst, noch door de statuten van een ziekenfonds of een landsbond verkort worden.) <W 2002-08-02/45, art. 21, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

HOOFDSTUK VI. - De Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.

Art. 49. § 1. Bij de Minister die de Sociale Voorzorg onder zijn bevoegdheid heeft, wordt een " Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen " opgericht, in deze wet " Controledienst " genoemd, die belast wordt met het toezicht op de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

(De controledienst, met zetel gevestigd te Brussel, is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, in de zin van artikel 1, c, van de wet van 16 maart 1954, betreffende de controle van sommige instellingen van openbaar nut. De Koning kan evenwel, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een specifiek geldelijk statuut vaststellen voor de personeelsleden van deze instelling.) <W 2000-08-12/62, art. 157, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 2. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de regels met betrekking tot de organisatie en de werking van de Controledienst.

Art. 50. § 1. De werkingskosten van de Controledienst omvatten zowel de kosten voortspruitend uit de uitoefening van de taken op het vlak van de verplichte verzekering als op het vlak van de vrijwillige en aanvullende verzekering, evenals de kosten voortvloeiend uit de buitengewone taken die de Controledienst aan de revisoren kan opdragen.

§ 2. De werkingskosten van de Controledienst vallen ten laste van de ziekenfondsen en van de landsbonden volgens de modaliteiten en tot een bedrag jaarlijks vastgesteld door de Koning.

(De werkingskosten die het aldus bepaald maximale bedrag overschrijden, zijn ten laste van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.) <W 2000-08-12/62, art. 158, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

§ 3. (...) <W 2000-08-12/62, art. 158, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 51. § 1. De Controledienst wordt bestuurd door een Raad die bestaat uit een voorzitter en zes leden bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit benoemd en ontslagen, waarvan :

  • twee leden gekozen onder de ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering die belast zijn met taken op het vlak van de gezondheidszorgen of die terzake ervaring hebben;
  • een lid door de Bankcommissie voorgedragen;
  • drie leden gekozen op grond van hun bevoegdheid op juridisch, sociaal, financieel of actuarieel vlak.
  • De voorzitter en de leden worden voor een hernieuwbare periode van zes jaar benoemd.
  • Onder dezelfde voorwaarden benoemt de Koning eveneens plaatsvervangers voor de voorzitter en de leden van de Raad.
§ 2. De Koning regelt het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter en stelt de zitpenningen en de vergoedingen van de leden van de Raad van de Controledienst vast.

§ 3. Het ambt van voorzitter of van lid van de Raad is onverenigbaar met het lidmaatschap van de Kamer van

Volksvertegenwoordigers, de Senaat of een Gemeenschaps- of Gewestraad en met het lidmaatschap van het Technisch Comité bedoeld in artikel 54.

De voorzitter en de leden van de Raad mogen geen bestuurder of aangestelde zijn van een ziekenfonds of van een landsbond of door hen worden bezoldigd onder welke vorm ook. Deze onverenigbaarheid geldt nog tot vijf jaar na het beëindigen van hun mandaat.

§ 4. De Raad van de Controledienst stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring aan de Minister voor.

Art. 52. Onverminderd de overige bevoegdheden die hem krachtens deze wet (en krachtens of in uitvoering van andere wetten) worden verleend heeft de Controledienst tot opdracht : <W 2002-08-02/45, art. 23, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

1° er op toe te zien dat de door de ziekenfondsen en landsbonden ingestelde diensten en activiteiten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 7, van deze wet;

2° toezicht te houden op de geldige samenstelling en werking van de algemene vergaderingen en de raden van bestuur van de ziekenfondsen en van de landsbonden;

3° toezicht te houden op de naleving door de ziekenfondsen en de landsbonden van de administratieve,

boekhoudkundige en financiële bepalingen die zij krachtens deze wet dienen toe te passen, en van de boekhoudkundige en financiële bepalingen die zij (krachtens voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994) dienen toe te passen; <W 2000-08-12/62, art. 159, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

4° de technische richtlijnen ten aanzien van de ziekenfondsen en van de landsbonden op te stellen met het oog op de organisatie van zijn controleopdrachten;

5° op verzoek van de Minister, of op eigen initiatief voorstellen te formuleren betreffende de boekhouding en het financieel beheer van de ziekenfondsen en van de landsbonden;

6° op verzoek van de Minister, of op eigen initiatief, adviezen te formuleren over alle materies die verband houden met de werking van de ziekenfondsen en van de landsbonden;

7° mededeling te doen aan de Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en

Invaliditeitsverzekering van iedere schending van de bepalingen (van voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994) en van haar uitvoeringsbesluiten, die niet onder zijn controleopdracht valt maar in het kader van zijn wettelijke opdracht werd vastgesteld; <W 2000-08-12/62, art. 159, 2° , 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

8° minstens éénmaal per jaar verslag uit te brengen aan de Algemene Raad van het Rijksinstituut voor Ziekte- en

Invaliditeitsverzekering, over de uitvoering van zijn controleopdrachten voor zover deze betrekking hebben op (de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen); <W 2000-08-12/62, art. 159, 3°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

9° jaarlijks een verslag op te maken over de activiteiten en de toestand van de ziekenfondsen en van de landsbonden in België. Dit verslag wordt door de Minister bij de Wetgevende Kamers ingediend;

10° iedere klacht in verband met de uitvoering van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten te onderzoeken en er het passende gevolg aan te geven.

Art. 53. Met het oog het herstel van de financiële toestand van één of meer diensten van een ziekenfonds of van een landsbond waarvan de reservefondsen het vereiste niveau niet bereiken of waarvan de solvabiliteits- of liquiditeitsmarge door de Controledienst als ontoereikend wordt beschouwd, kan hij het ziekenfonds of de landsbond verplichten hem een herstelplan voor te stellen en, bij gebrek aan voorstel van een geschikt plan binnen een door hem gestelde termijn; kan hij zelf een herstelplan opleggen.

Tegen het herstelplan kan het ziekenfonds of de landsbond beroep instellen op de wijze en binnen de termijn vastgesteld in (artikel 60quinquies, § 2). <W 2000-08-12/62, art. 160, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 54. Bij de Controledienst wordt een Technisch Comité ingesteld dat op verzoek van de Minister of van de Raad, of op eigen initiatief advies geeft over alle kwesties die verband houden met de uitvoering van deze wet.

De Controledienst verzoekt het Technisch Comité vooraf om advies omtrent de aangelegenheden bedoeld in artikel 52, 4°, 5° en 6°, van deze wet.

(Het advies bedoeld in de voorgaande leden wordt medegedeeld binnen de vier maanden vanaf de schriftelijke vraag om advies uitgaande van de Minister of van de Raad van de Controledienst. Behoudens afzonderlijk schrijven geldt de eerste inschrijving van de betrokken kwestie op de dagorde van een zitting van het Technisch comité als schriftelijke vraag om advies uitgaande van de Raad van de Controledienst.

In afwijking van het vorige lid kunnen de Minister en de Raad van de Controledienst, bij behoorlijk gemotiveerde hoogdringendheid, een kortere termijn vastleggen zonder dat deze evenwel minder dan een maand kan bedragen te rekenen vanaf de schriftelijke vraag om advies.

Het advies wordt verondersteld gegeven en gunstig te zijn indien het niet is medegedeeld binnen de voorziene termijn.) <W 2002-08-02/45, art. 24, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 55. Het Technisch Comité bestaat uit :

1° een voorzitter;

2° vijf leden voorgedragen door de landsbonden;

3° een vertegenwoordiger van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

(3°bis een vertegenwoordiger van de Kas der geneeskundige verzorging van de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen;) <W 2000-08-12/62, art. 161, 1°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

4° de administrateur-generaal van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

5° twee personen door de Minister aangeduid onder de ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering of van het (Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu). <W 2000-08-12/62, art. 161, 2°, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 56. De Koning benoemt de voorzitter en de leden van het Technisch Comité, alsook hun plaatsvervangers, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hij bepaalt de werkingsregels van het Technisch Comité.

Art. 57. De revisoren brengen bij de Controledienst verslag uit over de financiële toestand en het beheer van de ziekenfondsen en van de landsbonden telkens als deze erom verzoekt en minstens éénmaal per jaar. De revisoren brengen de Controledienst onmiddellijk op de hoogte van de leemten, onregelmatigheden en overtredingen die zij hebben vastgesteld.

Art. 58. De ziekenfondsen en de landsbonden, alsmede het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering zijn verplicht de Controledienst alle inlichtingen te verschaffen die hij nodig acht bij het uitoefenen van de opdrachten die hem krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden toevertrouwd.

Art. 59. De leden van de Raad en van het Technisch Comité van de Controledienst, de personeelsleden van deze dienst alsmede de revisoren bedoeld in artikel 32, hebben zwijgplicht omtrent de feiten waarvan ze wegens hun functie kennis hebben.

HOOFDSTUK VII. - Sancties en geschillen.

Afdeling 1. - Administratieve sancties.

Art. 60. <W 2000-08-12/62, art. 162, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Wanneer de Raad van de controledienst vaststelt dat een landsbond of een erbij aangesloten ziekenfonds niet handelt overeenkomstig zijn statutaire doelstellingen of de verplichtingen gesteld door deze wet of haar uitvoeringsbesluiten of de boekhoudkundige en financiële bepalingen van de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994, niet naleeft, kan hij bij gemotiveerde beslissing, in functie van de aard en de ernst van de inbreuk :

1° ten laste van de landsbond een administratieve geldboete opleggen, bepaald door artikel 60bis;

2° (bij een inbreuk op de artikelen 9, 27bis, zesde lid, 28, §§ 1 en 3, 29, 30, eerste lid, 31, 32, 48, § 1, tweede lid, 48, § 2, tweede lid, en 53, eerste lid, aan de landsbond of het ziekenfonds een termijn toekennen om de toestand te regulariseren, waarvan hij de duur vastlegt en die ingaat op de datum van de betekening van de beslissing en in voorkomend geval, indien de gevraagde regularisatie niet binnen de toegekende termijn gerealiseerd is, ten laste van de landsbond een administratieve geldboete bepaald door artikel 60ter, tweede lid, uitspreken;) <W 2002-08-02/45, art. 25, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

(2°bis bij een inbreuk op de artikelen van deze wet die niet bedoeld worden onder 1° en 2°, een administratieve geldboete van 100 tot 500 euro uitspreken;) <W 2002-08-02/45, art. 25, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002> termijn is gerealiseerd, ten laste van de landsbond een administratieve geldboete bepaald door artikel 60ter, tweede lid, uitspreken;

3° een bijzondere commissaris benoemen;

4° de erkenning van de betrokken dienst intrekken.

De beslissing waarbij een administratieve geldboete met toepassing van dit artikel wordt uitgesproken, is van rechtswege uitvoerbaar.

Art. 60bis. <W 2002-08-02/45, art. 26, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002> Een administratieve geldboete van 50 euro tot 250 euro kan worden uitgesproken per in strijd met de bepalingen van artikel 43quinquies, toegekend voordeel.

Een administratieve geldboete van 100 euro tot 500 euro kan worden uitgesproken in geval van niet-naleving van de termijnen bedoeld door of krachtens de artikelen 11, § 1, eerste lid, 28, § 4, tweede lid, 30, tweede lid, 35, derde lid, 36, eerste lid, en 43, §§ 3 en 4, derde lid.

Een administratieve geldboete van 500 euro tot 2.500 euro kan worden uitgesproken :

1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde vergelijkende reclame;

2° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 3, gevoerde reclame.

Een administratieve geldboete van 1.500 euro tot 7.500 euro kan worden uitgesproken voor elke inbreuk op de bepalingen van artikel 43ter.

Een administratieve geldboete van 1.500 euro tot 7.500 euro kan worden uitgesproken :

1° in geval van niet-naleving van de beslissingen van de Raad van de Controledienst waarbij, met toepassing van artikel 11, §§ 2 en 3, de goedkeuring wordt geweigerd van de statutaire bepalingen of hun wijzigingen;

2° in geval van toekenning van financiële tussenkomsten of vergoedingen in het kader van diensten of voordelen die, met toepassing van artikel 11, door de Raad van de Controledienst niet goedgekeurd zijn.

Een administratieve geldboete van 2.500 euro tot 12.500 euro kan worden uitgesproken voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde bedrieglijke reclame.

Art. 60ter. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 163; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Indien in toepassing van artikel 60, 2°, een termijn aan een ziekenfonds wordt toegekend om een toestand te regulariseren, stelt de raad van de controledienst de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten, hiervan in kennis. Deze kan beslissen de uitoefening van de bevoegdheden van de organen van het ziekenfonds op te schorten en deze in zijn plaats uit te oefenen gedurende een bepaalde periode, om de regularisatie door te voeren.

Indien na afloop van deze termijn de gevraagde regularisatie door het ziekenfonds of de landsbond niet uitgevoerd is, kan aan de landsbond een administratieve geldboete worden opgelegd van (12,50 tot 125 euro) per dag, te rekenen vanaf de dag na de beëindiging van de termijn en tot de volledige regularisatie. <W 2002-08-02/45, art. 27, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 60quater. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 163; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Op voorstel van de raad van de controledienst legt de Koning de procedure vast inzake de uitspraak, de termijnen en de betalingswijzen van de administratieve geldboetes voorzien door deze wet.

(Bij gebrek aan betaling van een administratieve geldboete binnen de termijnen vastgesteld in uitvoering van het eerste lid, zal de Administratie van het kadaster, registratie en domeinen overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949 worden belast met de vordering van de administratieve geldboete door middel van dwangbevel.) <W 2002-01-14/39, art. 49, 007; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

(Bij samenloop van meerdere inbreuken bedoeld door artikel 60bis en bij samenloop van één of meerdere van deze inbreuken met een inbreuk gesanctioneerd met een administratieve geldboete bedoeld door artikel 60ter, tweede lid, of artikel 60, eerste lid, 2°bis, worden de bedragen van de administratieve geldboetes samen opgelegd zonder echter 20.000 euro te mogen overschrijden) <W 2002-08-02/45, art. 28, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002> Bij herhaling binnen het jaar na de uitspraak, wordt de administratieve geldboete in hoofde van de nieuwe inbreuk gebracht op minimum het dubbele van de laatst opgelegde geldboete, zonder echter het maximumbedrag, voorzien voor de betrokken inbreuk door artikel 60bisof artikel 60ter, tweede lid, te mogen overschrijden. Een administratieve geldboete kan niet meer worden uitgesproken twee jaar nadat de daad die de inbreuk uitmaakt, werd begaan. De verjaring wordt door de controledienst gestuit door de kennisgeving, per aangetekend schrijven, van de vaststelling van de inbreuk. De stuiting kan worden hernieuwd.

De opbrengst van de administratieve geldboetes komt toe aan de controledienst.

Art. 60quinquies. <Ingevoegd bij W 2000-08-12/62, art. 163; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. De landsbond die de beslissing waarbij een administratieve geldboete wordt uitgesproken betwist, dient, op straffe van verval, een verhaal via verzoekschrift in bij de bevoegde arbeidsrechtbank binnen de maand na de betekening van de beslissing. Deze voor de arbeidsrechtbank ingeleide vordering heeft geen schorsende kracht.

§ 2. Het ziekenfonds of de landsbond kan tegen beslissingen genomen overeenkomstig artikel 60, 3°, in beroep gaan bij de minister. Het beroep bedoeld door het eerste lid, moet binnen vijftien kalenderdagen volgend op de betekening van de beslissing, worden ingesteld. Het heeft geen schorsende kracht.

De minister beslist binnen dertig kalenderdagen volgend op de instelling van het beroep.

Art. 61. § 1. De Koning bepaalt de wijze van benoeming van de bijzondere commissaris, zijn bevoegdheden en zijn macht.

§ 2. De bijzondere commissaris dient een geschreven, algemene of bijzondere toelating te geven voor alle akten en beslissingen van alle organen van het ziekenfonds of van de landsbond, alsook voor alle akten en beslissingen van de aangestelden die de bevoegdheid hebben beslissingen te nemen die het ziekenfonds of de landsbond binden. De Controledienst kan het geheel van de handelingen die aan een toelating onderworpen zijn niettemin beperken. De bijzondere commissaris kan elk voorstel dat hij nuttig acht ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van het ziekenfonds of van de landsbond.

§ 3. De bezoldiging van de bijzondere commissaris wordt vastgesteld door de Controledienst en wordt gedragen door (...) de landsbond. <W 2000-08-12/62, art. 164, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000>

Art. 62. <W 2000-08-12/62, art. 165, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> Onverminderd de overige maatregelen, bepaald door de wet en de reglementen, inzonderheid deze bepaald door artikel 60, kan de controledienst, met inachtneming van een aanzeggingstermijn van één maand, de richtlijnen, waaraan de betrokken landsbond of ziekenfonds geen of een onvoldoende gevolg heeft gegeven, bekendmaken in het Belgisch Staatsblad, in de dagbladen en publikaties van zijn keuze en aankondigen in de plaatsen en gedurende de duur die hij vaststelt. De kost van de bekendmaking en van de aankondiging wordt door de controledienst op de betrokken landsbond verhaald.

Afdeling 2. - Strafbepalingen.

Art. 63. Met de straffen gesteld in artikel 196 van het Strafwetboek, worden gestraft de bestuurders, de gevolmachtigden en aangestelden van een ziekenfonds of van een landsbond die wetens en willens een valse of onvolledige verklaring afleggen tot het bekomen of het behouden van een overheidstoelage.

Art. 64. Onverminderd de toepassing van zwaardere straffen gesteld in het Strafwetboek, worden met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van (1 000 tot 10 000 euro) of met één van die straffen alleen gestraft de bestuurders, de gevolmachtigden en de aangestelden van een ziekenfonds of van een landsbond die wetens en willens de financiële en boekhoudkundige bepalingen van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten overtreden. <W 2002-08-02/45, art. 29, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Onverminderd de toepassing van zwaardere straffen gesteld in het Strafwetboek worden met dezelfde straffen gestraft de bestuurders, de gevolmachtigden en de aangestelden van een ziekenfonds of van een landsbond die onjuiste verklaringen afleggen aan de Controledienst of aan de door hem aangestelde revisoren, die weigeren de ter uitvoering van deze wet en haar uitvoeringsbepalingen gevraagde inlichtingen te verstrekken, of die diensten organiseren zonder hiervoor over de bij deze wet vereiste erkenning te beschikken.

Art. 65. § 1. Elke overtreding van artikel 59 van deze wet wordt gestraft met de straffen gesteld in artikel 458 van het Strafwetboek.

§ 2. De verenigingen en vennootschappen die de in artikel 9, § 2, tweede lid, van deze wet opgenomen verbodsbepaling niet naleven, worden gestraft met een geldboete van (26 tot 5.000 euro). <W 2002-08-02/45, art. 30, 008 ; Inwerkingtreding : 29-08-2002>

Art. 66. Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven in deze afdeling.

Art. 67. De ziekenfondsen en de landsbonden zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboeten waartoe hun bestuurders, gevolmachtigden of aangestelden worden veroordeeld op grond van de in deze afdeling opgenomen bepalingen.

Afdeling 3. - Geschillen.

Art. 68. Alle betwistingen inzake administratieve beslissingen genomen in het kader van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, maken het voorwerp uit van een beroep bij de Raad van State, volgens een vereenvoudigde procedure. De Koning stelt de procedureregels vast en bepaalt de inwerkingtreding.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 69. Verkrijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet, van rechtswege de hoedanigheid van :

1° " ziekenfonds " : de verbonden die, op de datum van inwerkingtreding van deze wet, als dusdanig erkend waren in de zin van artikel 3 van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de maatschappijen van onderlinge bijstand;

2° " landsbond " : de landsbonden die, op de datum van inwerkingtreding van deze wet, als dusdanig erkend waren in de zin van artikel 3bis van voornoemde wet van 23 juni 1894.

Art. 70. <W 2000-08-12/62, art. 166, 006; Inwerkingtreding : 10-09-2000> § 1. Behouden de hoedanigheid van maatschappij van onderlinge bijstand " :

a) de maatschappij van onderlinge bijstand die op 31 december 1990 als dusdanig was erkend in de zin van artikel 1 van voornoemde wet van 23 juni 1894 en niet was aangesloten bij een in de zin van artikel 3 van voornoemde wet erkend verbond, die ten minste een dienst inricht zoals bepaald door artikel 3, eerste lid, b), en waarvan de statuten de aansluiting beperken :

1° hetzij tot de personeelsleden van een welbepaalde onderneming, tot hun echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste, alsmede tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die aangesloten zijn op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling;

2° hetzij tot de personen die een welbepaald beroep uitoefenen, tot hun echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste, alsmede tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die zijn aangesloten op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling;

3° hetzij tot de leden van de op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling bij de maatschappij aangesloten ziekenfondsen en tot hun personen ten laste, tot de personeelsleden, aangesloten op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling, van ondernemingen tot wie deze maatschappij zich op voornoemde datum richt en tot hun echtgeno(o)t(e) en hun personen ten laste, alsook tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die zijn aangesloten bij deze maatschappij op voornoemde datum;

b) de maatschappijen van onderlinge bijstand die op 31 december 1990 als dusdanig erkend waren in de zin van artikel 1 van voornoemde wet van 23 juni 1894 en aangesloten waren bij een in de zin van artikel 3 van voornoemde wet erkend verbond en ten minste een dienst inrichten zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, b), van deze wet en die minimum 5 000 leden telt;

§ 2. Verkrijgt de hoedanigheid van " maatschappij van onderlinge bijstand ", het ziekenfonds dat is gefusioneerd met één of meer ziekenfondsen en nog minstens één dienst zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), inricht.

Verkrijgt eveneens de hoedanigheid van " maatschappij van onderlinge bijstand ", de entiteit die krachtens artikel 43bis is ontstaan en die ten minste één dienst zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), inricht.

§ 3. De hoedanigheid van " maatschappij van onderlinge bijstand " zoals bedoeld in § 1, b), kan enkel worden behouden na akkoord van de landsbond en van het ziekenfonds waarbij bedoelde maatschappij is aangesloten.

De hoedanigheid van " maatschappij van onderlinge bijstand " zoals bedoeld in § 2 kan enkel worden verkregen en behouden na akkoord van de landsbond.

§ 4. De bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op de maatschappijen van onderlinge bijstand. Op voorstel van de controledienst bepaalt de Koning welke artikelen van deze wet niet op hen van toepassing zijn. Hij kan daarenboven specifieke regels opstellen die de verhouding regelen tussen de maatschappij van onderlinge bijstand en het ziekenfonds waarbij zij is aangesloten.

§ 5. De maatschappijen van onderlinge bijstand die niet voldoen aan de in dit artikel gestelde voorwaarden worden ontbonden, op de datum bepaald door de Koning, op eensluidend advies van de controledienst.

Bij ontbinding van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 70, § 1, b), worden haar patrimonium rechten en verplichtingen, alsmede de leden, overgenomen door het ziekenfonds bij wie deze maatschappij van onderlinge bijstand was aangesloten.

Art. 71. § 1. De bij de inwerkingtreding van deze wet bestaande landsbonden en ziekenfondsen moeten, binnen een termijn van één jaar na die datum, hun statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van deze wet. De beslissingen van de algemene vergadering die betrekking hebben op die wijzigingen kunnen worden genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen en in aanwezigheid van twee derde van de leden.

De leden van de raad van bestuur van een ziekenfonds en van een landsbond, die op de datum van inwerkingtreding van deze wet de leeftijdsgrens van 67 jaar hebben bereikt, mogen hun mandaat voleindigen.

§ 2. De in § 1 bedoelde landsbonden en ziekenfondsen zijn voorlopig erkend om de diensten bedoeld in de artikelen 3, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, welke zij vóór de inwerkingtreding van deze wet organiseerden, verder te zetten. De Koning bepaalt de duur van deze voorlopige erkenning, alsook de termijn binnen welke moet worden voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 26.

Art. 72. Alle bedrijfsrevisoren die, op de datum van de inwerkingtreding van deze wet, opdrachten uitvoeren in het kader van een ziekenfonds of van een landsbond, worden op de lijst, zoals bedoeld in artikel 32 van deze wet, geplaatst.

Art. 73. De wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, is niet van toepassing op de ziekenfondsen en de landsbonden. De wet van 10 juni 1964 op het openbaar aantrekken van spaargelden, is niet van toepassing op de landsbonden die een dienst van voorhuwelijkssparen organiseren.

Art. 74. § 1. <wijzigingsbepaling van art. 20 van W 1851-12-16/01>

§ 2. <wijzigingsbepaling van art. 1, c, van W 1954-03-16/01>§

Art. 74bis. <W 1992-06-26/30, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1991> In afwijking van artikel 51, § 4, vijfde en zesde lid, van de wet van 28 december 1973 betreffende de budgettaire voorstellen 1973-1974, kunnen de Koning, in de betrekkingen van niveau 1, en de Minister die bevoegd is voor Sociale Voorzorg, in de betrekkingen van de andere niveaus, tot 31 december 1992 eerste benoemingen doen, door een beroep te doen op vastbenoemde statutaire personeelsleden van de openbare diensten.

Voor deze benoemingen gelden geen voorrangsregelingen. Ze geschieden via een oproep tot de kandidaten door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad waarin meer bepaald de vacante betrekkingen, de toelatingsvoorwaarden alsook de termijn en de regels voor het indienen van de kandidaturen worden vermeld.

Om in de Controledienst benoemd te kunnen worden in een graad die hoger is dan de graad die zij bezitten in hun eigen openbare dienst of om er benoemd te kunnen worden in een niveau dat hoger is dan het niveau waartoe ze behoren in hun eigen openbare dienst, moeten de kandidaten voldoen aan alle voorwaarden, inzonderheid inzake anciënniteit en diploma, die hun toegang zouden kunnen verlenen tot die graad of dat niveau in de instelling die ze wensen te verlaten.

Art. 74ter. <Ingevoegd bij W 1991-07-20/30, art. 4, 01-01-1991> § 1. De Koning benoemt de ambtenaar belast met het dagelijks beheer van de Controledienst, alsmede de ambtenaren die er de leiding hebben van respectievelijk de boekhoudkundige, financiële en actuariële dienst, de juridische dienst en de dienst van de algemene zaken en het personeel. Gedurende een periode van een jaar, ingaande op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de personeelsformatie van de Controledienst, benoemt de Koning de ambtenaar die binnen de Controledienst met dokumentatie- en informatietaken worden belast.

§ 2. Het vacant verklaren van deze betrekkingen geschiedt door de Raad van de Controledienst.

Binnen vijftien dagen na de openverklaring van de betrekking wordt deze vacature in het Belgisch Staatblad bekendgemaakt. De kandidaturen moeten binnen twintig dagen na deze bekendmaking bij de Voorzitter van de Raad van de Controledienst toekomen. Binnen een maand na deze termijn geeft de Raad van de Controledienst aan de Minister die de Sociale Voorzorg onder zijn bevoegdheid heeft zijn advies over de verschillende kandidaten.

Art. 74quater. <Ingevoegd bij W 1991-07-20/30, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-1991> De in uitvoering van artikel 74bis bij de Controledienst benoemde personen behouden het voordeel van hun administratieve en geldelijke anciënniteit.

Art. 75. § 1. De Koning kan de hierna opgesomde wetten wijzigen, bij een in Ministerraad overlegd besluit, teneinde ze onderling te doen overeenstemmen om eenheid in de terminologie te brengen, zonder de inhoud ervan te wijzigen of aan de erin vervatte beginselen te raken :

1° de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, inbegrepen de bepalingen die betrekking hebben op de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

2° de wet van 10 oktober 1967 houdende het gerechtelijk wetboek;

3° de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;

4° de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.

§ 2. (De Koning bepaalt tevens welke artikelen van deze wet van toepassing zijn op de Hulpkas voor Ziekte- en

Invaliditeitsverzekering en op de Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen.) <W 1990-12-29/30, art. 54, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>

Art. 76. Opgeheven worden :

1° de wet van 23 juni 1894 houdende herziening der wet van 3 april 1851 op de maatschappijen van onderlinge bijstand, gewijzigd bij de wetten van 19 maart 1898, 27 december 1923, 3 augustus 1924, 30 maart 1926, het koninklijk besluit nr. 238 van 4 februari 1936, de wetten van 30 november 1939, 26 juni 1947, 27 maart 1951, 30 april 1958, 9 augustus 1963 en 12 mei 1971. Deze wet blijft evenwel van toepassing op de maatschappijen bedoeld in artikel 1, II, van die wet;

2° de wet van 30 juli 1923 op de samensmelting der erkende mutualiteitsinstellingen, gewijzigd bij de wetten van 3 augustus 1924 en 12 mei 1971.

Art. 77. Deze wet treedt in werking op 1 januari 1991.

---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
 

WET VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 29-08-2002
(GEWIJZIGDE ART. : 60;60BIS-60QUATER;64;65)
(GEWIJZIGDE ART. : 16;17;27BIS;28;29;33;35;36;)
(GEWIJZIGDE ART. : 41;43;43QUI;46;48BIS;52;54;)

WET VAN 14-01-2002 GEPUBL. OP 22-02-2002
(GEWIJZIGDE ART. : 6;15;26;31;44;45;46;46BIS;47)
(GEWIJZIGDE ART. : 48;48BIS;60QUA)

WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 31-08-2000
(GEWIJZIGDE ART. : 2;3;4BIS;5;6;7;10;11;12;14)
(GEWIJZIGDE ART. : 15;16;17;20;25;26;28;30)
(GEWIJZIGDE ART. : 37BIS;38BIS;39;43;43BIS)
(GEWIJZIGDE ART. : 43QUA;43QUI;44;45;49;50;52)
(GEWIJZIGDE ART. : 53;55;60;60BIS-60QUI;61;62)
(GEWIJZIGD ART. : 70)

WET VAN 25-01-1999 GEPUBL. OP 06-02-1999
(GEWIJZIGD ART. : 37BIS)

WET VAN 22-02-1998 GEPUBL. OP 03-03-1998
(GEWIJZIGDE ART. : 11;12;44;14;43BIS;43TER;70)
(GEWIJZIGD ART. : 27BIS)

WET VAN 26-06-1992 GEPUBL. OP 30-06-1992
(GEWIJZIGDE ART. : 12;74BIS)

WET VAN 20-07-1991 GEPUBL. OP 01-08-1991
(GEWIJZIGDE ART. : 74BIS;74TER)

WET VAN 20-07-1991 GEPUBL. OP 01-08-1991
(GEWIJZIGDE ART. : 2;11;29)

WET VAN 29-12-1990 GEPUBL. OP 09-01-1991
(GEWIJZIGD ART. : 75)

Parlementaire werkzaamheden
Zitting 1989-1990. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Ontwerp van wet, nr. 1153/1.
Amendementen, nrs. 1153/2 tot 5. - Verslag (commissie voor sociale aangelegenheden)

 


Start | Contact | Lid zijn | Programma | Huisarts.be | Tarieven | Thema's | Acties | Jouw mening | Bestuur | Medi-nieuws | FAQ | Standpunten

   Deze site is eigendom van het SVH. Voor vragen over deze website kunt u contact opnemen via webmaster_svh@telenet.be.

                   Het SVH-vzw kan niet worden verantwoordelijk gesteld voor gebeurlijk verkeerd gebruik van deze site.    View My Stats